Tijdens de Olympische Spelen in Peking zagen we opnieuw de Tom De Mul die we kenden van bij Ajax: de vinnige flankspeler die zijn rechtstreekse tegenstrever hoorndol maakt met haakbewegingen, snelheid en precieze centers. Bij zijn terugkeer in Andalusië moest hij echter opnieuw met de harde realiteit leren leven: plaatsnemen op de bank, of erger nog, op de tribune. Nog meer dan vorig seizoen dreigen de speelkansen ook dit seizoen vrij schaars te zullen blijven. De derby tegen Betis bekeek hij thuis op televisie. "Als de situatie niet verandert, zal ik in januari wel ergens anders mijn geluk moeten gaan beproeven. Het leven in Sevilla is heel mooi, maar als ik enkel op het veld mag staan om te trainen, ontbreekt er toch iets."
...

Tijdens de Olympische Spelen in Peking zagen we opnieuw de Tom De Mul die we kenden van bij Ajax: de vinnige flankspeler die zijn rechtstreekse tegenstrever hoorndol maakt met haakbewegingen, snelheid en precieze centers. Bij zijn terugkeer in Andalusië moest hij echter opnieuw met de harde realiteit leren leven: plaatsnemen op de bank, of erger nog, op de tribune. Nog meer dan vorig seizoen dreigen de speelkansen ook dit seizoen vrij schaars te zullen blijven. De derby tegen Betis bekeek hij thuis op televisie. "Als de situatie niet verandert, zal ik in januari wel ergens anders mijn geluk moeten gaan beproeven. Het leven in Sevilla is heel mooi, maar als ik enkel op het veld mag staan om te trainen, ontbreekt er toch iets." In de Ciudad Deportiva van Sevilla Fútbol Club traint CarlosCoto op een bijveld, namelijk dat van Sevilla Atlético, de satellietclub van FC Sevilla en de enige reserveclub van een eersteklasser die in de tweede afdeling uitkomt. De ex-speler van Moeskroen heeft een basisplaats bij dat team, dat zich wel in de onderste regionen van de rangschikking bevindt. Coto werd in 2007 Europees kampioen met de Spaanse nationale ploeg van min 19-jarigen en dat gebeurde eveneens in Oostenrijk. "Maar het was niet in het Ernst Happelstadion in Wenen, maar in Linz, waar de finale toch werd bijgewoond door zo'n 20.000 toeschouwers", verduidelijkt hij. Coto speelde bij alle nationale jeugdploegen vanaf de min 16-jarigen en werkte dus met verschillende trainers die instonden voor de opleiding van het jonge Spaanse voetbaltalent zoals onder meer JuanSantisteban en IñakiSáez. Ondertussen begint in Madrid ook EdouardKabamba stilaan zijn weg te vinden. De jonge Belgische spits van Congolese origine nam onlangs zijn intrek in een flat in de wijk Campo de las Naciones, op tien minuten rijden van het nieuwe trainingscentrum van Real, dicht bij de luchthaven van Barajas. Toen Standard bekendmaakte dat het een akkoord over de jeugdopleiding had afgesloten met de merengues, was de verwachting dat vooral jonge Spanjaarden op Sclessin zouden neerstrijken. Maar Kabamba was met een verhuis in de omgekeerde richting de eerste die concreet gestalte gaf aan de samenwerking. Kabamba: "Toen meester Jean- LouisDupont met het voorstel op de proppen kwam om naar Madrid te verhuizen, heb ik niet getwijfeld. Standard heeft al vier spitsen, zodat er weinig kans was dat ik met de eerste ploeg zou kunnen aantreden. Met Castilla, de satellietclub van Real Madrid, speel ik natuurlijk maar in de derde klasse, maar toch: de naam Real doet iedereen dromen. Ik train hier in hetzelfde trainingscomplex als de supervedetten. Soms zie ik hen in de massagezaal. Onlangs