Van Tiggelen. Eén tegen één wordt het. Mühren... Van Basten... Goed. O, wat een goal! Wat een goal! Wat een schitterend doelpunt, zeg! Niet te geloven zoals ie die bal uit de lucht oppakt in die hoek daar. Niet te geloven. Wat een weergaloos doelpunt!" Zo klonk het op 25 juni 1988 in menige Hollandse huiskamer. Net zoals iedereen die op dat moment aan zijn tv-toestel gekluisterd zat, moest NOS-commentator Theo Reitsma zich even in de arm knijpen. Was het werkelijk waar dat Marco van Basten in de finale van het Europees kampioenschap 1988 vanuit een onmogelijke hoek het leer over de grijparmen van de Rus Rinat Dasajev - nochtans de beste keeper ter wereld op dat moment - in doel had geknald?
...

Van Tiggelen. Eén tegen één wordt het. Mühren... Van Basten... Goed. O, wat een goal! Wat een goal! Wat een schitterend doelpunt, zeg! Niet te geloven zoals ie die bal uit de lucht oppakt in die hoek daar. Niet te geloven. Wat een weergaloos doelpunt!" Zo klonk het op 25 juni 1988 in menige Hollandse huiskamer. Net zoals iedereen die op dat moment aan zijn tv-toestel gekluisterd zat, moest NOS-commentator Theo Reitsma zich even in de arm knijpen. Was het werkelijk waar dat Marco van Basten in de finale van het Europees kampioenschap 1988 vanuit een onmogelijke hoek het leer over de grijparmen van de Rus Rinat Dasajev - nochtans de beste keeper ter wereld op dat moment - in doel had geknald? "Hij kan dat nog honderd miljoen keer proberen, hij zal zo'n goal nooit meer maken", zou Ruud Gullit, destijds kapitein van Oranje, later over dat doelpunt zeggen. "Die voorzet van Mühren trok nergens op, hij was veel te hoog", herinnerde Frank Rijkaard, toen ook een van de protagonisten in het Olympiastadion in München, zich. "Ik dacht: ik probeer het gewoon even", zei Van Basten zelf met de hem typische onderkoelde nuchterheid. Over een van de beste Nederlandse voetballers aller tijden bestaan heel weinig boeken. Toch vreemd voor een boekenland als Nederland, waar de biografieën van ex-voetballers de laatste tijd met bakken uit de lucht vallen. Alleen al in het laatste jaar werden de levensverhalen van onder meer Andy van der Meijde, Wim Kieft, Gerrie Mühren, Jan van Beveren, Jan Boskamp en Ronald Koeman opgetekend. Vaak met de bereidwillige medewerking van de voetballer in kwestie. Niet zo met San Marco. Interviews interesseerden hem al in zijn spelerscarrière geen lor. Al dat gelul over voetbal, waar was dat eigenlijk voor nodig? Het is een overtuiging die hij ook na zijn carrière zal blijven aanhangen. Aan biografieën heeft hij nooit willen meewerken. "Je zult het zelf moeten doen", kreeg auteur Johan Faber vriendelijk maar dwingend te horen, toen hij Van Basten om medewerking polste voor zijn boek Het mysterie Marco, uitgegeven in 2004. Every man is wise until he speaks, zegt Faber in zijn voorwoord, maar tegelijkertijd weet hij ook: bij Van Basten is het niet alleen dát. "Meer dan welke andere Nederlandse voetballer ook leek hij ondoorgrondelijk, omgeven door een geheimzinnige aura. Ik was niet de enige die dat vond, merkte ik als ik over hem sprak met vrienden of collega's. Marco had iets speciaals, al viel moeilijk onder woorden te brengen wat dat was. Ik maakte een mentale optelsom. Hij was een van de beste Nederlandse voetballers aller tijden. Hij leidde - met een paar anderen - het Nederlands elftal naar de enige internationale titel die Oranje ooit won. Zijn erelijst was meer dan indrukwekkend, zowel bij Ajax als bij AC Milan. Hij maakte legendarische doelpunten. Zijn carrière kwam door een slepende blessure op tragische wijze tot een einde. Dat waren onweerlegbare feiten, die ieder voor zich al een boek verdienden. Maar er was nog iets. Iets ondefinieerbaars. Iets dat zich onttrok aan zijn vroegtijdige afscheid van het voetbal, aan de prijzen die hij had gewonnen en aan de doelpunten die hij maakte. Marco was... een mysterie." Op YouTube staat een filmpje van Joop van Basten, de vader van Marco. We zien hem de deur openen van de vroegere kamer van zijn zoon in de ouderlijke flat aan de Johan Wagenaarkade in Utrecht. Wat de lens van de camera vervolgens registreert, is niet anders te omschrijven dan een minimuseum. Een ruimte volgestouwd met T-shirts, bekers, medailles, foto's... Herinneringen