Het Belgisch voetbal kleurt steeds minder Belgisch leren de cijfers van de vorige jaren. In de tabellen op deze pagina's onderzoeken we aan de hand van de cijfers uit de competitiespecials van de voorbije drie jaar het aandeel van de Belgische spelers in eerste klasse, de afkomst van de buitenlanders, plus een vergelijking met vijf en elf jaar geleden. Daarnaast zochten we uit hoeveel eigen jeugdproducten elke eersteklasser in de kern opneemt, hoeveel dat er vorig jaar waren en waar de Belgen in eerste klasse van dit en vorig jaar hun jeugdopleiding kregen. Als jeugdopleiding kozen we voor die van de club waar de speler vanuit de jeugd...

Het Belgisch voetbal kleurt steeds minder Belgisch leren de cijfers van de vorige jaren. In de tabellen op deze pagina's onderzoeken we aan de hand van de cijfers uit de competitiespecials van de voorbije drie jaar het aandeel van de Belgische spelers in eerste klasse, de afkomst van de buitenlanders, plus een vergelijking met vijf en elf jaar geleden. Daarnaast zochten we uit hoeveel eigen jeugdproducten elke eersteklasser in de kern opneemt, hoeveel dat er vorig jaar waren en waar de Belgen in eerste klasse van dit en vorig jaar hun jeugdopleiding kregen. Als jeugdopleiding kozen we voor die van de club waar de speler vanuit de jeugd in het eerste elftal belandde. Een voorbeeld : Gert Verheyen kreeg het grootste deel van zijn opleiding bij Hoogstraten, verhuisde op zijn vijftiende naar Lierse waar hij één jaar later in het eerste elftal debuteerde. Volgens het gehanteerde criterium is hij een product van Lierse. Kristof Snelders debuteerde bij Gent als zestienjarige nadat hij zijn opleiding kreeg bij Germinal Ekeren, gevolgd door één jaar Feyenoord. Hij geldt hier als opgeleid bij Gent. Het aantal profs steeg de laatste 11 jaar van 364 (gemiddeld 20 per ploeg) naar 448 (gemiddeld 25). Vorig jaar waren er 418 profs in eerste. Het aantal Belgen in eerste bedraagt 239. Dat zijn er 12 meer dan vorig seizoen, maar 22 minder dan in 1994-1995. In vergelijking met 1994 verdubbelde het aantal buitenlanders, van 103 naar 205. Dit jaar bedraagt het aandeel van de Belgen in eerste klasse 53 %, in 1994 was dat nog 72 %. De grootste groep buitenlanders (tabel 2) zijn net als vorig jaar de Fransen (34) gevolgd door de Ivorianen (23), hoewel die zonder Beveren (19) nauwelijks in de statistieken zouden voorkomen. Elf jaar geleden waren er geen Fransen en Ivorianen in onze competitie. Toen waren de grootste groepen Nederlanders (11), Brazilianen (11) en Hongaren (11). Van de Belgen die aan de aftrap komen in eerste klasse (tabel 3), genoten er 18 hun opleiding bij Club Brugge. Brussels/RWDM (17) is tweede, voor Lierse (14). Vorig jaar zorgde Anderlecht nog voor de meeste Belgen in eerste (17), voor Club (16). In 1999 was Lierse hofleverancier (16) voor STVV (15). Opmerkelijk is hoe clubs die na een faillissement wegzakten verantwoordelijk blijven voor de aanvoer van talent : Club Luik (6) en KV Mechelen (6) leverden ook in het verleden veel eersteklassespelers. De twee Brugse clubs zorgen voor het grootste percentage eigen jeugdspelers (tabel 5). Club is met tien spelers uit eigen kweek ook in absolute cijfers het meest België- minded. Westerlo heeft maar één speler uit eigen jeugd in de kern. Ook vorig jaar stond Club bovenaan, toen samen met Germinal Beerschot (elk 8). Toen deed Bergen met 1 eigen product nog minder goed dan Gent en Westerlo (elk 2). Het meest Belgisch getint (tabel 4) zijn de twee nieuwkomers, met Roeselare (83 %) als uitschieter. Van de topclubs heeft ook Club veel Belgen (65 %). Bij zes ploegen zijn Belgen een minderheid : Anderlecht, Charleroi, Gent, Lokeren, Standard, Beveren. Vorig jaar waren dat er vijf : La Louvière, Anderlecht, Lokeren, Standard en Beveren. Toen waren Lierse en KV Oostende (met 76 %) het meest Belgisch getint. door Geert Foutré