kruiste ik er bijvoorbeeld Pepe, Marcelo en SergioRamos." "Wat mij het meest verwondert, is niet zozeer dat Spanje in 2008 Europees kampioen werd, maar wel dat dit niet vroeger gebeurd is", zegt Tom De Mul. "Dit land loopt nu eenmaal over van talent." Eigenlijk heeft de Spaanse nationale ploeg het altijd goed gedaan, ook op grote toernooien, maar daarin faalde het team bijna systematisch in de kwartfinales. In die mate dat men het in het land van de tortilla's vaak heeft over la maledicción deloscuartos, de vloek van de kwartfinales. Ook dit jaar was Spanje er in die fase van de competitie bijna aan geweest voor de moeite als IkerCasillas zich tegen Italië niet de beste had getoond bij het nemen van de strafschoppen. Maar de kwalificatie enkel daaraan toeschrijven is wat kort door de bocht. "Eigenlijk beschikt Spanje over een hele generatie spelers die tot maturiteit zijn gekomen", legt Coto uit. "Het was al lang duidelijk dat er met jongens als Casillas, CarlosPuyol en XaviHernandez heel wat talentrijke spelers in de ploeg zaten, maar daar zijn nu nog enkele bijzonder getalenteerde jongeren bijgekomen zoals Fernando Torres, Ramos, DavidSilva en AndrésIniesta. En ondertussen is alweer een vers blik met zeer begiftigde spelers zoals BojanKrkic en DiegoCapel opengetrokken. In de toekomst zal Spanje dus wellicht even briljante resultaten halen als nu." "Wat in vergelijking met de vroegere grote toernooien vooral veranderd is, is de mentaliteit", benadrukt spelersmakelaar Jorge JesusMesas. "In Zwitserland en Oostenrijk stond er eindelijk een hechte groep op het terrein. De selección plukte ook de vruchten van het werk van lange adem. Kijk er de erelijsten van de toernooien bij de jeugdploegen maar op na: Spanje heeft in alle leeftijdscategorieën de Europese titel veroverd. Het kon eigenlijk haast niet anders of de A-ploeg zou op een of andere dag een vervolg aan dat succesverhaal breien. De stijl van het Spaanse voetbal wordt gekenmerkt door wat men de toque of de tiki- taka, noemt, kort combinatievoetbal in één tijd. Spelen op balbezit om vervolgens op het juiste moment, zoals een torero, toe te slaan. "Ik denk ook dat LuisAragonés een niet te onderschatten rol heeft gespeeld: hij kneedde een groep die in staat is om het voetbal te brengen dat hij voor ogen had en hij maakte keuzes waar aanvankelijk nogal wat controverse over was, maar uiteindelijk hebben de resultaten hem gelijk gegeven. En niet onbelangrijk is volgens mij ook dat tijdens Euro 2008 de selección bestond uit een groot aantal spelers van dezelfde generatie die op dezelfde manier tegen voetbal aankijken." "Er wordt hier heel anders met de jeugd gewerkt dan in België", getuigt Coto. "En er is hier natuurlijk ook een immens reservoir aan talent. Voor het EK van 2007 voor min 19-jarigen waren we veertien dagen samen met een groep van 22 spelers. De coach moest er nog vier laten afvallen om tot de uiteindelijke selectie van achttien te komen, waar ik gelukkig ook bij zat. We kenden elkaar allemaal erg goed in die groep, omdat we al verschillende jaren samen speelden. Dat was onze collectieve kracht. Bovendien was er een aantal jongens bij die al vol-waardige eersteklassers waren, zoals JuanManuelMata, de spits van Valencia, SergioAsenjo, de doelman van Valladolid, DiegoCapel, de linksachter van FC Sevilla en CésarAzpilicueta, de middenvelder van Osasuna. Anderen, zoals ook ik nu, moeten zich nog tevredenstellen