De woorden verbaasden zelfs niet meer, want al zo vaak werden ze op zo'n moment uitgesproken. Toen hij voor het eerst de - door de acht miljoen euro die Anderlecht voor hem betaald had - talrijk opgekomen pers te woord stond, klonk het ook bij Bubacarr Sanneh: 'Dit is maar een volgende tussenstap in mijn carrière.'

Het Bosmanarrest maakte een brutaal einde aan de droom van Belgische clubs in de jaren negentig om Europese triomfen na te streven. Sindsdien heeft de nationale competitie geleidelijk aan een nieuw doel gekregen: de Jupiler Pro League is een springplank geworden. Een tussenstapje alvorens de sprong te maken, die de grootste talenten op onze velden naar de chicste en hipste Europese competities moet brengen. Die situatie komt alle partijen ten goede, want de voetbalsterren van de toekomst krijgen de kans om zich te tonen in een competitie waarin ze voldoende speelgelegenheid krijgen en waarin ze kunnen groeien naar een hoger niveau.

'Onze jongeren begaan schoonheidsfoutjes en die kosten ons punten, maar het zijn ook onze troeven', verkondigde Christoph Henkel bij de terugkeer van Eupen in de hoogste voetbalafdeling. De algemeen directeur van de Panda's gaf als voorbeeld Henry Onyekuru, het talent van het Qatarese Aspire-project dat het meest in het oog sprong, en dat uiteindelijk al na één seizoen zou verkocht worden. Everton legde met de glimlach acht miljoen euro op tafel voor het Nigeriaanse goudhaantje. Anderhalf jaar later heeft Onyekuru het shirt van de Toffees nog in geen enkele officiële wedstrijd gedragen. Uitgeleend aan Anderlecht en nadien aan Galatasaray is hij een typisch voorbeeld geworden van hoe moeilijk jonge voetballers het hebben om in topcompetities speelgelegenheid te krijgen.

Op je zestiende moet je voetbaltechnische bagage volmaakt zijn. Vanaf dan moet je leren om als prof te leven.' - Samba Diawara

In de Premier League is slechts 10,9 procent van de toegekende speelminuten voorzien voor spelers geboren na 1 januari 1996. Dat staat ongeveer gelijk met één speler in het basiselftal (9,1 procent). In Spanje en Italië is de situatie nauwelijks meer bemoedigend voor jonge voetballers. Het is met andere woorden bijna de taak geworden van 'minder belangrijke' competities om jongeren op te stellen en hen zo de kans te geven zich te ontwikkelen. Bondscoach Roberto Martínez leerde de Jupiler Pro League sinds zijn aanstelling iets meer dan twee jaar geleden steeds beter kennen en noemde de competitie niet voor niets 'fantastisch voor de persoonlijke ontwikkeling van voetballers en een buitenkans voor jonge spelers'.

Moussa Djenepo probeert Alexis Saelemaekers in de luren te leggen., BELGAIMAGE
Moussa Djenepo probeert Alexis Saelemaekers in de luren te leggen. © BELGAIMAGE

Het juiste moment

De Jupiler Pro League heeft zijn bestemming gevonden, een bestemming die ervoor zorgt dat de beste clubs niet langer over een kern kunnen beschikken die lange tijd samen blijft. 'Twee of drie jaar in een club staat niet meer gelijk met een korte termijn', bevestigt Dimitri de Condé, technisch directeur bij KRC Genk. Zijn ploeg brengt een aantal grote talenten op het veld, zoals Sander Berge, Roeslan Malinovski en Leandro Trossard, maar het zijn spelers die allicht niet lang in de Belgische stadions te bewonderen vallen.

