Het was een opmerkelijk beeld : na de laatste wedstrijd in de Nederlandse play-off-finale stormden een paar weken geleden fotografen en journalisten niet af op de nieuwe kampioen Piet Zomers Dynamo uit Apeldoorn. Nee, de aandacht ging volledig naar de spelverdeler uit het verliezende kamp. Peter Blangé is dan ook een levende volleyballegende in zijn land. De vijfhonderdvoudige international stond aan de basis van heel wat Nederlandse volleybalsuccessen. Hij won zilver op de Olympische Spelen van Barcelona in 1992 en vier jaar later maakte hij deel uit van het gouden volleybalteam van Joop Alberda in Atlanta. In datzelfde jaar won Blangé met Nederland ook nog de World League en een jaar later het EK in eigen land.
...

Het was een opmerkelijk beeld : na de laatste wedstrijd in de Nederlandse play-off-finale stormden een paar weken geleden fotografen en journalisten niet af op de nieuwe kampioen Piet Zomers Dynamo uit Apeldoorn. Nee, de aandacht ging volledig naar de spelverdeler uit het verliezende kamp. Peter Blangé is dan ook een levende volleyballegende in zijn land. De vijfhonderdvoudige international stond aan de basis van heel wat Nederlandse volleybalsuccessen. Hij won zilver op de Olympische Spelen van Barcelona in 1992 en vier jaar later maakte hij deel uit van het gouden volleybalteam van Joop Alberda in Atlanta. In datzelfde jaar won Blangé met Nederland ook nog de World League en een jaar later het EK in eigen land. Deze successen kwamen er niet toevallig. Ze waren het resultaat van het befaamde Bankras-model, waarbij de toppers zich terugtrokken uit de nationale competitie om samen in afzondering een absoluut topteam te smeden. Met zijn 2,05m gaf Blangé een nieuwe dimensie aan het volleybal. Door zijn lengte kon hij als spelverdeler extra snelheid meegeven aan de middenaaval en stond hij uiteraard ook blokkerend zijn mannetje. In 1990 trok Blangé naar Italië waar hij achtereenvolgens aantrad voor Catania, Parma en Treviso. Tussendoor was hij nog een seizoen actief voor het Duitse Moers. De laatste twee seizoenen speelde hij opnieuw in Nederland bij Vrevok. Vorig seizoen behoorde Blangé nog tot de acht genomineerden voor Volleyballer van de Eeuw, een titel die uiteindelijk naar de Amerikaan Karch Kiraly ging. Weinigen die beter weten wat een goede spelverdeler nodig heeft. Blangé : "Spelverdelen is iets dat bij een bepaald karakter hoort. Mensen die zich wat meer op de achtergrond profileren, zitten, denk ik, eerder tegen hun plafond aan dan mensen met wat minder technische capaciteiten, maar met veel doorzettingsvermogen. Ik noem de spelverdeler wel eens de sociaal werker in een team. Je moet iedereen bij de les houden en aanvoelen wanneer iemand hot is. Je moet motiveren en communiceren. Ik ben geen groot atleet, m'n fysiek is niet super, maar die andere capaciteiten bezit ik duidelijk wel." De spelregelwijzigingen van de laatste jaren hebben het spel van een passeur veranderd, weet ook Blangé. "Dat er wat moest veranderen, was duidelijk. In wedstrijden werd soms tijden niet gescoord en de sets duurden daardoor soms een uur. Ik had voor de invoering van het rallypointsysteem wel graag een test een test gehad met het inkorten van de sets. In plaats van tot vijftien tot tien spelen, bijvoorbeeld. En zo in ieder geval het verschil houden tussen de serverende en de ontvangende ploeg. Dat was toch een essentieel onderdeel van het volleybal. "De veranderingen hebben ertoe geleid dat de tactiek minder belangrijk is geworden. Er zijn veel minder acties, het is allemaal wat simpeler geworden. Voor een spelverdeler is het ook eenvoudiger. De tijd van rustig een aanval opbouwen, is voorbij. Nu ben je gewoon op zoek naar wie in de wedstrijd zit en die krijgt gewoon de bal. De term spelverdeler is niet meer helemaal de juiste. Je bent tegenwoordig meer een opgooier. Het echt verdelen van het spel is al gebeurd. Een positief effect is wel dat de druk van bij het begin van de wedstrijd maximaal is. De Spelregelwijzigingen zijn de spanning ten goede gekomen, maar volgens mij niet de attractiviteit."De gouden tijden van het Nederlandse team lijken ondertussen weer al een tijdje achter de rug. Blangé : "De hele middenas is weg : Albert Cristina, Bas van de Goor, Martin Van der Horst en ikzelf. De technische staf is ook volledig nieuw : dat mag je ook niet onderschatten. We vechten een beetje tegen de historie. Nederlanders kijken altijd terug op dat goud in Atlanta en zien dat los van het materiaal waarover we nu beschikken. Wij hebben in het verleden het geluk gehad dat er een superlichting klaarstond. Zo'n lichting krijg je niet op bestelling. Bovendien loopt onze nationale competitie mijlen achter op de Italiaanse, Franse en zelfs Belgische. Het is bijna een wonder dat ons nationale team het internationaal zo lang volhoudt." Het is ook zo dat een selectie voor het nationale team niet meer voldoende is om in het buitenland aan de bak te komen. "In de goede jaren hadden Reinder Nummerdor en Richard Schuil hun buitenlandse carrière te danken aan het nationale team. Ze konden zelfs ongezien - want ze zaten vaak op de bank - naar een buitenlandse club. Het Nederlandse model had in het buitenland een enorme faam. In Nederland heb ik een paar jaar enorm in mezelf geïnvesteerd. In het buitenland zette ik de puntjes op de i. In Italië leerde ik onder druk spelen. Ik speelde er wekelijks op de toppen van mijn tenen. Daar heb ik heel veel aan te danken. door Wim Van Eck en Roel Van den broeck