met wedstrijdervaring in tweede klasse, maar ook de Spaanse tweede klasse haalt een heel goed niveau. Dat speelt ook een rol bij de ontwikkeling van de jeugd. Niemand kan er in ieder geval naast kijken dat Spanje het land is dat het grootste aantal Europese titels behaalde bij de min 17-, min 19- en min 20-jarigen. En alle kenners zijn het erover eens dat de generaties die na ons komen nog beter zijn. IñakiSáez is zowat de geestelijke vader van heel wat van die jongens. Het werk op het veld laat hij vandaag de dag over aan andere coaches, maar hij is er nog altijd bij om te superviseren." Tijdens Euro 2004 in Portugal was Sáez gepromoveerd tot coach van het A-team maar dat werd geen succes. "Het is spijtig dat trainers vaak alleen worden beoordeeld op hun resultaten", zucht Coto. "Iñaki heeft in Portugal gewoon geen geluk gehad, maar dat doet niets af van zijn verdiensten. Bij de jeugd heeft hij immers al meer dan eens bewezen dat hij niet alleen een grote trainer is, maar ook iemand met enorme menselijke kwaliteiten. De manier waarop in Spanje met de jeugd gewerkt wordt in de richting van een welbepaald soort voetbal is volgens mij een voorbeeld voor alle Europese landen. Die zullen ook al wel gemerkt hebben dat het Spaanse voetbal de laatste drie à vier jaar enorme progressie heeft gemaakt. Daar is het afgelopen zomer eindelijk voor beloond. Ik denk dat Casillas gelijk had toen hij verklaarde dat iedereen de komende vier jaar zal beseffen dat Spanje de beste ploeg van Europa is." Wie zijn in die ploeg nu de talentrijkste spelers? "We zouden heel wat namen uit de selectie kunnen noemen", zegt De Mul. "Vooraan ben ik bijvoorbeeld nog meer onder de indruk van DavidVilla dan van Torres. Maar de sleutelfiguur uit de selectie is volgens mij Xavi, die als een echte metronoom het team dirigeert. En het lijkt bij hem allemaal zo gemakkelijk te gaan. Hij verliest echt nooit een bal." Het kennersoog van De Mul heeft wellicht gelijk. Xavi is geen supervedette, fans lopen zich niet het apenzuur om zijn shirtje met nummer 8 te bemachtigen en hij legt in de media nooit ronkende verklaringen af, maar hij is inderdaad wel degelijk de belangrijkste motor van de huidige selección. Fernando Torres is veel mediatieker dan Xavi en hij speelt duidelijk ook een rol in het Spaanse succes. De blonde spits werd Europees kampioen bij de min 16-jarigen in 2001 en bij de min 19-jarigen in 2002. Hij werd in die toernooien ook telkens topscorer en verkozen tot beste speler. In 2007 gaf hij zijn carrière een nieuwe wending door te verhuizen van Atlético Madrid, de club waarvoor hij twaalf jaar speelde, naar Liverpool. En dat was een enorm succes: in zijn eerste seizoen in de PremierLeague, scoorde hij meteen 33 doelpunten, waarvan 24 in de competitie. En op Euro 2008 schonk hij zijn land de titel door in de finale de enige goal van de match te maken. "Ik houd me al met hem bezig sinds zijn veertiende", zegt zijn adviseur Jorge Lera. "Op die leeftijd gaat het niet om het aanbieden van de mooiste contracten, maar om het voeren van gesprekken met de ouders om aan te geven hoe de toekomst van hun zoon eruit zou kunnen zien. Bij Fernando zagen we onmiddellijk technische en fysieke kwaliteiten waaruit we konden afleiden dat hij een hele grote zou worden. Bovendien is hij een heel sociale jongen die altijd bereid is om te luisteren naar de adviezen die meer ervaren mensen hem geven. Sommige spelers