Het profiel van de speler in kwestie speelt uiteraard een rol, maar over de stelling wanneer 'het juiste moment' is aangebroken om een stap hogerop te zetten, heeft ook Roberto Martínez een mening. 'Het is belangrijk om niet te vroeg te vertrekken, maar ook niet te lang te blijven. Volgens mij moet je minstens honderd wedstrijden in de Jupiler Pro League gespeeld hebben om als jonge speler je talent te bevestigen en de sprong te wagen naar een hoger aangeschreven competitie.' Het equivalent van twee seizoenen en een half, waarmee de bondscoach de theorie van Dimitri de Condé onderschrijft.

Werken met jonge talenten is dus hét thema geworden voor Belgische clubs. Allemaal willen ze er expertise in uitbouwen en allemaal doen ze het op hun eigen manier. Bij Cercle Brugge, bijvoorbeeld, koos de Monegaskische eigenaar ervoor om jonge talenten als Guévin Tormin, Arnaud Lusamba en Irvin Cardona te laten ontbolsteren onder de deskundige leiding van Laurent Guyot, oud-bondscoach bij de Franse jeugd en ook lange tijd hoofd van de jeugdopleiding bij FC Nantes. 'In het voetbal werk je altijd veel met de jeugd, zeker als je zelf ouder wordt', lacht Guyot, wanneer we zijn rol als opleider opwerpen. Hij mag het dan relativeren, maar zijn cv was maar al te goed gekend toen hij werd aangesteld als trainer van Cercle, net als dat van zijn Belgische assistent José Jeunechamps, die gedurende heel wat jaren op de Académie Robert-Louis Dreyfus, de jeugdacademie van Standard, werkte.

Postformatie

Cercle Brugge is zeker geen geïsoleerd geval. Albert Stuivenberg werd bij KRC Genk ook in de eerste plaats gekozen vanwege zijn werk bij de jeugdploegen van Oranje. Op de dag van zijn aanstelling stond op de clubwebsite te lezen: 'KRC Genk haalt met Stuivenberg een doorwinterd voetbalprofessional in huis die gewend is op hoog niveau te presteren met jonge en getalenteerde spelers.' De Nederlander was voordien assistent van Louis van Gaal bij Manchester United, ronkende namen dus, die in hetzelfde bericht te lezen stonden waarin verwezen werd naar zijn uitstekende profiel om met jongeren te werken.

Na het ontslag van Stuivenberg werd local heroDomenico Olivieri, tot dan aan het roer bij de Genkse U21, aan de staf toegevoegd. Op die manier wilde de club de overgang van de jeugd naar de eerste ploeg vergemakkelijken. 'Die 'postformatie' moet in handen zijn van een professional', benadrukte Philippe Saint-Jean, specialist ter zake, in Namen tijdens een colloquium dat georganiseerd werd door de Communauté des Entraîneurs francophones de Football (de CEFF, de vereniging van Franstalige voetbaltrainers). 'Het is essentieel dat clubs in hun staf een voltijdse assistent in dienst nemen die zich met de jeugdopleiding bezighoudt en lange tijd aan de club verbonden blijft.'

Van de G5 is Club Brugge de ploeg waar jongeren de meeste speelgelegenheid krijgen.

Hetzelfde verhaal bij Charleroi, waar Samba Diawara aan de staf van Felice Mazzu werd toegevoegd, terwijl hij ook coach bleef van de Zébrions, de U21 van Charleroi. Diawara is een fervent aanhanger van het voorstel om de reserveteams van de profclubs te laten voetballen in de amateurklasse en buigt zich al jaren over de postformatie. 'Op je zestiende moet je voetbaltechnische bagage volmaakt zijn', beweert hij. 'Vanaf dan moet je leren om als prof te leven.'

