Vorige week werd na de Ronde van Peking de eindbalans van de WorldTour opgemaakt. Daarin scoorden de Belgen, ondanks weinig spraakmakende zeges (voor het eerst sinds 2003 geen enkele overwinning in een grote ronde), toch opvallend goed, weliswaar vooral in de breedte. Vijf opvallende conclusies.
...

Vorige week werd na de Ronde van Peking de eindbalans van de WorldTour opgemaakt. Daarin scoorden de Belgen, ondanks weinig spraakmakende zeges (voor het eerst sinds 2003 geen enkele overwinning in een grote ronde), toch opvallend goed, weliswaar vooral in de breedte. Vijf opvallende conclusies. 1) Alejandro Valverde werd voor de 3e keer eindwinnaar, na 2006 en 2008. De Spanjaard evenaart zo Joaquim Rodríguez (2010, 2011, 2013). Alleen Laurent Jalabert doet de laatste 25 jaar beter met 4 eerste plaatsen (1995, 1996, 1997, 1999) in wat toen nog de UCI-ranking was. Na Valverde volgen Alberto Contador, Simon Gerrans, Rui Costa en Vincenzo Nibali. Contador behaalde wel de meeste WT-zeges: 8. Nacer Bouhanni en Tony Martin hebben er 7. 2) Voor het 2e jaar op rij kon geen enkele Belg zich in de top 10 plaatsen. Dat gebeurde de laatste 25 jaar alleen in 1990, van 2000 tot 2003, en in 2007. Maar heel opmerkelijk: 4 Belgen eindigden in de top 25 (Philippe Gilbert 14e, Sep Vanmarcke 23e, Greg Van Avermaet 24e, Tim Wellens 25e), het hoogste aantal in de laatste 2 decennia. Van 2003 tot 2013 hadden we zelfs 9 keer maar één vertegenwoordiger bij de beste 25. In de top 50 van 2014 staan in totaal 5 Belgen (ook nog Vanendert als 50e), 1 minder dan in 2012, evenveel als in 1999, 2008 en 2011. 3) België kaapte na de eindzege van Gilbert in de Ronde van Peking ook de 3e plaats in het landenklassement weg, veel beter dan in 2013 (6e). In de laatste 20 jaar eindigde ons land slechts 2 maal hoger in de WorldTour/UCI-landenranking, met een 2e stek in 1999 en 2011 (de magische jaren van Frank Vandenbroucke en Gilbert). Een keer finishte België nog als 3e, in 2010. 4) Spanje won voor de 8e (!) maal in 10 jaar het landenklassement. Alleen Italië doorbrak in 2005 en 2011 die hegemonie. Het eindigde sinds 2005 6 keer als 2e, zoals ook afgelopen seizoen, dankzij vooral Nibali en Aru. Opvallend: Frankrijk (4e) klasseerde, onder meer door een succesvolle Tour van Péraud, Bardet en Pinot, zich voor het eerst sinds 2003 in de top 5. Duitsland en Italië waren de succesvolste landen qua aantal overwinningen (23). België deelt de 7e plaats met Colombia met 10: Gilbert (Gold Race, rit- en eindwinst Ronde van Peking), Wellens (rit- en eindwinst EnecoTour), Jan Bakelants (6e rit Dauphiné), Jonas Van Genechten en Kristof Vandewalle (4e en 7e rit Ronde van Polen), Van Avermaet en Van Keirsbulck (5e en 7e rit Eneco Tour). Enkel in 2006, 2008 (12 zeges) en 2011 (16) deden onze landgenoten beter. 5) Qua aantal zeges volgt Omega Pharma-Quick-Step zichzelf met 20 stuks op als succesvolste ploeg. Giant-Shimano had er 19. Lotto-Belisol behaalde er 8. De 20 triomfen van OPQS waren echter niet goed voor de eindwinst in de teamranking (de som van de punten van de 5 beste renners). Daarin eindigden Michal Kwiatkowski en co als 4e (bij gebrek aan eindzeges in rittenwedstrijden - waar het meeste punten te verdienen zijn). Movistar stak voor de 2e maal de eindzege op zak, voor BMC en Tinkoff-Saxo. Opvallend: Team Sky, in 2011 en 2013 2e en in 2012 1e, werd nu pas 9e. Lotto-Belisol deed met een 15e stek (op 18) 3 plaatsen beter dan vorig seizoen. DOOR JONAS CRETEURVoor het tweede jaar op rij kon geen enkele Belg zich in de top 10 plaatsen.