hebben alles in de benen en niets in het hoofd. Bij hem is er sprake van een groot evenwicht. Het is niet voor niets dat hij al op zijn 20ste de aanvoerdersband droeg bij Atlético Madrid. De fans van de colchoneros, die nog weenden bij zijn vertrek, zijn nu blij als hij scoort voor de Reds, want ze beschouwen Fernando nog altijd als een van hen. Dat hij zich zo snel aan het Engelse voetbal heeft kunnen aanpassen, was voor iedereen wel een verrassing. Zelfs de taal vormde geen obstakel. Sommigen menen dat het komt omdat het snelle Britse spel hem uiteindelijk beter ligt dan het Spaanse, en ik denk dat daar wel iets in zit. Hij heeft in ieder geval de Britse harten al veroverd en stevent af op bijna dezelfde status als boegbeeld StevenGerrard. Voor een zuiderling wil dat toch wel een en ander zeggen. We zijn nu met verschillende mensen om hem te begeleiden, onder meer ook in financiële aangelegenheden en in mediatraining. Fernando wordt enorm veel gevraagd, en die vragen zullen, gezien zijn prestaties bij Liverpool en bij de nationale ploeg, alleen maar toenemen. Ondertussen voelt hij zich bijzonder goed bij Liverpool. Hij aast zeker niet op een nieuwe transfer. En ook met de sponsoringcontracten zijn we voorzichtig. Torres is op een punt gekomen dat rust en levenskwaliteit belangrijker zijn dan grote geldbedragen. Als hij op alle voorstellen zou ingaan, zou hij geen moment meer overhouden voor zichzelf of voor zijn familie." Een ander opvallend nieuw fenomeen is dat Spaanse spelers, die vroeger geen enkele reden zagen om naar het buitenland te verkassen omdat ze toch al in de LigadelasEstrellas speelden, nu wel hun grenzen verleggen. "Vanaf 2000 zijn Spanjaarden ook naar het buitenland beginnen te gaan", zegt spelersmakelaar Mesas. "Aanvankelijk ging het niet om echte topspelers en ze verhuisden bijvoorbeeld naar Schotland, maar zo is dat proces toch op gang gekomen. Door de Europese titel zullen ongetwijfeld nog meer Spanjaarden naar het buitenland verhuizen. De nationale ploeg wordt nu vooral op een andere manier gezien." "Dat Spanjaarden nu gemakkelijker naar het buitenland vertrekken, komt ook omdat er steeds meer buitenlanders zijn die hen in de Liga de weg versperren", laat Coto nog optekenen. "Er is weliswaar een beperking voor de spelers van buiten de Europese Unie, maar er spelen uit zowat alle Europese landen heel wat spelers in de Spaanse competitie. Die zorgen voor concurrentie die de Spanjaarden naar het buitenland drijft. Bovendien zijn de meeste Spanjaarden die naar buitenlandse clubs gaan niet afkomstig van Real of Barcelona, maar van meer bescheiden teams. Dat komt omdat ook zij graag de Cham-pions League willen spelen. Denk maar aan DanielGüiza die verkaste van Mallorca naar Fenerbahçe, XabiAlonso die Real Sociedad ruilde voor Liverpool en zijn teamgenoot bij de Reds, AlvaroArbeloa, die afkomstig is van Deportivo. Uiteindelijk komt die exodus naar het buitenland ook de nationale ploeg ten goede, want spelers die zich moeten aanpassen aan een andere speelstijl en een andere mentaliteit leren onvermijdelijk heel veel bij. Ik heb dat zelf ook ervaren in dat ene jaar dat ik in België speelde. Dat was voor mij een groot geluk want ik heb er een heel andere voetbalcultuur leren kennen. In België wordt bijzonder fysiek gevoetbald en in tegenstelling tot wat in Spanje het geval is, houdt men de bal bijna nooit in de voet. Hier is dat wel het geval en