Om van een veelbelovend talent een afgewerkte en constant presterende profspeler te maken, is een aanhoudende strijd nodig. Bij Anderlecht stelde Herman Van Holsbeeck zijn trainer René Weiler voor als een meester op dat vlak. 'Jongeren zijn immers zes maanden goed, maar meestal stagneren ze daarna. Je moet ze bijstaan in hun groeiproces.' Anderlecht ziet er ondertussen helemaal anders uit, maar de uitdaging blijft dezelfde. Karim Belhocine neemt die rol nu op zich, zoals Landry Dimata in Grand Débrief, de voetbaltalkshow op het Franstalige Proximus Sports aangaf: 'Karim helpt de jongeren om gefocust te blijven. Hij pakt ons hard aan wanneer het nodig is. Hij zorgt ervoor dat we niet op onze lauweren rusten.'

Holland boven

Met de komst van Marc Coucke heeft Anderlecht weer de aansluiting gevonden bij de Belgische koplopers wat betreft jonge talenten een kans geven. De Brusselaars maken op dat vlak deel uit van de top zes (zie kader) en staan daarmee boven KRC Genk, een club die nochtans vaak geciteerd wordt als referentie in dit domein.

De reputatie van de Limburgers is een doorn in het oog aan de andere kant van het land. Terecht, want van de G5 is Club Brugge de ploeg waarin jongeren het meeste speelgelegenheid krijgen. Het statuut van Karlo Letica, Arnaut Danjuma, Siebe Schrijvers en Wesley maakt dat de landskampioen zich op dat vlak tijdens de eerste tien speeldagen bij de beste vijftien clubs hijst in de zes competities die we bestudeerd hebben.

In de lijst met clubs die jongeren een kans geven, staan hoofdzakelijk Nederlandse ploegen bovenaan. Groningen, Ajax en AZ geven zelfs meer dan 50 % van hun speeltijd aan spelers geboren na 1 januari 1996. In de top 10 staat één Belgische club, Royal Excel Mouscron. Net als Waasland-Beveren scoren les Hurlus uitstekend. Die clubs rekenen vaak op jongeren die door de jeugdopleiding van de Belgische topclubs met een onvoldoende zijn doorgestuurd. Ze zetten die jongens in bij hun strijd om het behoud en hopen wellicht dat ze daarin zoveel furore maken dat ze vervolgens ook een financiële meerwaarde kunnen vormen bij een lucratieve transferdeal.

Die strategie wordt niet gevolgd door alle clubs die niet tot de G5 behoren. Waar het Oostende van Gert Verheyen wel resoluut inzet op jonge talenten, staan Zulte Waregem en Kortrijk helemaal onderaan dit bewuste klassement. Glen De Boeck gaf tijdens de eerste tien speeldagen van het seizoen zelfs geen enkele speler geboren na 1 januari 1996 ook maar een minuutje speelgelegenheid.

Het Brugse model

Bij de Belgische topclubs geldt landskampioen Club Brugge als modelleerling wat jonge, beloftevolle spelers in de basiself betreft. Jongeren geboren na 1 januari 1996 krijgen er 35 procent speelgelegenheid. Dat vergt een specifieke aanpak, vertelt Edward Still, T3 bij Club en de man die zich samen met Timmy Simons meestal ontfermt over de jonge spelers. 'Je moet die jongens vooral individueel benaderen. Iets wat iemand als Ruud Vormer onmiddellijk begrijpt, is niet even evident voor een jongere. Ivan Leko zegt vaak tegen onze beloften dat ze in de eerste plaats hun oren moeten spitsen en goed luisteren. Ze moeten de ervaringen die hen worden aangereikt, in zich opnemen. Onze trainer wijst hen erop dat sommige spelers in onze kern meer competitiewedstrijden op hun teller hebben staan dan zij trainingen bij de profs.'

De extra tijd die besteed wordt aan de jongeren, komt er meestal op initiatief van de staf, want slechts zelden vragen de spelers zelf naar die 10 tot 15 minuten bijkomende training die minstens eenmaal, en als er geen midweekwedstrijd geprogrammeerd staat zelfs driemaal, op het programma staat. Still: 'Met Loïs Openda werken we elke dag aan de afwerking, de positionering in de rechthoek en het opvragen van de bal. Bij Thibault Vlietinck concentreren we ons eerder op zijn tactische en defensieve positionering. Hij is immers gevormd als echte vleugelaanvaller en moet vooral verdedigend nog veel leren.'

