Samen met Marc Wauters was Ludovic Capelle misschien wel de opvallendste landgenoot tijdens de eerste week van de Ronde van Frankrijk. De vijfentwintigjarige Belgische kampioen piloteerde in de zesde rit in Straatsburg zijn ploegmakker, de Estse spurtbom Jaan Kirsipuu, naar de overwinning bij de eerste echte massasprint. De perfect tweetalige renner uit Jambes bewees in het verleden nochtans dat hij zelf ook niet kansloos is in een pelotonspurt. En dat hij meer kan dan alleen maar sprinten, toonde Capelle al aan bij de beloften. Zowel in 1996 als in 1997 won hij de Ronde van Vlaanderen.
...

Samen met Marc Wauters was Ludovic Capelle misschien wel de opvallendste landgenoot tijdens de eerste week van de Ronde van Frankrijk. De vijfentwintigjarige Belgische kampioen piloteerde in de zesde rit in Straatsburg zijn ploegmakker, de Estse spurtbom Jaan Kirsipuu, naar de overwinning bij de eerste echte massasprint. De perfect tweetalige renner uit Jambes bewees in het verleden nochtans dat hij zelf ook niet kansloos is in een pelotonspurt. En dat hij meer kan dan alleen maar sprinten, toonde Capelle al aan bij de beloften. Zowel in 1996 als in 1997 won hij de Ronde van Vlaanderen. Een jaar later debuteerde Capelle als prof bij de kleine Waalse tweedeklasser Home Market/Ville de Charleroi van Didier Paindaveine, aan wie hij naar eigen zeggen heel veel te danken heeft. In zijn derde jaar als eliterenner behaalt hij, net als in 1999, twee overwinningen, maar maakt hij vooral ophef door zijn derde plaats in Parijs-Brussel - achter de Nederlander Max van Heeswijk en de Deen Frank Höj. Capelle wekt de interesse op van onder andere Lotto, maar kiest uiteindelijk voor AG2R Prévoyance van manager Vincent Lavenu. In zijn eerste jaar in Franse loondienst moet de beloftevolle Namurois lang wachten op een eerste zege, maar zijn overwinning op het Belgisch kampioenschap in Halle betekent voor de insiders geen al te grote verrassing. Tweede op dat BK werd Fabien De Waele. Voor Lotto leek in Halle de titel maar voor het grijpen, met drie renners in de kopgroep. Maar ze lieten Capelle tot drie keer toe terugkeren en in de sprint bleek er niemand bereid de snelste Lottoman een handje toe te steken. Een gemiste kans en een wereld van verschil voor Fabien De Waele. Dan maar het mislukte Belgische kampioenschap rechtzetten in de Ronde van Frankrijk, moet hij gedacht hebben. Maar een ongeluk komt nooit alleen. Bij het losrijden voor de proloog - op weg naar het Mapeihotel om er een contract te tekenen, menen kwatongen ("Dat doet niets terzake", aldus de renner zelf) - kwam De Waele in de tramsporen terecht, viel en liep een barst op in de heup. De pechvogel, zeg maar gerust de schlemiel, van de eerste Tourweek ruilt volgend jaar na vijf seizoenen het Lottoshirt voor dat van Mapei. In de eerste plaats om de rol van gangmaker in de laatste rechte lijn uit te oefenen voor Tom Steels. Maar ook om zelf zijn kans te gaan in het voorjaar. Want dat hij iets in zijn mars heeft, liet hij al bewonderen bij de beloften, waar hij op één jaar tijd vier klassiekers - waaronder Brussel-Opwijk en Gent-Ieper - won. Dit seizoen volgde op zesentwintigjarige leeftijd de definitieve doorbraak bij de elite. Met onder meer een zesde plaats in de Omloop het Volk en ritzeges in Parijs-Nice en de Dauphiné wierp hij zich op als een van de meest constante Belgische renners. Het verhaal van de kampioen en de vice-kampioen in zes hoofdstukken.Het BKLudovic Capelle : "Voor het kampioenschap werd mijn naam niet