De fusie

December 2001 daagden er in derde klasse B voor de streekderby Stade Leuven-Diest amper 279 betalende toeschouwers op. Stade zat aan de grond. Het kampte met schulden en vocht tegen de degradatie naar bevordering. Toenmalig schepen van sport (en huidig staatssecretaris voor fraudebestrijding) Carl Devlies greep in. Hij startte fusiegesprekken op tussen Stade en het in eerste provin-ciale spelende Daring Leuven.
...

December 2001 daagden er in derde klasse B voor de streekderby Stade Leuven-Diest amper 279 betalende toeschouwers op. Stade zat aan de grond. Het kampte met schulden en vocht tegen de degradatie naar bevordering. Toenmalig schepen van sport (en huidig staatssecretaris voor fraudebestrijding) Carl Devlies greep in. Hij startte fusiegesprekken op tussen Stade en het in eerste provin-ciale spelende Daring Leuven. Omdat twee noodlijdende clubs samen een noodlijdende club blijft, zocht Devlies al snel toenadering tot Zwarte Duivels Oud-Heverlee. Dat speelde de kop in dezelfde reeks als Stade Leuven, maar besliste al vroeg om geen licentie voor tweede klasse aan te vragen. Naar eigen zeggen omdat het verkoos financieel gezond te blijven. Binnen de vijf weken was de fusie met drie beklonken. Stade en Daring gingen in vereffening, en met het stamnummer van de Zwarte Duivels ging Oud-Heverlee Leuven, een versmelting van beide gemeentenamen, van start in derde klasse. Thuishaven werd het Leuvense Sportcentrum, naast de universiteitscampus van de faculteit LO, waar eerder Stade zijn thuiswedstrijden speelde. De fusie verliep zonder bloedvergieten. Van meet af aan werd zorgvuldig over de politieke evenwichten gewaakt. Beide gemeentebesturen schaarden zich eensgezind achter de fusie en speelden een actieve rol bij de onderhandelingen. Namens Leuven waren dat Devlies (CD&V) en burgemeester Louis Tobback (SP.A), namens Oud-Heverlee - geen deelgemeente, maar een residentiële buur van Leuven - burgemeester Albert Vandezande (van het liberale Fusiebelangen) en de voor sport bevoegde schepen Marianne Thyssen (CD&V). In 2005 werd het beursgenoteerde technologiebedrijf Option hoofdsponsor van OHL. Zijn oprichter en CEO Jan Callewaert, in datzelfde jaar verkozen tot Manager van het Jaar, is sinds dit seizoen ook voorzitter. Samen met twee andere bedrijfsleiders investeerde hij vorige zomer een half miljoen euro in de club om haar na twee magere jaren verder te professionaliseren. Van de stad Leuven krijgt de nieuwe eersteklasser nu een renteloze lening van 2 miljoen euro. Het geld moet dienen voor de noodzakelijke aanpassingen aan de infrastructuur. - 2002/04Jean-Pierre Vande Velde maakte mee de overstap van de Zwarte Duivels naar de fusieclub. Hij bereikte meteen de eindronde en miste nipt de promotie naar tweede. In de finale tegen (het eveneens gefuseerde) VC Eendracht Aalst 2002 verloor OHL met de strafschoppen. Na het tweede seizoen maakte de club een einde aan de samenwerking. - 2004/07 Omdat Ronny Van Geneugden verkoos bij de jeugd van Genk te blijven, haalde OHL Guido Brepoels weg uit bevordering met als opdracht de ploeg naar tweede klasse te brengen. Dat lukte al in zijn eerste seizoen, via de eindronde. Daarin maakte François Sterchele acht van de twaalf Leuvense doelpunten, wat zijn seizoenstotaal op 29 bracht en hem een transfer naar Sporting Charleroi opleverde. Na drie seizoenen nam OHL afscheid van Brepoels. - 2007/10 Nadat gesprekken met de bij Lokeren ontslagen Ariël Jacobs op niets uitliepen, zag OHL in Rudi Cossey de geschikte man om zijn ambitie - promotie naar eerste klasse, ten laatste in 2010 - waar te maken. Cossey bereikte meteen de eindronde, maar daarin werd OHL puntloos laatste. Twee speeldagen ver in het nieuwe seizoen stapte hij onverwachts op. Volgens hem lag de lat te hoog met het beschikbare spelersmate-riaal. Voor zijn opvolging had OHL contact met Marc Brys, Aimé Anthuenis en Herman Vermeulen, maar zij hielden de boot af, net als Philippe Saint-Jean. Onder druk van de slechte resultaten werd snel Marc Wuyts ingehaald. Een miscast en de Brusselaar werd nog tijdens het seizoen ontslagen. OHL raakte intern verdeeld en tegen haar principes in kaapte het oude bekende Vande Velde weg bij KV Oostende. Vande Velde hield OHL in tweede en streed ook het jaar nadien tot de voorlaatste speeldag voor het behoud. Na twee tegenvallende jaren nam de club opnieuw afscheid van hem. - 2010/11 Na een eerder, vruchteloos contact met Jacky Mathijssen pakte OHL met Ronny Van Geneugden de draad van de professionalisering weer op waar het hem met Cossey had laten liggen. Met het gekende gevolg. Slechts één keer eerder maakte Leuven eersteklassevoetbal mee: in 1959/60 vertoefde Stade Leuven één seizoen in de ereklasse. DOOR JAN HAUSPIE