Dat Club Brugge investeert in de eigen jeugd blijkt ook uit het feit dat T2 Rudi Cossey constant in contact staat met de coach van de U21. Bovendien worden er systematisch vier jonge spelers aan de kern toegevoegd tijdens de voorbereiding op het nieuwe seizoen.

20 Jean-Thierry LAZARE AMANI, BELGAIMAGE
20 Jean-Thierry LAZARE AMANI © BELGAIMAGE

Onze top 20

Onze redactie koos twintig spelers geboren na 1 januari 1996, die voldoende speeltijd kregen om te worden beoordeeld, en stelde een top 20 samen. Dit zijn de twintig jongeren van wie wij denken dat ze de grootste kans maken om de komende jaren te schitteren op een hoger niveau.

20 Jean-Thierry LAZARE AMANI Eupen - Ivoorkust - 1998

Middenvelder in pocketformaat. Hij heeft nog lang niet de nodige tactische maturiteit om te heersen rond de middencirkel, maar hij beschikt over een uitzonderlijke techniek en is heel koelbloedig voor zijn leeftijd.

19  Rocky BUSHIRI, BELGAIMAGE
19 Rocky BUSHIRI © BELGAIMAGE

19 Rocky BUSHIRI Eupen - België - 1999

Opgesteld naast Siebe Blondelle in het hart van de defensie van Eupen, heeft Bushiri zijn voornaam niet gestolen. Hij etaleert enorme fysieke kwaliteiten, gekoppeld aan veel zin om potige duels aan te gaan.

18 Ortwin DE WOLF, BELGAIMAGE
18 Ortwin DE WOLF © BELGAIMAGE

18 Ortwin DE WOLF Lokeren - België - 1997

De jongste Belgische titularis in doel speelt bij Lokeren. Hij brak vorig seizoen door tijdens play-off 2 en kreeg een plaatsje in kern van de nationale U21. Hij bevestigt dit seizoen als onbetwistbare nummer één onder de lat op Daknam.

17 Nana AMPOMAH, BELGAIMAGE
17 Nana AMPOMAH © BELGAIMAGE

17 Nana AMPOMAH Waasland-Beveren - Ghana - 1996

Kwam op de Freethiel toe als een typische, snelle en dribbelvaardige flankspeler. Hij breidde ondertussen zijn register uit en toont zich ook centraal nuttig in de combinatie en gevaarlijk rond de grote rechthoek.

16 Takehiro TOMIYASU, BELGAIMAGE
16 Takehiro TOMIYASU © BELGAIMAGE

16 Takehiro TOMIYASU STVV - Japan - 1998

Ondanks de doelpunten van Daichi Kamada en de passes van Wataru Endo, speelt de echte Japanse sensatie van de Kanaries in de verdediging. Solide in de defensieve duels, moedig en kalm in de omschakeling, toont Tomiyasu zich het belangrijkste goudhaantje op Stayen.

15 Irvin CARDONA, BELGAIMAGE
15 Irvin CARDONA © BELGAIMAGE

15 Irvin CARDONA Cercle - Frankrijk - 1997

Met zijn stevige trap en neus voor doelpunten heeft het jonge talent, aan Cercle uitgeleend door Monaco, alles om te slagen en zijn carrière verder te zetten op een hoger niveau dan de Jupiler Pro League. Zijn geslaagde terugkeer uit blessure spreekt voor zich.

14 Bryan HEYNEN, BELGAIMAGE
14 Bryan HEYNEN © BELGAIMAGE

14 Bryan HEYNEN Genk - België - 1997

Al te vaak gebarreerd door de concurrentie van een speler met uitzonderlijke kwaliteiten op het Genkse middenveld, maar het jonge talent uit de eigen jeugd neemt elke speelkans te baat om zijn rust, techniek en spelbepalende tempowisselingen te tonen.