aan een grootse carrière. Joop: "Hij geeft er zelf helemaal niets om. Zelfs als hij op bezoek komt, gaat hij geen kijkje nemen in zijn kamer om te zien hoe het er allemaal bij staat. Ik heb dit allemaal zelf gedaan. Had het van hem afgehangen... Nou ja, hij ziet er het nut niet van in." Vader Joop, die afgelopen zomer op 84-jarige leeftijd overleed, was een erg bepalende figuur in de voetbalcarrière van Marco van Basten. Dat die recent een stap terug moest zetten als hoofdcoach van AZ, is vermoedelijk gelinkt met de dood van zijn vader. Het nieuws over de hartkloppingen waaraan Van Basten leed, volgde enkele weken na het wegvallen van Joop. In het boek Het mysterie Marco wordt vader Van Basten, zelf een ex-verdediger, nochtans omschreven als een dominante man die vaak snoeihard was voor zijn jongste zoon. "Je voetbalde weer als een konijn", klonk het dan met de boerse directheid die veel Utrechters eigen is. "Marco werd weleens doodziek van hem", zegt oudere broer Stanley van Basten. "Dan stond hij bijna te huilen in de woonkamer. 'Ik doe mijn best, maar het is nooit goed', riep hij." Daarna hulde hij zich urenlang in een diep stilzwijgen en trok hij een onverschillig pantser op. Ja, Joop was een vader die er kort op zat. Menig Nederlandse journalist heeft uit zijn mond de anekdote mogen optekenen van een plotselinge hagelbui tijdens een pupillenwedstrijd. Marco liep van het veld en zocht beschutting naast zijn vader, op de overdekte tribune. Joop ontplofte. "Als je nou niet het veld ingaat, schop ik je erin", schreeuwde hij. En daar ging Marco weer. Zwaar de pest in, uiteraard. Ook als Marco hard werd aangepakt door de tegenstander en er uiteindelijk half jankend mee wilde ophouden, stuurde Joop hem onverwijld terug. "Terugschoppen, laat je niet pakken." Vader Van Basten wilde absoluut dat Marco zich staande hield in de spits, in zijn ogen de moeilijkste positie in het elftal. Zelf wilde Van Basten na verloop van tijd liever op het middenveld voetballen. Daar kwam je tenminste meer aan de bal en kon je lekkere acties maken. Maar dat was buiten Joop gerekend. Spits moest hij worden, en daarmee basta. Nadat hij in zijn jeugd voor de Utrechtse clubs EDO, UVV en USV Elinkwijk uitkwam, verhuisde hij in 1981 op zestienjarige leeftijd naar het grote Ajax. Het was Aad de Mos, destijds hoofd opleidingen in Amsterdam, die het transferdossier afrondde. Dat was ietwat in de vergetelheid geraakt, temeer omdat bij Elinkwijk de veelbelovende Edwin Godee voetbalde. De Mos haalde het dossier-Van Basten van onder het stof en besloot uiteindelijk de twee jongens te laten overkomen. "Godee was afgescout. Van hem waren we volledig overtuigd. Maar van Marco hadden we nog geen duidelijk beeld toen we hem naar Ajax haalden. In feite hebben we hem blind gehaald. Ik had wel naar Bert van Lingen (later nog assistent van Dick Advocaat bij de Belgische nationale ploeg, nvdr) bij de KNVB gebeld. Hij was heel enthousiast over Marco en ik heb altijd veel waarde gehecht aan de voetbalkennis van Van Lingen." Een lichting veelbelovende nieuwe spelers stond in die tijd te drummen in de coulissen van stadion De Meer, toen nog de thuishaven van Ajax: Frank Rijkaard, Wim Kieft, Gerald Vanenburg... Maar ze werden in 1981 allemaal overschaduwd door de terugkeer van een legende: Johan Cruijff. Na zijn avontuur bij de Washington Diplomats kwam de op dat moment 34-jarige Cruijff nog even mee ballen bij Ajax, de club van zijn hart. De eerste ontmoeting van de meester met zijn latere pupil was niet bepaald onvergetelijk. Het gebeurde op de trappen van De Meer. "Hij liep me voorbij alsof ik er niet stond," zei Van Basten er jaren later over, "maar ik had toen al het idee dat dat ooit anders zou zijn." Zijn eerste optreden bij de A-ploeg van Ajax kwam er op 3 april 1982, in een thuiswedstrijd tegen NEC. Net voor de rust kreeg hij het signaal om zich op te warmen, hij zou invallen in de tweede helft. De man die voor hem in de kleedkamer bleef, was niemand minder dan Johan Cruijff. Symbolischer kan een wissel niet zijn. Na een paar minuten op het veld knikte de zeventienjarige debutant de 3-0 binnen, het begin van een aantal magistrale seizoenen bij de club uit Amsterdam. Van Basten, die met zijn natuurlijke elegantie zijn