wordt er veel meer over de grond gecombineerd. De lange bal wordt slechts in allerlaatste instantie gehanteerd." Kan het verklaren waarom Spaanse voetballers het moeilijk hebben om door te breken in België en Belgische hun wil niet kunnen opdringen in Spanje? "Misschien, maar als je over Tom spreekt, denk ik dat hij wel heel goed aangepast is aan Spanje. Hij heeft ook heel wat talent. Alleen is het zo dat hij tegen een onverbiddelijke concurrentie moet vechten. Met jongens als LautaroAcosta en Adriano op de flanken zijn de speelkansen voor hem beperkt. Je ziet ook dat JesusNavas en DiegoCapel, de twee internationals van FC Sevilla, zelf vaak op de bank moeten zitten. Als ik in Tom zijn plaats was, zou ik er alles aan doen om uitgeleend te raken aan een andere club, waarbij de concurrentie minder groot is. Hij heeft nu echt nood aan zoveel mogelijk speelminuten." Blijft de Spaanse competitie voor De Mul desondanks de mooiste competitie van Europa? "Ja, samen met de Premier League, ook al gaat het om twee totaal verschillende stijlen", zegt hij. "Veel buitenlanders zijn hier van topkwaliteit. Als je hier kan spelen is de Liga fantastisch, maar vanop de bank of de tribune, is het natuurlijk iets minder." Het voetbalweekblad DonBalón rangschikte de opleidingscentra van de verschillende Spaanse clubs op basis van het aantal spelers uit de centra dat nu in eerste klasse speelt. De top vier bestaat uit Real Madrid (met spelers als Iker Casillas, Raúl, Guti, RubenDelaRed, MiguelTorres, JavierPortillo, EstebanGranero, JavierBalboa ...), FC Barcelona ( VictorValdés, CarlesPuyol, Xavi Hernandez, Bojan Krkic, GiovanniDosSantos, LionelMessi, AlbertJorquera, SergioBusquets, GérardPiqué, ThiagoMotta ...), Athletic Bilbao (een speciaal geval omdat de club volgens de statuten verplicht is om enkel Basken op te stellen en dus wel uit de eigen jeugd moet putten) en FC Sevilla (Sergio Ramos, nu bij Real Madrid, en JoséMari nu bij Villarreal). "Het is duidelijk dat de twee grootste teams uit de competitie ook over de financiële middelen beschikken om een degelijk uitgewerkte jeugdstructuur uit te zetten", zegt JosepColomer, directeur van de jeugdschool van FC Barcelona. "We hebben de middelen om de beste jongeren aan te trekken. Ik heb dan ook niet de pretentie om te beweren dat we in ons opleidingscentrum La Masía beter werken dan elders, maar als ik toch een bijzonder kenmerk van de opleiding bij Barça mag benadrukken, wil ik zeggen dat we vooral werken op techniek en dat we daarnaast ook heel veel aandacht besteden aan de geestelijke ontwikkeling van de jongens." Dezer dagen wordt bij de blaugrana de overstap van La Masía naar het A-team trouwens versneld. "Dat is natuurlijk te danken aan PepGuardiola, die met het B-team heeft gewerkt en alle jongeren goed kent", zegt XavierEnsenyat, journalist bij DonBalón. "Een jonge voetballer opleiden houdt heel wat aspecten in", zegt JuanRamonLopezCaro, de vroegere trainer van Real Madrid B, dat nu wordt geleid door JulenLopetegui. "Techniek is één zaak, maar er moet ook hard gewerkt worden aan de mentale kracht, de fysiek, de intelligentie en het gevoel voor het collectief. In het opleidingscentrum van Real zijn er al op heel jeugdige leeftijd individuele gesprekken over techniek en tactiek. Iedereen weet dat de lat bij ons bijzonder hoog ligt. Ik zou zelfs zeggen dat 10 op 10 hier niet volstaat. We mikken meer op 12 op 10." S door daniel devos