13 Jhon LUCUMI, BELGAIMAGE
13 Jhon LUCUMI © BELGAIMAGE

13 Jhon LUCUMI Genk - Colombia - 1998

De beste centrale verdediger in onze top 20. Op amper enkele weken tijd paste de Colombiaanse reus zich aan het Europese voetbal aan. De traditie van door KRC Genk ontdekte centrale verdedigers zet zich voort.

12 Victor OSIMHEN, BELGAIMAGE
12 Victor OSIMHEN © BELGAIMAGE

12 Victor OSIMHEN Charleroi - Nigeria - 1998

Van bij zijn eerste trainingen toonde de sterke Nigeriaan kwaliteiten die de trainersstaf van de Zebra's met verstomming sloegen. Uitgeleend door Wolfsburg en in België al bedolven onder de complimenten van de verdedigers die het tegen hem moesten opnemen.

11 Siebe SCHRIJVERS, BELGAIMAGE
11 Siebe SCHRIJVERS © BELGAIMAGE

11 Siebe SCHRIJVERS Brugge - België - 1996

De doorbraak van dit grote talent, al enkele seizoenen gekend, kwam nog relatief laat. Na uitleenbeurten en een tijdje bankzitten, kon hij zich doorzetten bij Club Brugge, waar hij opvalt door zijn doelgerichtheid en spelinzicht.

10  Alexis SAELEMAEKERS, BELGAIMAGE
10 Alexis SAELEMAEKERS © BELGAIMAGE

10 Alexis SAELEMAEKERS Anderlecht - België - 1999

De Brusselaar brak door in een tumultueus seizoen voor paars-wit. Defensief laat hij nog steken vallen, maar op de rechterflank is hij te duchten met de bal aan de voet, in de combinatie en met zijn uiterst precieze voorzetten.

9 Razvan MARIN, BELGAIMAGE
9 Razvan MARIN © BELGAIMAGE

9 Razvan MARIN Standard - Roemenië - 1996

De beschermeling van Gheorghe Hagi mist soms snelheid in zijn spel, maar beschikt over de rest van het pakket van de moderne middenvelder: kracht in zijn defensieve werk, onbaatzuchtigheid, een hard schot en een precieze passing.

8 Zakaria BAKKALI, BELGAIMAGE
8 Zakaria BAKKALI © BELGAIMAGE

8 Zakaria BAKKALI Anderlecht - België - 1996

Na verscheidene mislukkingen in het buitenland leek hij verloren voor het voetbal, maar Bakkali legt bij Anderlecht opnieuw zijn troeven op tafel: die van een begenadigd dribbelaar die zijn gouden voetjes ten dienste van het collectief wil stellen.

7 Joakim MAEHLE, BELGAIMAGE
7 Joakim MAEHLE © BELGAIMAGE

7 Joakim MAEHLE Genk - Denemarken - 1997

Philippe Clement vergelijkt hem met Thomas Meunier, en is vol lof over de buitengewone fysieke kwaliteiten van Maehle. De Deen dweilt onvermoeibaar de flank af en blijft helder en fris genoeg om precieze voorzetten te trappen.

6  Moussa DJENEPO, BELGAIMAGE
6 Moussa DJENEPO © BELGAIMAGE

6 Moussa DJENEPO Standard - Mali - 1998

De Malinese dribbelkont is een gesel voor de flankverdedigers in onze competitie. Zijn offensieve arsenaal was al heel uitgebreid en dit seizoen voegde hij daar nog efficiëntie aan toe. Djenepo is een referentie geworden op zijn positie.