directe tegenstrevers steevast degradeerde tot onbehouwen klungels, schonk Ajax drie titels, drie bekers en winst in de Europacup II in 1987. In die Europese finale werd het Duitse Lokomotiv Leipzig met 1-0 bedwongen, doelpunt van - ja, u raadt het al - Van Basten. Toch had Marco eerder dat seizoen al een zware prijs betaald voor zijn Europese gloriemoment... Want in het seizoen 1986/87 had het noodlot eerder al toegeslagen. Ajax speelde uit tegen FC Groningen en Marco was niet in goeden doen. De toeschouwers zagen hoe een bozige Van Basten na een halfuur spelen een geagiteerde discussie aanging met coach Johan Cruijff. Die leek van plan om Van Basten te wisselen, maar deed het uiteindelijk niet. Geïrriteerd dat het harde spel van Groningenverdediger John de Wolf niet bestraft werd door de scheidsrechter, ging Marco op zoek naar revanche. Hij wierp zich met volle overgave in een duel met twee Groningenspelers, de bal sprong een paar meter weg, richting Edwin Olde Riekerink, die aanstalten maakte om langs de zijlijn op te stomen. Van Basten liep achter hem aan en deed een wilde sliding naar de benen van de Groninger. De tackle was nooit zijn sterkste punt geweest en bovendien ging Marco helemaal niet naar de bal. Hij wilde wraak, desnoods door een tegenstander te blesseren. De toeschouwers hoorden een ziekmakende klak toen Marco met zijn rechtervoet tegen de zool van Olde Riekerink knalde. Van Basten voelde onmiddellijk een stekende pijn in zijn enkel. Daar, op dat moment, veroorzaakte hij bij zichzelf een blessure die enkele jaren later het einde van zijn carrière zou inluiden. Na die wedstrijd tegen Groningen heeft Van Basten nooit meer zonder pijn gespeeld. Cruijff, belust op een nieuwe prijs met Ajax, was echter meedogenloos en bleef zijn spits de wei injagen. In de competitie was Ajax dat seizoen teruggevallen, de titel had Cruijff in feite al opgegeven. Wilde hij niet als een mislukte Ajaxtrainer de geschiedenis ingaan en zo de kans missen om ooit Barcelona te coachen, dan moest hij Europacup II pakken. Hij deed zijn topspeler een voorstel: Van Basten zou alleen nog de Europacup en de wedstrijden voor de Nederlandse beker spelen. "Als je die cup niet pakt, dan sloop ik je", dreigde Cruijff. De trainer liet Van Basten ook verstaan dat hij, als dat nodig bleek te zijn, al zijn gewicht in de schaal zou werpen om Marco's geplande transfer naar AC Milan niet te laten doorgaan. Want de van ambitie brandende voorzitter van de Rossoneri, Silvio Berlusconi, had flink wat lires opzijgelegd voor de komst van Marco. Van Basten bezweek onder de druk van zijn coach, bezorgde Ajax op een rotte rechterenkel de Europese beker en zichzelf een overstap naar AC Milan, waar hij jarenlang met Rijkaard en Gullit een gouden trio zou vormen en de prijzenkast zou vullen. "Ik heb besloten om mijn voetballoopbaan te beëindigen. Als ik opsta doet de enkel pijn, ik kan niet eens een partijtje tennissen. Ik weet niet of de dokters me altijd hebben geholpen, want vanaf 1992 is de situatie niet echt verbeterd. Ik heb de indruk dat het na elke operatie eerder slechter dan beter ging. "Ik ben geopereerd, onderging behandelingen met water en hitte en acupunctuur en ik ben zelfs naar medicijnmannen geweest. Niets hielp. Voorlopig doe ik even niets. Pas vanochtend kon ik ertoe besluiten om mijn afscheid openbaar te maken. Nu ben ik volkomen leeg. Ik ga eens rustig nadenken wat ik in de toekomst ga doen. Neen, ik weet niet of ik als trainer aan de slag wil. Een leven zonder voetbal kan ook mooi zijn. Neem het voetbal weg en er is nog genoeg te genieten over. Als je stopt, blijf je in de gedachten van de mensen blijkbaar voortleven als een betere speler." Zo klinkt op 17 augustus 1995 de bevreemdende verklaring van Marco van Basten over zijn afscheid. Hij heeft dan al ruim twee jaar niet meer gevoetbald. Een invalbeurt - met een platgespoten enkel - in de verloren Champions Leaguefinale van 1993 tegen Olympique Marseille was zijn laatste wapenfeit. Op dat moment was hij achtentwintig. Wie weet hoe zijn loopbaan er had uitgezien als Cruijff hem in die bewuste wedstrijd tegen Groningen toch had gewisseld? DOOR STEVE VAN HERPE"Marco had iets speciaals, al viel moeilijk onder woorden te brengen wat dat was." Johan Faber