De naam zal slechts weinigen iets zeggen: Paul Massa was tussen 1937 en 1972 bijna 35 jaar voorzitter van STVV. Voordien, tussen 1925 en 1959, stond Frans De Rycke als trainer aan het roer van de Haspengouwse club. Van veel wissels was er binnen het huidige STVV toen geen sprake.
...

De naam zal slechts weinigen iets zeggen: Paul Massa was tussen 1937 en 1972 bijna 35 jaar voorzitter van STVV. Voordien, tussen 1925 en 1959, stond Frans De Rycke als trainer aan het roer van de Haspengouwse club. Van veel wissels was er binnen het huidige STVV toen geen sprake. Supporters kunnen alleen maar mijmeren over dat verleden. Zeker over de periode in de jaren zestig toen Sint-Truiden, medio 1966, tweede werd in het kampioenschap, na Anderlecht. Frans Smeets was toen eerst als bestuurslid en later als voorzitter het uithangbord van de club. Een jurist die, uiteraard, vlot ter taal was. Een echte gentleman ook, een man van overleg en vooral van zijn woord. Met Smeets ook stond Raymond Goethals, tussen 1959 en 1966, aan het hoofd van de club. Tussen beiden bestond er een hechte band. Smeets vergaderde elke vrijdagavond met de trainer in een lokaal. Toen werden alle mogelijke opstellingen op een bierkaartje genoteerd. Bierkaartjes zou Goethals later in zijn carrière nog vaker gebruiken als hij in interviews zijn tactiek duidelijk wilde maken. Over Smeets doen verschillende verhalen de ronde. Zo trommelde hij eens de nacht voor een wedstrijd de brandweer op om het kurkdroge veld nat te spuiten. Zodat STVV op een akker zijn favoriete spel kon ontwikkelen, gestoeld op karakter en engagement. Smeets moest op de bank altijd naast Goethals plaatsnemen en vlijtig noteren hoe vaak de tegenstander zich verstikte en verstrikte in zijn geheim wapen: de buitenspelval. Het record bedroeg 32 keer! Goethals had het idee van die buitenspelval, eerder bij Anderlecht door de Franse trainer Pierre Sinibaldi ingevoerd, geperfectioneerd. Hij beschikte over een spijkerharde, maar vooral intelligente defensie. En als iemand al eens door de mazen van het net glipte, dan was er de ver uit zijn doel spelende keeper Leon Bosmans. Raymond Goethals leidde Sint-Truiden naar het grootste succes uit zijn geschiedenis toen de club in 1966 tweede werd in het kampioenschap. Het elftal beheerste de buitenspelval op zo een perfecte manier dat de Kanaries na het seizoen werden uitgenodigd voor een vriendschappelijke wedstrijd tegen de Spaanse nationale ploeg. Maar gemakkelijk had de Brusselaar het niet. Het gebeurde wel eens dat hij zijn tactiek op het bord zette en de verdedigers Marcel Lemoine en Lucien Boffin dan recht stonden, vervolgens alles afveegden en zelf vertelden hoe er gespeeld zou worden. Goethals was slim genoeg om te begrijpen dat hij alleen overeind kon blijven als hij inspraak gaf. Voor hem zouden de successen met STVV een springplank zijn naar de nationale ploeg. Zelden leefde het voetbal in Sint-Truiden zo als in die periode. Er vertrokken 150 bussen naar uitwedstrijden op Anderlecht of Standard, elke ploeg kwam met knikkende knieën naar Staaien. In een wedstrijd tegen Anderlecht gebeurde het eens dat rechtsbuiten Pummy Bergholtz van paars-wit zo bang was van zijn rechtstreekse tegenstander Boffin dat hij buiten de lijnen liep. Maar omdat de mensen tot tegen de lijn geplakt stonden, kwam hij op een gegeven moment in het volk terecht en belandde met één voet in de friscobak. Het hoorde er allemaal bij. Net zoals de spelers die na iedere wedstrijd op stap gingen, stevig dronken, maar de dag nadien op training helemaal voluit gingen. Dat was het leven in Sint-Truiden, waar ze de pijn konden verbijten. De spelers schermden zich bovendien niet af, ze waren bereikbaar voor iedereen. Zoals Lon Polleunis bijvoorbeeld, de eerste echte vedette die in zijn periode bij geel-blauw twintig interlands speelde en in 1968 de Gouden Schoen won. Hij zat graag op café, vooral omdat hij ervan hield met iedereen te praten. Het kaderde in de folklore uit die periode. De vader van Lon, Toine Polleunis, had trouwens ook bij Sint-Truiden gespeeld. Hij bloedde na een kopbalduel eens als een rund, maar stormde na een korte verzorging weer het veld op. Goethals wilde hem nog tegenhouden, maar Polleunis vroeg wie dan zijn premie zou betalen. Zo waren ze in Sint-Truiden: een en al wilskracht en onverzettelijkheid.