5 Giorgi TSJAKVETADZE, BELGAIMAGE
5 Giorgi TSJAKVETADZE © BELGAIMAGE

5 Giorgi TSJAKVETADZE KAA Gent - Georgië - 1999

Een discreet maar te duchten talent. Als hij in en rond het strafschopgebied wordt aangespeeld, dan is het alle hens aan dek. Met één baltoets kan het Georgische genie de weg vrijmaken voor een schot of een onverwachte beslissende pass geven.

4 Landry DIMATA, BELGAIMAGE
4 Landry DIMATA © BELGAIMAGE

4 Landry DIMATA Anderlecht - België - 1997

Terroriseert verdedigingen met zijn diepgang en trefzekerheid. Onder Hein Vanhaezebrouck wordt hij ook steeds beter in de combinatie. Als hij zijn techniek ten dienste stelt van het team, is Dimata een kwelgeest voor elke verdediging.

3 Arnaut DANJUMA, BELGAIMAGE
3 Arnaut DANJUMA © BELGAIMAGE

3 Arnaut DANJUMA Brugge - Nederland - 1997

Al tijdens de supercup begrepen ze bij Standard dat de Nederlander zou uitgroeien tot een sensatie op de Belgische velden. Beschikt over een knalharde trap en een verwoestende mix van snelheid en kracht.

2 WESLEY, BELGAIMAGE
2 WESLEY © BELGAIMAGE

2 WESLEY Brugge - Brazilië - 1996

De Braziliaanse kolos van Club Brugge lijkt tot volledige voetbalmaturiteit te zijn gekomen. Met zijn fenomenale kracht is hij de beste pivot van de Jupiler Pro League. Bovendien wordt hij steeds scherper voor doel.

1 Sander BERGE, BELGAIMAGE
1 Sander BERGE © BELGAIMAGE

1 Sander BERGE Genk - Noorwegen - 1998

Zijn geboortejaar lijkt wel een grap. Zijn uitmuntende fysiek en zijn tactische intelligentie zijn ongezien voor een jonge kerel van amper twintig jaar. Zijn naam staat al genoteerd bij de scouts van heel wat Europese topclubs.

