Tot zijn zege zaterdag in Lombardije moet het voor Joaquim Rodríguez een jaar met een tweeslachtig gevoel zijn geweest. De kleine Catalaan was overal op de afspraak, maar zijn talrijke ritzeges en ereplaatsen in topklassiekers voegden geen nieuwe dimensie toe aan zijn erelijst. Steengoed, maar met een te beperkte motor om een grote ronde of een klassiek monument te winnen. Met dat etiket dreigde de Barçasupporter de geschiedenis in te gaan.
...

Tot zijn zege zaterdag in Lombardije moet het voor Joaquim Rodríguez een jaar met een tweeslachtig gevoel zijn geweest. De kleine Catalaan was overal op de afspraak, maar zijn talrijke ritzeges en ereplaatsen in topklassiekers voegden geen nieuwe dimensie toe aan zijn erelijst. Steengoed, maar met een te beperkte motor om een grote ronde of een klassiek monument te winnen. Met dat etiket dreigde de Barçasupporter de geschiedenis in te gaan. Frustrerend voor Rodríguez was vooral het besef hoeveel kansen hij dit jaar had laten liggen. De kopman van Katjoesja had zich makkelijker kunnen verzoenen met zijn rol van eeuwige uitdager, mocht op zijn terrein geen machtsvacuüm zijn ontstaan. In de Ardennenklassiekers was Philippe Gilbert nog slechts een schim van 2011, in de Giro zakten de Italiaanse favorieten door het ijs en in de Vuelta lag Alberto Contador bergop aan de leiband. Wanneer je seizoen een aaneenschakeling is van once in a lifetime opportunities, blijft zelfs na winst in een semiklassieker als de Waalse Pijl, een tweede plaats in de Giro en een derde in de Vuelta alleen maar een gevoel van verliezen. Zeker als je al 33 bent. Komt daarbij dat de hele loopbaan van de Barcelonees getekend is door een onvervulde honger naar erkenning. Zolang hij in Spaanse loondienst reed, werd Rodríguez verondersteld zijn kansen op te offeren. Al op zijn eerste trainingskamp als prof, als 21-jarig broekje bij O.N.C.E., werd hem zijn plaats in de hiërarchie duidelijk gemaakt. Klein Duimpje had het gewaagd om op een steile klim zijn toenmalige kopmannen Abraham Olano en Joseba Beloki uit het wiel te kletsen, en gebaard dat hij met die snelheid zelfs nog een sigaar kon roken. 's Avonds plaatsten zijn ploegmaats hem op zijn nummer: de nieuwkomer werd verplicht onder luid gelach een sigaar te roken. Purito - sigaartje, zoals zijn bijnaam sindsdien luidt - kwam pas tot ontbolstering toen hij in 2010 naar het buitenland trok en onder het juk van Alejandro Valverde vandaan kwam. Katjoesja was de enige ploeg die hem de garantie bood dat hij de macht met niemand anders moest delen én waar hij zijn Tourdebuut kon maken. 31 was Rodríguez er toen al en eindelijk had hij het gevoel naar waarde te worden geschat. Als koning regelmaat schopte hij het in 2010 tot eindwinnaar van de UCI WorldTour. Op basis van die ranglijst mag Purito zich na zijn winst in de Ronde van Lombardije ook in 2012 weer de beste renner van het jaar noemen. Belangrijker is echter dat hij voor het eerst een klassiek monument op zak heeft. Zijn schreeuw zaterdag bij het overschrijden van de finish drukte zijn gevoel van bevrijding uit. Meer dan ooit is Rodríguez nu gewapend om met zijn werkgever een verbeterd contract te onderhandelen. Want ook dat blijft voor hem een teken van gebrek aan waardering: dat zijn ploegmaat Denis Mensjov, zelfs nu die op zijn retour is, veel meer roebels verdient dan hij. DOOR BENEDICT VANCLOOSTER