Het was iets voor één 's nachts. Cafés en restaurants in München moeten dicht, verplicht; een covidregel in het centrum. In Schwabing, de chique buurt van München met zijn villa's in Jugendstil, zijn ze iets losser en kun je wel nog terecht zegt een buitenwipper, maar voor veel fans die in de hotels van het centrum logeren, vaak om en rond het station, is dat te ver om te wandelen. Dus dolen ze een beetje verdwaald door de straten, de vlag op de rug. De enige rustverstoorders zijn Italianen in auto's met een Duitse nummerplaat - migranten dus, die luid toeterend door de straten toeren. Zuiderse tradities zijn er om te respecteren.
...

Het was iets voor één 's nachts. Cafés en restaurants in München moeten dicht, verplicht; een covidregel in het centrum. In Schwabing, de chique buurt van München met zijn villa's in Jugendstil, zijn ze iets losser en kun je wel nog terecht zegt een buitenwipper, maar voor veel fans die in de hotels van het centrum logeren, vaak om en rond het station, is dat te ver om te wandelen. Dus dolen ze een beetje verdwaald door de straten, de vlag op de rug. De enige rustverstoorders zijn Italianen in auto's met een Duitse nummerplaat - migranten dus, die luid toeterend door de straten toeren. Zuiderse tradities zijn er om te respecteren. Teleurgesteld, maar niet revolterend, ondergaan de Belgische fans het verlies gelaten. Ze kijken even op, sommigen steken de duim omhoog. Zoals ze dit tornooi een beetje hebben moeten ondergaan; het werd geen triomftocht zoals drie jaar geleden. Dit is een uitschakeling, ook al waren er kansen. Dat de Squadra in het laatste deel van de wedstrijd twaalf minuten wist te winnen met blessureverzorgingen - alleen van uitblinker Leonardo Spinazzola zag je direct dat die terecht was - ach... Het filmpje van Ciro Immobile zorgde op social voor wat verontwaardiging, maar die was snel weg. Anders dan drie jaar geleden was het gevoel van onrecht er nu niet. De supporters beseffen dat. En ook zij zien dit als het einde van een mooi tijdperk. Het einde van een droom. Opvallend ook dat de vele Belgische vlaggen, die de voorbije weken na elke zege talrijker tegen de gevels kwamen hangen, zaterdag al vrijwel allemaal weg zijn. Natgeregend binnen gehaald. Niet eens halfstok dus. Om een en ander in perspectief te zetten: België was het enige Europese land dat de voorbije zeven jaar op elk tornooi de kwartfinale haalde. En een tweede vaststelling: met België en Italië stonden vrijdagavond de enige twee landen tegenover mekaar die vijf jaar geleden in Frankrijk ook de kwartfinales bereikten. Om maar te zeggen: wat de Rode Duivels deden is best wel uitzonderlijk, want elk land zet stappen, elk land profiteert inmiddels van de grotere diversiteit onder de bevolking, van transferbewegingen naar grote competities. De Rode Duivels zijn daarin een constante. Op basis van talent én van status binnen het wereldvoetbal ook niet meer dan verwacht. Aan de andere kant: voor het eerst sinds hun wederoptreden op grote tornooien na een afwezigheid van 12 jaar (tussen 2002 en 2014) verlaten de Rode Duivels zo'n topgebeuren zonder één referentiematch. In Brazilië was dat een zinderende België-VS, in Frankrijk een wervelende België-Hongarije, en in Rusland België-Japan en vooral België-Brazilië. Wat is de referentiematch nu? In de ogen van de Duivels zelf was dat België-Portugal. Mooi hadden ze niet gespeeld, en de omschakeling was niet goed uitgevoerd, gaven ze toe, maar als het niet mooi kon, dan maar knokkend, met de hulp van de paal.Maar was het voor u een referentiematch waar u over x-aantal jaar nog zal aan terugdenken?Niet dus. Een kwartier brille tegen Denemarken, daar moeten we het mee doen. En een paar goeie goals. Voor de rest was dit een vervloekt tornooi. Om te beginnen al dat jaar uitstel. Het werd aanvankelijk gezien als een zegen; de aanwezigheid van Eden Hazard, de beste voetballer op het WK, leek die zomer na zijn kuitbeenbreuk