Geen targetman
...

Geen targetman"Ik vind nog altijd dat Sandy Martens op de flank zeer nuttig werk kan leveren", zegt Herman Vermeulen, die als assistent-trainer van AA Gent zes jaar met hem werkte. "Wegens zijn snelheid, met en zonder bal, zijn infiltratievermogen en zijn fysieke capaciteit. Maar ook omdat flankaanvallers zo schaars zijn geworden. In het centrum zie ik hem het liefst als tweede spits, als schaduwspits, of als offensieve middenvelder zoals vorig seizoen in de aanvallende driehoek van Club Brugge. Hij is zeker niet die diepe centrale spits, niet die targetman, omdat hij de duels schuwt en er ook niet de body, de morfologie voor heeft. "Als hij zoals nu toch in die positie speelt, is de invulling ervan anders. Hij kan dat oplossen door af te haken, dieper terug te zakken en dan op intuïtie en op snelheid op de centrale verdedigers af te gaan. Zo is hij het gevaarlijkst. Een Aarst bijvoorbeeld is heel dominant in de zestien meter, op voorzetten van de flank. Sandy echter doet graag zijn zaak van buiten de zestien meter, zoekt daar zijn juiste manier van lopen en van aanspeelbaar zijn. Sandy, die springkracht heeft, scorend vermogen en ook wel het overzicht behoudt, stond ook bij ons bij momenten centraal, maar zijn beste wedstrijden speelde hij toch op de flank. "Dat Sandy er momenteel staat bij Brugge, heeft meer met vertrouwen dan met positie te maken. In principe moet hij altijd tot de typeploeg behoren. Hij heeft het potentieel om het op te eisen, zowel op de flank als centraal, maar hij eist het niet op en heeft het moeilijk om het af te dwingen. Dat komt omdat de concurrentie bij Brugge natuurlijk niet gering is; omdat Sandy niet voldoende overtuigd is van zichzelf; omdat van zodra het eens wat minder is hij onmiddellijk met twijfels zit en gaat piekeren; omdat hij een zachtaardig iemand is en voetbal iets hard. Je hebt er die sterker worden van kritiek, maar hij niet. Sandy heeft de steun nodig van iedereen en die is er niet altijd."Blijkbaar steunen de supporters hem nu toch. Hij is ondertussen ook al een tijd in Brugge, toch een warme club. Hij zal er zich ook wel al prettiger voelen, een beetje thuis misschien, zoals in Gent destijds waar hij zich zo sterk voelde. Nu hij moet bevestigen, kunnen twee dingen hem daar bij helpen. Als de plaats vacant blijft en de spelers rond hem in de ploeg hem helpen, kan hij sterker worden. Indien niet, staat hij weer alleen en dat is het slechtste wat Sandy kan overkomen."Mobiele linkerspits"Sandy is een grote, kopbalsterke jongen en nu Lange is weggevallen, is hij in de plaats gekomen", zegt Eddy Snelders, die (ook) assistent-bondscoach was toen Martens onder Georges Leekens debuteerde in de nationale ploeg. "We namen hem toen mee op die Azië-trip als tweede spits, een beetje hangend aan de linkerkant, omdat hij op die positie sterk bezig was bij Gent. Tegen Zuid-Korea wonnen we met 1-2 en maakte hij trouwens beide doelpunten. Hij was toen zeker niet de centrale targetman. Sandy was geen vastgepikeerde speler, hij had heel wat bewegingsmogelijkheden en was vrij mobiel. Gent deed het met twee man in de spits en met zijn snelheid en infiltratiekracht speelde Sandy een beetje in een vrije rol vanaf links - uitwijkend naar links. Dat was toen zijn beste positie, van waaruit hij ook makkelijk scoorde. Nu is het een beetje afwachten wat zijn verdere evolutie wordt." Diepe spits"Van origine is Sandy Martens een centrumspits", zegt bondscoach Aimé Anthuenis, die hem destijds van Brakel naar Waregem wilde halen. "Hij was toen een scorende spits, die er meer dan twintig maakte in een centrale positie en in beeld was bij zowat alle eersteklassers. Hij is een beetje polyvalent, met zijn snelheid mag hij voor mijn part op de flank spelen, maar toch niet gebonden : hij moet wat naar binnen kunnen komen. Martens is tweevoetig en shot makkelijk op doel. In tegenstelling tot de meeste andere grote jongens kan hij zeer kort uithalen, vanuit stand, zonder aanloop - zie de tweede goal