De woorden verbaasden zelfs niet meer, want al zo vaak werden ze op zo'n moment uitgesproken. Toen hij voor het eerst de - door de acht miljoen euro die Anderlecht voor hem betaald had - talrijk opgekomen pers te woord stond, klonk het ook bij Bubacarr Sanneh: 'Dit is maar een volgende tussenstap in mijn carrière.' Het Bosmanarrest maakte een brutaal einde aan de droom van Belgische clubs in de jaren negentig om Europese triomfen na te streven. Sindsdien heeft de nationale competitie geleidelijk aan een nieuw doel gekregen: de Jupiler Pro League is een springplank geworden. Een tussenstapje alvorens de sprong te maken, die de grootste talenten op onze velden naar de chicste en hipste Europese competities moet brengen. Die situatie komt alle partijen ten goede, want de voetbalsterren van de toekomst krijgen de kans om zich te tonen in een competitie waarin ze voldoende speelgelegenheid krijgen en waarin ze kunnen groeien naar een hoger niveau. 'Onze jongeren begaan schoonheidsfoutjes en die kosten ons punten, maar het zijn ook onze troeven', verkondigde Christoph Henkel bij de terugkeer van Eupen in de hoogste voetbalafdeling. De algemeen directeur van de Panda's gaf als voorbeeld Henry Onyekuru, het talent van het Qatarese Aspire-project dat het meest in het oog sprong, en dat uiteindelijk al na één seizoen zou verkocht worden. Everton legde met de glimlach acht miljoen euro op tafel voor het Nigeriaanse goudhaantje. Anderhalf jaar later heeft Onyekuru het shirt van de Toffees nog in geen enkele officiële wedstrijd gedragen. Uitgeleend aan Anderlecht en nadien aan Galatasaray is hij een typisch voorbeeld geworden van hoe moeilijk jonge voetballers het hebben om in topcompetities speelgelegenheid te krijgen. In de Premier League is slechts 10,9 procent van de toegekende speelminuten voorzien voor spelers geboren na 1 januari 1996. Dat staat ongeveer gelijk met één speler in het basiselftal (9,1 procent). In Spanje en Italië is de situatie nauwelijks meer bemoedigend voor jonge voetballers. Het is met andere woorden bijna de taak geworden van 'minder belangrijke' competities om jongeren op te stellen en hen zo de kans te geven zich te ontwikkelen. Bondscoach Roberto Martínez leerde de Jupiler Pro League sinds zijn aanstelling iets meer dan twee jaar geleden steeds beter kennen en noemde de competitie niet voor niets 'fantastisch voor de persoonlijke ontwikkeling van voetballers en een buitenkans voor jonge spelers'. De Jupiler Pro League heeft zijn bestemming gevonden, een bestemming die ervoor zorgt dat de beste clubs niet langer over een kern kunnen beschikken die lange tijd samen blijft. 'Twee of drie jaar in een club staat niet meer gelijk met een korte termijn', bevestigt Dimitri de Condé, technisch directeur bij KRC Genk. Zijn ploeg brengt een aantal grote talenten op het veld, zoals Sander Berge, Roeslan Malinovski en Leandro Trossard, maar het zijn spelers die allicht niet lang in de Belgische stadions te bewonderen vallen. Het profiel van de speler in kwestie speelt uiteraard een rol, maar over de stelling wanneer 'het juiste moment' is aangebroken om een stap hogerop te zetten, heeft ook Roberto Martínez een mening. 'Het is belangrijk om niet te vroeg te vertrekken, maar ook niet te lang te blijven. Volgens mij moet je minstens honderd wedstrijden in de Jupiler Pro League gespeeld hebben om als jonge speler je talent te bevestigen en de sprong te wagen naar een hoger aangeschreven competitie.' Het equivalent van twee seizoenen en een half, waarmee de bondscoach de theorie van Dimitri de Condé onderschrijft. Werken met jonge talenten is dus hét thema geworden voor Belgische clubs. Allemaal willen ze er expertise in uitbouwen en allemaal doen ze het op hun eigen manier. Bij Cercle Brugge, bijvoorbeeld, koos de Monegaskische eigenaar ervoor om jonge talenten als Guévin Tormin, Arnaud Lusamba en Irvin Cardona te laten ontbolsteren onder de deskundige leiding van Laurent Guyot, oud-bondscoach bij de Franse jeugd en ook lange tijd hoofd van de jeugdopleiding bij FC Nantes. 