geciteerd bij de kanshebbers, maar zelf geloofde ik rotsvast in mijn winstkansen. Het koersverloop was ideaal voor mij. Ik kon rustig volgen zonder een trap te veel te moeten geven. Ik merkte dat de Lottorenners enorm zenuwachtig reden, omdat ze absoluut die titel wilden pakken. Ik profiteerde maximaal van die nervositeit door rustig te blijven en de sprint af te wachten. Daarin wist ik dat ik met mijn snelle benen niet echt iemand moest vrezen. "Ik blijf met beide voeten op de grond na het behalen van de nationale titel. In het begin had ik het wel even moeilijk om de concentratie hoog te houden door al die fotosessies, interviews en recepties. Maar ik besef maar al te goed dat deze prestatie om bevestiging vraagt. De Belgische driekleur om de schouders geeft alvast veel vertrouwen om er volop tegenaan te gaan op training en in de wedstrijden."Fabien De Waele : "Tijdens de koers voelde ik dat ik een van de beteren was. Ik gaf mezelf behoorlijk veel winstkansen. Maar ik wist ook dat als ik met Capelle naar de finish reed, de kans groot was dat ik geklopt zou worden. Het was een onvergeeflijke blunder van ons om hem telkens hij loste, weer te laten terugkomen. Ook op het einde maakten we een kapitale fout : als je nog met drie renners van Lotto zit, moet er toch iemand de sprint kunnen aantrekken voor mij ? Dat is niet gebeurd. Voor de wedstrijd kregen zowel ikzelf als Serge Baguet een vrije rol, maar in de laatste rechte lijn hadden we toch volop mijn kaart kunnen trekken. "Ik weet wel dat het op zo'n moment allemaal snel moet gaan. We praatten niet meer met elkaar die laatste kilometers, maar ik verwachtte toch dat hij wist wat hem te doen stond. Na de aankomst zei hij me dat hij de sprint wel wou aantrekken, maar dat hij slecht geplaatst zat, tja. We praatten het achteraf uit als vrienden, maar het verschil tussen een eerste en een tweede plaats om een Belgisch kampioenschap is groot. Over de runner-up wordt niet meer gesproken, de winnaar krijgt een jaar lang de bonus om met de tricolore trui rond te rijden."De TourstartCapelle : "Ik voelde me eigenlijk opgelucht bij aanvang van de Tour, omdat ik even verlost was van alle drukte na het Belgische kampioenschap. Ik hoorde al veel van de andere renners over het specifieke karakter van de Ronde van Frankrijk met heel de media-aandacht en de snelheid waarmee er gekoerst wordt. En ik moet zeggen dat er niet overdreven wordt. Ik ontdekte als Tourdebutant als het ware een nieuwe wereld. Je krijgt de indruk dat de wereld stopt met draaien, dat er niets anders meer bestaat dan het Rondecircus : een speciale gewaarwording. "Voor heel wat ploegen, zoals ook de onze, betekende de eerste Tourweek erop of eronder. Ze beseften dat het begin van het hooggebergte het einde inluidde van hun ambities. Er werd dan ook elke dag verschrikkelijk hard gereden, elke rit leek wel een heuse klassieker. Toen we Aix-les-Bains bereikten ( aan het einde van de 9de rit, nvdr), was ik doodmoe. Het hoofd betekent heel veel in de sport, zeker ook in het wielrennen, maar als de benen niet meer kunnen... Mentaal voelde ik me er nog altijd klaar voor, maar de vermoeidheid woog te zwaar : mijn lichaam was aan het einde van zijn Latijn. Tijdens de ploegentijdrit tussen Verdun en Bar-le-Duc vatte ik kou en twee dagen later begon ik last te krijgen van keelpijn. Het begin van een keelonsteking, denk ik. Ik startte nog in de rit naar l'Alpe d'Huez, maar de baterij was volledig leeg. Ik moest al snel lossen, drie keer zelfs, en hoewel ik