Eigenlijk is ze op een vreemd moment opnieuw tot de nummer één van de wereld opgeklommen. Want : de drie Grand Slamzeges op de erelijst van Lindsay Davenport (25) dateren van vroeger. Dit jaar miste ze de grote afspraken, ze voelt zich niet te beroerd om dat toe te geven. Maar ze won in 2001 wel zeven toernooien. En haar kwalificatie voor de finale van de Masters in München - finale waarvoor ze forfait gaf als gevolg van een knieletsel dat ze opliep in haar halve finale tegen Kim Clijsters, waardoor Serena Williams de titel in de schoot geworpen kreeg - stuwde haar omhoog tot op de eerste plaats van de wereldranglijst.
...

Eigenlijk is ze op een vreemd moment opnieuw tot de nummer één van de wereld opgeklommen. Want : de drie Grand Slamzeges op de erelijst van Lindsay Davenport (25) dateren van vroeger. Dit jaar miste ze de grote afspraken, ze voelt zich niet te beroerd om dat toe te geven. Maar ze won in 2001 wel zeven toernooien. En haar kwalificatie voor de finale van de Masters in München - finale waarvoor ze forfait gaf als gevolg van een knieletsel dat ze opliep in haar halve finale tegen Kim Clijsters, waardoor Serena Williams de titel in de schoot geworpen kreeg - stuwde haar omhoog tot op de eerste plaats van de wereldranglijst. Alvast tot in januari ben je de nummer één van de wereld. Welk gevoel geeft dat ?Lindsay Davenport : Absoluut geen gevoel. Ik weet dat het bizar klinkt maar die eerste plaats vind ik niet belangrijk. Ik heb nooit veel belang gehecht aan het WTA-klassement, ik heb nog nooit getennist met in mijn achterhoofd de gedachte dat ik in die ranking een paar plaatsen kon winnen. Toen ik een maand voor de Masters in München het Europese indoorseizoen aanvatte, was ik helemaal niet bezig met het einde van het seizoen. Wat drijft je dan wel op een tenniscourt ?Ik probeer een zo hoog mogelijk niveau te bereiken op basis van de kwaliteiten die ik heb. Ik wil weten hoe ver ik kan geraken op technisch en fysiek vlak : dat is het wat me motiveert. Toernooien en vooral Grand Slamtoernooien winnen vind ik veel belangrijker dan het WTA-klassement.Maar de beste van de wereld zijn - het is toch niet mogelijk dat je dat helemaal niets doet ?De eerste keer, in 1998, heeft het me ongelooflijk veel plezier verschaft. Toen vond ik het fantastisch omdat ik nooit gedacht had dat ik het ooit zou meemaken. Daarna kwam er een periode waarin Martina Hingis en ik elkaar afwisselden als nummer één. Toen telde dat klassement al veel minder voor mij. In München leek je bijna te suggereren dat je die eerste plaats niet verdiende.Dat is ook zo, ik moet dat toegeven. Ik blijf ervan overtuigd : als Venus Williams dit jaar wat meer gespeeld had, dan stond zij nu eerste. Zij heeft Wimbledon en de US Open gewonnen. Dat kan ik niet zeggen. Ik heb wel zeven toernooien gewonnen, maar in de Grand Slamtoernooien ben ik telkens uit de bocht gegaan. Ik kon geen enkele keer tot de finale doordringen. Wat vond je van het forfait van Venus Williams voor München ?Ze heeft het recht om niet te spelen. Ik vind wel dat ze duidelijker had moeten zijn. Vlak voor het toernooi verstuurde ze een perscommuniqué waarin stond dat ze zeker in München aanwezig zou zijn. Had ze dat niet gedaan, zou ze heel wat geroddel vermeden hebben.Vind je niet dat de beste speelsters van de wereld een soort van morele verantwoordelijkheid hebben tegenover de organisatoren en tegenover het publiek ?Helemaal niet. Tennis is een individuele sport. Wij hebben het statuut van zelfstandige en dus zijn we volkomen vrij om te bepalen waar we spelen en waar niet. Daar mag geen enkele verplichting bij komen kijken. We hebben geen enkel