zeer onzeker. Maar achteraf gezien hebben we het nu ook veelal zonder hem moeten doen. Een jaar geleden was Kevin De Bruyne wel in topvorm, Axel Witsel ook, net als Timothy Castagne. Thomas Meunier was in betere doen, Romelu Lukaku was al fris aan het scoren in Italië, en misschien - met zijn lijf weet je nooit - had je dan ook nog kunnen rekenen op Vincent Kompany. Had het iets gescheeld? Misschien. Andere vaststelling: steeds beter weet de tegenstand deze Duivels een antwoord te geven. Tegen Engeland en in Tsjechië bleek al dat de Rode Duivels goed moesten zijn om de tegenstand blijvend af te houden. De 8-0 tegen Wit-Rusland veegde dat nog even weg, maar intern gingen lampjes af. De ellende ging inmiddels verder. Hazard blijvend op de sukkel, blessures van Zinho Vanheusden, Witsel, Dedryck Boyata, De Bruyne, op het tornooi die van Castagne en later weer De Bruyne én nog een keer Hazard: de ene noemt het excuses, de ander een plausibele uitleg voor het mindere voetbal van de Rode Duivels én het gebrek aan een referentiematch. Het noopte de bondscoach in elk geval tot het bijsturen van zijn strategie. Roberto Martínez heeft deze generatie, die lef heeft, in een tactisch systeem laten voetballen dat paste bij die lef. Voetbal vanuit balbezit. We durven het niet Cruijffiaans noemen, maar de Catalaan is er wel door beïnvloed. Martínez verloor daarbij wél nooit de oude Belgische waarden uit het oog. Voetballen vanuit balbezit was niet het enige wat de nationale ploeg kon. Eén Rode Duivel zei ons ooit: 'Let maar eens op. Vaak is het zo dat wij in het begin van een duel een wedstrijd durven ondergaan. De tegenstander aan de bal en wij die afwachten. En daarna plaatsen we een goeie counter, of een actie, scoren we en nemen we over.' Op het WK in Rusland wisselden de Belgen tussen die twee strategieën: scoren uit balbezit, maar ook uit de counter. Die derde goal tegen Japan, maar ook de tweede tegen Brazilië. Dit toernooi was - tegen de betere tegenstanders - van voetbal gebaseerd op balbezit weinig sprake, tenzij in de groepsfase. Tegen Rusland en Finland was geen top-België nodig om het verschil te maken, zo goed zijn we wel. Tegen de betere tegenstanders was het ondergaan. De Denen, halve finalist inmiddels, lieten de nationale ploeg ook al kreunen, die op basis van haar ervaring de schade wist te beperken. Maar tegen Portugal? 43 procent de bal. Italië: 47 procent. Martínez had slechts één wapen in de hand: de omschakeling. En dan reken je wel heel erg op Kevin De Bruyne, op één been. Dat zegt alles. Over de bereidwilligheid om ver te gaan voor je land, maar ook over de reserven die je achter de hand houdt. Zonder de geblesseerde Eden Hazard en om Romelu Lukaku wat van de druk van de hijgende verdedigers in zijn nek te bevrijden, haalde Martínez zijn Braziliëtactiek van stal, met Lukaku aan de rechterkant. Toen was dat ook om Marcelo het oprukken te beletten, en het centrum vrij te geven voor een infiltrerende De Bruyne. Tegen de Denen lukte dat opnieuw en de 1-1 was een feit. Tegen Italië deed Martínez het weer. De 4-3-3 van de Squadra, met een offensieve Spinazzola, leende zich daartoe. Alleen, stilaan is het een truuk die iedereen kent en Chiellini en co zijn daarvoor te leep. De oude vos ging gewoon tegen de zijlijn spelen, zodat Spinazzola alle tijd kreeg om in combinatie met Lorenzo Insigne Meunier helemaal tuureluurs te spelen. Anderzijds: zonder die redding van Gianluigi Donnarumma op een omschakelingsmoment van De Bruyne hadden we nu misschien geschreven dat de aanpak wél werkte. Zo dicht ligt het soms bij mekaar. Het gemis van Eden Hazard speelden de Belgen uiteraard parten. En hoe sterk Jeremy Doku ook was, je miste de oudste van het broerderpaar om rust te brengen. Want ergens leidde het - onrechtstreeks - tot het eerste tegendoelpunt. Al diverse keren bleek Lukaku in dat eerste half uur onbereikbaar of niet in staat om een bal bij te houden. Fysiek ten