telkens kon terugkeren, besefte ik dat het over was." De Waele : "Vooraf behoorde ik binnen onze ploeg tot de renners die eventueel een ritje konden meepikken. En dan doet zich dat dom voorval voor. Vanaf het moment dat ik viel, voelde ik al dat het niet pluis was. Ik ben een vijftal minuten op de grond blijven zitten vooraleer ik terug op fiets kon kruipen. In het hotel werd de ploegdokter er onmiddellijk bijgehaald. Hij zei dat er niets ernstig aan de hand was. Ik startte in de proloog, maar toen ik van de fiets stapte, kon ik bijna niet meer gaan. Ik wist meteen hoe laat het was : barstje in de kop van het dijbeen, onmogelijk om verder te rijden. Maandag ( eergisteren, nvdr) zal ik pas voor het eerst terug ietwat normaal kunnen trainen." De TourambitiesCapelle : "Ik begon aan de Tour met een duidelijke opdracht : onze kopman Jaan Kirsipuu aan een ritzege helpen. Ik denk dat ik mag zeggen dat ik mijn contract vervuld heb. Het is nooit in me opgekomen om mijn eigen kans te gaan. Mijn beurt komt later nog wel. Kirsipuu beschikt op dit moment zeker over meer snelheid. Ik had er dan ook geen enkele moeite mee om me voor hem op te offeren. Hij bewees bovendien dat hij de druk aankon. Dat moet ik nog leren. "Alles op zijn tijd. Door Kirsipuu te helpen op weg naar de laatste rechte lijn, maak ik geleidelijk aan progressie. Om zelf te kunnen meedingen voor de prijzen in de Ronde van Frankrijk moet ik nog een stuk sterker worden. Ik zal mijn krachten ook beter moeten leren doseren om over de bergen te geraken. Dat ik nooit een berggeit zal worden, staat buiten kijf. Voor een sprinter komt het erop aan om met een goede gruppetto, met een aantal ervaren renners, mee naar boven te rijden om zo binnen de tijdslimiet de aankomst te bereiken. Op je eentje in de bergen achterop geraken, zonder richtpunt : dat is pas erg." De Waele : "In de eerste dagen gingen we binnen de ploeg nagaan hoe goed Blijlevens was. Mijn eerste opdracht bestond erin hem in een zo goed mogelijke stelling naar de meet te brengen. Zou blijken dat hij niet kon winnen, dan mocht ik zelf voor een ritoverwinning proberen te gaan. Ik beschikte over de goede conditie, ook voor het kampioenschap al. Ik zou me dan vooral moeten mengen in de ontsnappingen, want je merkt : massaspurten zijn er nauwelijks geweest. Het parcours viel duidelijk niet in goede aarde bij de sprinters." De andere TourrennersCapelle : "Het aangekondigde duel tussen Armstrong en Ullrich beroerde vooraf alle wielerfans. Dat Armstrong er klaar voor was, bleek al in de Ronde van Zwitserland. Op l'Alpe d'Huez leek hij even niet in zijn beste doen, maar hij speelde poker. Het nummertje dat hij nadien opvoerde, getuigt van enorme klasse. Hij bewees, ook door zijn wilskracht en koersinzicht, dat hij de sterkste is in deze Tour." De Waele : "In onze ploeg zijn er toch een paar jongens door de mand gevallen. Mario Aerts en Kurt Van de Wouwer hadden dit seizoen alles op de Tour gezet. Ook voor hen zelf betekent dit falen een zware opdoffer. Aerts reed de Giro zelfs louter als voorbereiding op de Ronde van Frankrijk. Waaraan het ligt, is moeilijk te verklaren. Het vormpeil van een renner kan snel omslaan, maar conditie krijg je niet op bestelling. Van de Wouwer kwam in de Dauphiné in een sukkelstraatje terecht. Als je een week niet kan trainen, is het bijna onmogelijk om in de Tour met de besten mee te gaan. En als je alles zet op één wedstrijd en het valt tegen, is heel je seizoen mislukt. Ik denk dat Van de Wouwer zich voortaan beter