contract : niet met de WTA Tour en ook niet met iemand anders. Voor het seizoen is er niemand die ons geld geeft om aan toernooien deel te nemen.Na je overwinning tegen Kim Clijsters in de halve finale van de Masters liet je je opvallend vleiend over haar uit.Terecht. Kim heeft een fenomenaal seizoen 2001 achter de rug. Ze is van de toptwintig tot op de vijfde plaats doorgestoten en ze is nog heel jong. Ze beschikt over een enorm atletisch potentieel en in vergelijking met een jaar eerder is ze veel constanter geworden.Wat heeft ze nodig om nog een stap vooruit te zetten ?Alleszins niet veel, hooguit een beetje tijd. Met de tijd en de ervaring die je dan opdoet, leer je om de betere speelsters te overwinnen. Kim zit nog in volle leerschool en ze leert bijzonder snel, geloof me.Misschien worden de media te ongeduldig ?Dat probleem stelt zich soms. Journalisten hebben wat te veel de neiging om zich af te vragen waarom een speelster nog niet op nummer één staat of nog geen Grand Slamtoernooi gewonnen heeft. Vergeet toch niet dat Kim er op Roland Garros heel dicht bij gekomen is. Maar wat ze tot nog toe gepresteerd is, mag best gezien worden.In de wedstrijd tegen Clijsters liep je een knieblessure op.Die is er gekomen in de tie-break van de derde set. Kim plaatste een bal die achter het net doodviel en toen ik naar die bal liep, werd ik een pijn in de rechterknie gewaar. Aanvankelijk had ik weinig pijn, maar het was toch een geluk dat de wedstrijd twee punten later beslist was, zodat ik niet echt meer diep moest gaan. 's Anderendaags kon ik op dat been niet meer steunen. Ik probeerde op training wat balletjes te slaan en ik begreep meteen dat ik die finale nooit zou kunnen spelen. De diagnose luidde : een kneuzing van het bot. Het was dezelfde blessure die me in maart buitenspel gezet heeft. Toen bleef ik elf weken buiten strijd. Ik hoop dat de gedwongen rust deze keer korter zal uitvallen. Gelukkig valt deze blessure nog niet slecht, zo op het einde van het seizoen. Maar normaal gezien, wil ik toch in december de trainingen hervatten met het oog op de Australian Open. Voor de eerste keer staan we voor een relatief lange onderbreking. Het seizoen werd op 11 november officieel afgesloten met de Federation Cup, maar voor veel speelster was het al vroeger afgelopen. Nog lang voor de Masters dus, wat betekent dat veel speelsters van bijna twee maanden vakantie konden genieten. Dat is perfect.Wat de confrontaties met de zusje Williams, betreft kan je alleen maar een negatieve balans voorleggen : geen enkele overwinning tegenover zes nederlagen. Is dat een extra stimulans in het vooruitzicht van 2002 ? Venus was dit jaar moeilijk te verslaan, dat gold niet alleen voor mij. Gedurende een aantal maanden kon ze het niveau van haar spel serieus optrekken en ik kende de brute pech om haar telkens te ontmoeten toen ze in een dag van genade verkeerde. Tegen Serena heb ik gespeeld tijdens de US Open en dat was kantje-boordje. Ik verloor op een moment dat ik zeer goed in de match kwam en een paar kansen liet voorbijschieten. Maar de zusjes Williams zijn allebei zeer sterk. Ze hebben veel kracht en ze serveren schitterend. Heb je de indruk dat ze zichzelf overschatten ?De tegenstander intimideren, maakt zonder twijfel deel uit van het spel. Serena en Venus doen dat schitterend, maar tegenover de speelsters uit de topvijftien pakt dat niet. De laatste keer dat ik door een tegenstander geïntimideerd was, was tijdens mijn Wimbledonfinale tegen Steffi Graf. Alleen al het besef wat ze allemaal al had gepresteerd op het Centre Court van de All England Club deed me iets. Maar intimidatie is niet