einde krachten, in zijn 58e match sinds de hervatting in september is dat niet onlogisch en om toch voor wat rust te zorgen, wilde Jan Vertonghen het op het half uur niet met de zoveelste verloren lange bal richting de spitsen doen. Het uitvoetballen bekwam de aanvoerder slecht: Verratti- Jorginho- Chiesa en Barella sloten goed bij, Thomas Vermaelen ergerde zich nog wat aan Immobile en diens commedia dell' arte en voor de Belgen het wisten lag de 1-0 achter Thibaut Courtois. De 2-0 via Insigne was dan weer een schoolvoorbeeld van hinken op twee gedachten: De Bruyne wilde ouderwets hoog druk zetten, wenkte met de arm maar kreeg de rest niet mee. Witsel en Youri Tielemans, al murw gelopen in het eerste half uur, zaten in niemandsland, de verdediging bleef hangen en een uitgestrekt België lag via een slimme Insigne KO. De penalty gaf nog even een levenslijn, Doku verlengde die met zijn acties na de rust en daarna had Martínez een laatste keer pech: Nacer Chadli, de man die hem in Japan al had gered, zorgde met zijn invalbeurt direct voor gevaar, maar blesseerde zich daarbij. Game over. En zo komt een einde aan een cyclus van zeven jaar en vier toptornooien. Vier kansen om een prijs te pakken, vier keer waarin het niet lukte. Brazilië kwam te vroeg, veel jongens ontdekten topvoetbal. Na het vorige EK kreeg Marc Wilmots de wind van voren en zijn gebrek aan ervaring als trainer zal wel een invloed hebben gehad, maar de blessures van Kompany, Vermaelen én Vertonghen in de kwartfinale ongetwijfeld nog veel meer. Vijf jaar later is er nog steeds geen linksachter als back up; inmiddels in Jordan Lukaku ver weggezakt. Daarin geeft deze generatie het goeie voorbeeld: ze komen er niet alleen, ze blijven er ook, jaar na jaar na jaar. In Rusland bereikte iedereen zijn hoogtepunt, maar ook toen volstond het niet voor een prijs. Nu hadden ze, achteraf gezien, onvoldoende wapens. We zaten een heel tornooi te wachten op de kaart die Martínez zou trekken. Hij deed dat uiteindelijk met Doku, en ei zo na slaagde dat; Giovanni Di Lorenzo werd helemaal gek. Maar te veel in dit tornooi hing af van die individuele flits. Het bleek onvoldoende; eens te meer was - na Argentinië en Frankrijk - een leep topland het eindstation. Is deze generatie mislukt? Allerminst. Wellicht zal ze geen prijs pakken, tenzij misschien straks een troostprijs met de Nations League in oktober. Ze heeft wel wat anders gebracht: brons op het WK, de beste prestatie ooit, en niet te vergeten: trots, regelmaat, een status als nummer een én vooral: zeer veel financiële kracht om wijs te investeren, zodat de val niet meer zo diep is als twee decennia geleden. Aan Martínez is het nu om een delicate transitie te maken. De meeste Duivels willen dit doortrekken naar een volgend tornooi. Het zal de bondscoach moeten zijn die op basis van data gaat triëren. Hij zal een afweging moeten maken tussen ervaring en verleden versus klaar voor de toekomst zijn op hoog niveau. Duitsland, Spanje, Frankrijk, landen die wél een prijs pakten, hebben er in het verleden mee gesukkeld. Het is niet makkelijk om afscheid te nemen van trouwe soldaten die aan de Europese top spelen en vertrouwen te geven aan spelers met veel minder caps. Martínez werkte de voorbije maanden al aan die transitie, in de kwalificatiewedstrijden. Altijd binnen hetzelfde schema. September biedt opnieuw kans op verjonging, met twee uitwedstrijden op weg naar het WK (Estland en Wit-Rusland) maar ook een belangrijke thuismatch tegen Tsjechië. En daarna is er al Frankrijk en wie weet Italië of Spanje in de Nations League. De transitie zal dus wel geleidelijk gebeuren, niet te bruusk, gezien de inzet van de wedstrijden. Maar er zal in het volgende camp ook serieus worden nagepraat, onder Duivels en met coach, over de te volgen strategie op het veld. Want er valt ook wat schade te repareren bij jongens die zich in dit tornooi gebelgd voelen over een gebrek aan speelkansen.