'In het voetbal werk je altijd veel met de jeugd, zeker als je zelf ouder wordt', lacht Guyot, wanneer we zijn rol als opleider opwerpen. Hij mag het dan relativeren, maar zijn cv was maar al te goed gekend toen hij werd aangesteld als trainer van Cercle, net als dat van zijn Belgische assistent José Jeunechamps, die gedurende heel wat jaren op de Académie Robert-Louis Dreyfus, de jeugdacademie van Standard, werkte. Cercle Brugge is zeker geen geïsoleerd geval. Albert Stuivenberg werd bij KRC Genk ook in de eerste plaats gekozen vanwege zijn werk bij de jeugdploegen van Oranje. Op de dag van zijn aanstelling stond op de clubwebsite te lezen: 'KRC Genk haalt met Stuivenberg een doorwinterd voetbalprofessional in huis die gewend is op hoog niveau te presteren met jonge en getalenteerde spelers.' De Nederlander was voordien assistent van Louis van Gaal bij Manchester United, ronkende namen dus, die in hetzelfde bericht te lezen stonden waarin verwezen werd naar zijn uitstekende profiel om met jongeren te werken. Na het ontslag van Stuivenberg werd local heroDomenico Olivieri, tot dan aan het roer bij de Genkse U21, aan de staf toegevoegd. Op die manier wilde de club de overgang van de jeugd naar de eerste ploeg vergemakkelijken. 'Die 'postformatie' moet in handen zijn van een professional', benadrukte Philippe Saint-Jean, specialist ter zake, in Namen tijdens een colloquium dat georganiseerd werd door de Communauté des Entraîneurs francophones de Football (de CEFF, de vereniging van Franstalige voetbaltrainers). 'Het is essentieel dat clubs in hun staf een voltijdse assistent in dienst nemen die zich met de jeugdopleiding bezighoudt en lange tijd aan de club verbonden blijft.' Hetzelfde verhaal bij Charleroi, waar Samba Diawara aan de staf van Felice Mazzu werd toegevoegd, terwijl hij ook coach bleef van de Zébrions, de U21 van Charleroi. Diawara is een fervent aanhanger van het voorstel om de reserveteams van de profclubs te laten voetballen in de amateurklasse en buigt zich al jaren over de postformatie. 'Op je zestiende moet je voetbaltechnische bagage volmaakt zijn', beweert hij. 'Vanaf dan moet je leren om als prof te leven.' Om van een veelbelovend talent een afgewerkte en constant presterende profspeler te maken, is een aanhoudende strijd nodig. Bij Anderlecht stelde Herman Van Holsbeeck zijn trainer René Weiler voor als een meester op dat vlak. 'Jongeren zijn immers zes maanden goed, maar meestal stagneren ze daarna. Je moet ze bijstaan in hun groeiproces.' Anderlecht ziet er ondertussen helemaal anders uit, maar de uitdaging blijft dezelfde. Karim Belhocine neemt die rol nu op zich, zoals Landry Dimata in Grand Débrief, de voetbaltalkshow op het Franstalige Proximus Sports aangaf: 'Karim helpt de jongeren om gefocust te blijven. Hij pakt ons hard aan wanneer het nodig is. Hij zorgt ervoor dat we niet op onze lauweren rusten.' Met de komst van Marc Coucke heeft Anderlecht weer de aansluiting gevonden bij de Belgische koplopers wat betreft jonge talenten een kans geven. De Brusselaars maken op dat vlak deel uit van de top zes (zie kader) en staan daarmee boven KRC Genk, een club die nochtans vaak geciteerd wordt als referentie in dit domein. De reputatie van de Limburgers is een doorn in het oog aan de andere kant van het land. Terecht, want van de G5 is Club Brugge de ploeg waarin jongeren het meeste speelgelegenheid krijgen. Het statuut van Karlo Letica, Arnaut Danjuma, Siebe Schrijvers en Wesley maakt dat de landskampioen zich op dat vlak tijdens de eerste tien speeldagen bij de beste vijftien clubs hijst in de zes competities die we bestudeerd hebben. In de lijst met clubs die jongeren een kans geven, staan hoofdzakelijk Nederlandse ploegen bovenaan. Groningen, Ajax en AZ geven zelfs meer dan 50 % van hun speeltijd aan spelers geboren na 1 januari 1996. In de top 10 staat één Belgische club, Royal Excel Mouscron. Net als Waasland-Beveren scoren les Hurlus uitstekend. Die clubs rekenen vaak op jongeren die door de jeugdopleiding van de Belgische topclubs met een onvoldoende zijn doorgestuurd. Ze zetten die jongens in bij hun strijd om het behoud en hopen wellicht dat ze daarin zoveel furore maken dat ze vervolgens ook een financiële meerwaarde kunnen vormen bij een lucratieve transferdeal. Die strategie wordt niet gevolgd door alle clubs die niet tot de G5 behoren. Waar het Oostende van Gert Verheyen wel resoluut inzet op jonge talenten, staan Zulte Waregem en Kortrijk helemaal onderaan dit bewuste klassement. Glen De Boeck gaf tijdens de eerste tien speeldagen van het seizoen zelfs geen enkele speler geboren na 1 januari 1996 ook maar een minuutje speelgelegenheid.