toelegt op de Ardense klassiekers. Aerts heeft volgens mij nu wel begrepen dat hij dat vanaf volgend seizoen zéker moet doen en in de Tour enkel nog voor een ritoverwinning moet gaan." SprintkwaliteitenCapelle : "De twee intrinsiek rapste mannen in de Tour waren Tom Steels en Jaan Kirsipuu. Zonder daarover te willen opscheppen, denk ik dat Kirsipuu met mij als gangmaker moeilijk te verslaan is. Aan het einde van de eerste rit in Boulogne zat hij niet in mijn wiel, waardoor het niet lukte, maar in Straatsburg klopte het plaatje perfect. "Als ik me niet had rechtgezet, eindigde ik wellicht ook bij de eerste vijf, maar dat betekent niet zoveel. Het ging om de ritzege en die hebben we behaald. Om met de allersnelsten voor de overwinning te strijden, mis ik nog wat kracht. Maar dat komt wel, ik ben tenslotte nog maar vijfentwintig. Momenteel ben ik in een zuivere massasprint toch al sneller dan Zabel, zeker weten." De Waele : "De twee overwinningen die ik dit jaar behaalde, waren in de sprint. Zowel in Parijs-Nice als in de Dauphiné hield ik toch een aantal heel snelle jongens achter mij. Voordien was het me nog nooit gelukt om het hele peloton in de spurt te verslaan. In de jeugdreeksen mocht je altijd op mij rekenen als we met een groep van een man of tien naar de streep reden, maar echte groepsprinten kom je bij de nieuwelingen of junioren zelden tegen. "Bij de profs probeerde ik me altijd te mengen in de massaspurt. Meestal begon ik dan van de twintigste, vijfentwintigste positie om toch rond de vijftiende plaats te eindigen. Ik wist wel dat ik over voldoende snelheid beschikte, maar het grootste probleem vormde dat ik moeilijk positie kon kiezen. Als het een beetje gevaarlijk werd, hield ik elke keer in. Ik stond er ook altijd alleen voor, had weinig of geen ploegmaats die me vooraan in het peloton konden brengen in de laatste kilometers. Als je dan een keer kunt winnen, krijg je meer vertrouwen waardoor je dan weer wat meer risico durft nemen."De toekomstCapelle : "In de eerste plaats wil ik dit najaar mijn trui nog zoveel mogelijk tonen. Op langere termijn mik ik op het klassieke werk. Hoe mooi ik de Tour ook vind : als ik mag kiezen tussen winst in de Omloop het Volk en een Tourrit, kies ik voor het eerste. Mijn grote droom is om, na mijn twee zeges bij de beloften, ooit bij de profs de Ronde van Vlaanderen te winnen. En zo misschien in de voetsporen te treden van Johan Museeuw. Dat is de renner waar ik het meest naar opkijk. De manier waarop hij terugvocht, verdient alle lof. De Waele : "Het valt natuurlijk af te wachten of ik na mijn val snel weer in conditie geraak, maar ik wil dit seizoen zeker nog iets laten zien, bijvoorbeeld in Parijs-Tours. "Ik tekende voor twee jaar bij Mapei. Het was Tom Steels zelf die aandrong op mijn komst. Die waardering en de grote financiële kloof die er lag tussen het voorstel van Lotto en dat van Mapei, vergemakkelijkten mijn keuze. Lotto gaat nog één jaar door, maar wat daarna ? Bij Mapei ben ik toch al zeker van minstens twee jaar. Ik werd vooral aangetrokken om Tom bij te staan en de sprint voor hem aan te trekken. Ik hoorde al dat ik voor een groot deel hetzelfde programma zal krijgen dan Steels. Maar er zullen zich zeker nog mogelijkheden genoeg voordoen om voor mezelf te rijden. En dan reken ik in de eerste plaats op een aantal voorjaarsklassiekers. Als ik dit jaar in de Omloop het Volk meer mijn eigen kans ga, dan heb ik die eerste grote eendagszege misschien al op zak."door Roel Van den broeck en Pierre Bilic