tegen La Louvière. Misschien dat hij in de lucht nog onvoldoende gebruik maakt van zijn lengte. "Ik denk dat hij het best rendeert zoals de meeste echte, scorende spitsen : in het centrum. Soms is hij daar weggetrokken wegens de veldbezetting of een overschot aan spitsen. Ik ben ervan overtuigd dat Martens, Saeternes, Lange en Duarte van nature allemaal meer centrumspitsen dan flankaanvallers zijn, maar misschien is Martens degene die zich het meest leent tot een alternatieve oplossing. Lange of Saeternes kan je nooit op de kant zetten, hé. Misschien dat hij al het slachtoffer is geweest van zijn polyvalentie. "De beste rol van Sandy Martens is diep in de spits, in 4-3-3 of in 4-4-2 met iemand naast, voor of achter zich. Als je hem in 4-4-2 op de buitenkant zet, val je meer terug op zijn loopvermogen en zijn fysieke kracht en neem je hem veel van zijn kwaliteiten af : zijn promptheid van sjotten en zijn scorend vermogen."Geen echte midvoor"Weinig spelers zijn zo snel als Sandy, misschien dat hij die snelheid op de flank beter kan gebruiken", zegt zijn ploegmaat en middenvelder Gaëtan Englebert. "Misschien verkiest hij centraal te spelen met twee spitsen, maar ik denk dat het voor hem eigenlijk niet veel uitmaakt of hij in het centrum of op de flank staat. Als hij in goeie vorm is, heeft hij zijn plaats in de ploeg, dan kan hij zowel centraal als op de flank het verschil maken. Hij heeft vooral vertrouwen nodig. Momenteel scoort hij niet alleen geregeld, hij devieert ook veel ballen met het hoofd, wat ruimte geeft aan de andere spitsen. Als je mij vraagt : centrumspits of buitenspeler, zeg ik : tussen de twee ( lacht). Een echte midvoor, iemand die in de zestien meter blijft en goals maakt uit het niets, is hij niet. Hij is meer iemand die ruimte nodig heeft. Maar zoals hij nu bij ons centraal speelt, kan hij een beetje overal bewegen. En dat ligt hem ook." Centrumspits"Zoals hij nu presteert, is Sandy voor mij een centrumspits", zegt Eddy Martens, vader van Sandy. "Hij heeft snelheid en twee voeten, hij wint acht van de tien kopduels, is goed in de targets, devieert makkelijk en scoort. Het allerbeste voor Sandy is een systeem met twee centrumspitsen, omdat hij eigenlijk moet kunnen zwerven, terwijl zijn taak nu vooral is de bal af te leggen en diep te gaan staan. Sandy is in Brugge altijd een beetje 't depanneurke geweest, hé. Je moet ook altijd zien wie hem omringt. Spelers als Stoica en Simons in zijn rug is interessant, hé, voor een spits. En als ik bijvoorbeeld zie wie er in de nationale ploeg op de flanken staat, jongens als een Goor, ja, dan zeg ik : dat zou pas écht ideaal zijn voor Sandy." Polyvalente spits"Sandy Martens is een aanvaller en een aanvaller moet in verschillende posities kunnen spelen", zegt Trond Sollied, sedert drie jaar zijn trainer bij Club Brugge. "Bij Brugge moet een aanvaller bovendien weten dat wij zonder wingers spelen, maar wel met drie aanvallers die onderling van positie wisselen. Als Sandy zich fit voelt, in conditie is en mentaal oké, kan hij op heel veel posities goed spelen. Vorig seizoen deed hij het zelfs een tijd in het middenveld. Sandy heeft techniek, snelheid, lengte en kan combineren, dus beschikt hij in feite over alle kwaliteiten die nodig zijn voor de positie die hij nu speelt. "Wat er nog beter kan ? Alles kan altijd nog beter. Sandy kan bijvoorbeeld nog wat rustiger worden bij een doelkans. Bij Sandy gaat het ook nog een beetje op en neer, ook in de match zelf. De enige weg om dat nog te verbeteren, is hard werken. Wat ik voor hem kan doen ? Ik kan hem steunen, hem feedback geven in zijn manier van spelen, zijn aandacht nog meer vestigen op de details van een wedstrijd, maar híj moet het doen natuurlijk. Ook Sandy wordt ouder, dus groeit hij, maar zoveel jaren heeft hij toch ook nog niet op topniveau gespeeld. Ik ben ervan overtuigd dat hij nog veel progressie kan maken."door Christian Vandenabeele'In de nationale ploeg, met Goor op de flank, dat zou ideaal zijn voor Sandy.'