noodzakelijk een slechte zaak. Hoewel, als u me nu zou vragen om op gravel tegen een Spaanse te spelen, dan denk ik dat ik mezelf in mijn hotelkamer zou opsluiten. ( lacht). Intimidatie buiten de tenniscourt, ken je dat ook ?Ja, telkens als ik met de pers geconfronteerd word ( lacht). Iets zeggen, een discours afsteken was in het begin zeker niet vanzelfsprekend voor een schuchter iemand als ik. Mettertijd is dat verbeterd. Wat beschouw je als je grootste uitdaging voor de toekomst ?In de wereldtop blijven. Het blijft een interessante challenge om de beste speelsters van de wereld te kloppen, en de meisjes die in volle opmars zijn. Want het niveau van het damestennis stijgt elk jaar. En natuurlijk blijven de Grand Slamtoernooien prioriteit. Op dat gebied was het afgelopen seizoen niet zo geslaagd. Daar moet ik zeker aan werken.Is het niet moeilijk om telkens die court op te stappen in het besef dat jij de te kloppen speelster bent ?Ik geniet ervan om tegen iemand te spelen die sterker is dan ik. En aan wedstrijden te beginnen waarin je niks te verliezen hebt. Wat je zegt klopt, maar ik denk dat ik bewezen heb dat ik dergelijke situaties aankan.Met welke ambities ben je aan het Europese indoorseizoen begonnen ?Ik had het gevoel dat ik er veel van mocht verwachten. Ik ben op indoorcourts op mijn best, en na de US Open ben ik goed blijven doortrainen. Ik mikte om te beginnen op het toernooi van Moskou, maar dan zijn de aanslagen van 11 september gekomen en durfde ik er niet naartoe vliegen. Ik gaf er de voorkeur aan in de Verenigde Staten te blijven tot de rust weerkeerde. Dan ben ik afgereisd naar Filderstadt met de bedoeling om in Europa een maand mijn beroep te gaan uitoefenen. Net zoals iedereen.Het is ook niet slecht verlopen, met overwinningen in Filderstadt, Zürich, Linz en een finale op de Masters. Heb je je nooit vermoeid gevoeld ?Nee, want indoortennis is veel minder vermoeiend. De rally's vallen doorgaans kort uit. En als je drie toernooien op rij wint, haalt het vertrouwen de bovenhand op de vermoeidheid. Jammer dat ik in München die blessure opliep. Ik had nog genoeg fysieke krachten in voorraad om Serena te bekampen. Vooral omdat het voor mij sowieso de laatste match van het seizoen was.Ondanks de druk die op je weegt, geef je op een court de indruk dat je altijd heel positief blijft. Hoe doe je dat ?Ik wil je toch eerst vertellen dat ik geregeld kwaad op mezelf ben, want ik ben een nogal perfectionistisch type. Maar het is waar, eens een wedstrijd voorbij is, kan ik ze gemakkelijk relativeren. Dan kan ik goed het onderscheid maken tussen een forehand en wat werkelijk belangrijk is in het leven. Relativeren is fundamenteel. En dat verhindert me niet om ambitieus te zijn en te blijven werken om me te verbeteren.Net als Pete Sampras ben je doorgaans nogal ongelukkig op Roland Garros. Is dat het toernooi dat je nog het liefst wil winnen ?Dat mag je zeker zeggen. Het is de enige Grand Slamtitel die op mijn erelijst ontbreekt. Ik denk dat ik een mirakel nodig heb om in Parijs te winnen ( lacht). Is gravel zo'n nachtmerrie voor jou ?Laat ik het zo zeggen. Telkens als ik voor het eerst in het seizoen op een gravelcourt stap, zeg ik tegen mezelf : oh, wat gaat deze maand weer lang duren. Maar ik blijf positief. De zege van Mary Pierce geeft me hoop. Mary is ook niet wat je een typische gravelspeelster zou kunnen noemen. En ze is er toch in geslaagd door van in het begin tot aan het einde, in elke wedstrijd, in elke set, in elk spel, het winnend punt op te zoeken. Dit gezegd zijnde, zie ik meer en meer speelsters opduiken die op gravel goed uit de hoek komen. door Florent Etienne