Groter kan het contrast binnen een stad amper zijn, wanneer je vanuit het centrum van Gent richting De Pinte fietst. Aan de ene kant van de De Pintelaan heb je het Gentse miljoenenkwartier, dure huizen met hier en daar een zwembad in de tuin en veel groen. Een paar honderd meter verder ligt aan de linkerkant een veel hardere sociale realiteit. Geen zwembaden hier, maar sociale woonwijken; de goedkoopste van de stad. Hier woont een heel ander deel van de bevolking. Soms gezinnen, soms alleenstaanden, met een gemene deler: hun rugzak. En meer dan in de rest van Gent mensen uit versnelde toewijs, uit gevangenis, psychiatrie of dakloosheid, mensen met bagage.
...

Groter kan het contrast binnen een stad amper zijn, wanneer je vanuit het centrum van Gent richting De Pinte fietst. Aan de ene kant van de De Pintelaan heb je het Gentse miljoenenkwartier, dure huizen met hier en daar een zwembad in de tuin en veel groen. Een paar honderd meter verder ligt aan de linkerkant een veel hardere sociale realiteit. Geen zwembaden hier, maar sociale woonwijken; de goedkoopste van de stad. Hier woont een heel ander deel van de bevolking. Soms gezinnen, soms alleenstaanden, met een gemene deler: hun rugzak. En meer dan in de rest van Gent mensen uit versnelde toewijs, uit gevangenis, psychiatrie of dakloosheid, mensen met bagage. Maar, ondanks alles, zijn ze vaak ook wel trots op hun buurt. En boos op Niveau 4, het programma op Vier over de Gentse politie, zegt Ellen, die wijkhuis Pino open houdt. Boos, omdat ze op televisie te vaak de wijk afgeschilderd zien als gevaarlijk, met veel druggebruik. Ellen: 'Er zíjn hier mensen met problemen, maar er wonen er ook heel veel die werken, alleen met misschien wat minder inkomen. Je mag de problemen hier niet onderschatten, maar ze zijn ook een deel de verantwoordelijkheid van de maatschappij. De woontorens hier, eigenlijk mag je mensen zo niet laten leven. Wil je daar op inzoomen, dan kun je hier heel verschrikkelijke dingen constateren. Maar je kunt ook inzoomen op iets moois. Ik vind altijd dat het hier veel warmer is dan de buitenwereld denkt. Ons dorp binnen de stad.' Voor de tweede keer zijn we hier. Vijf jaar geleden ook al, naar aanleiding van de titel van KAA Gent. Nieuwsgierig naar wie de buren waren, doolden we toen ook al door de wijk, gegidst door Ratje, de bijnaam van Ginette. Ook toen al viel die spreidstand op. Enerzijds wat je nu ook ziet op televisie: het soms openlijke druggebruik, sluikstorten, de trieste lange donkere gangen in de blokken waar je zomaar in en uit kon lopen. Maar ook de vreugde bij wat mensen die zich hier thuis voelden. Een dicht sociaal weefsel rond het restaurant. Ratje toonde ons ook de volkstuintjes, die door de buurtbewoners worden onderhouden. De grond krijgen ze gratis in bruikleen, in ruil mogen ze op het perceel groenten laten groeien. Ze zijn er nog steeds, merken we. Net als dat de blokken ook nog steeds toegankelijk zijn. Met James, de fotograaf, beklimmen we er eentje, tot helemaal op het dak, voor de foto. De deur staat open. Ze dragen de namen van planeten, je kan tot de hemel klimmen. Pino, het wijkhuis, heeft nu nog een tijdelijk onderkomen. Volgend voorjaar verhuist het ontmoetingscentrum naar de andere kant van het Rerum Novarumplein, naar een vaste plaats waar alle sociale werkingen worden gegroepeerd. Het ontmoetingscentrum kadert in het renovatieproject van de wijk. De blokken worden - eindelijk - aangepakt. In Rabot, een wijk aan de andere kant van de stad, zijn ze daar al eerder aan begonnen: eenzelfde soort woontorens worden (er staat er nog eentje, met op de bovenste verdieping The End of an Era) neergehaald en vervangen door laagbouw, mét groen. Ook hier wordt het hele park heraangelegd. Een paar hoge blijven, een paar lage komen. Er wordt gestreefd naar meer compartimentering, met kleinere ingangen, zodat de lange, donkere gangen die nu voor een onveiligheidsgevoel zorgen, verdwijnen. Veel glas moet voor licht en dynamiek zorgen. Bij Pino kunnen de buurtbewoners terecht voor een praatje en een stand van zaken. Toen de scholen dicht gingen, hebben sommige kinderen hier hun huiswerk gemaakt. Afstandsonderwijs, computer, printen, in deze wijk is dat alles niet zo vanzelfsprekend als in het miljoenenkwartier. Hier konden bewoners ook hun plaatsje in tuinen reserveren, zodat ze ook eens buiten konden zitten. Speeltuinen waren dicht, parken open, maar je mocht nergens (op bankjes) zitten. Corona verdiept de sociale kloof. Ellen: 'Wij zijn een ontmoetingsplek, die nu drie dagen in de week open is, op woensdag, vrijdag en zondag.' Op een goeie dag komen hier makkelijk zestig mensen langs voor een babbel, een koffie, een frisdrank of verse soep. Aan de achterzijde heeft Paolo een hersteldienst. In niet-coronatijden is hier ook een doorgeefwinkel, mensen kunnen iets meenemen of binnenbrengen. Wat niet wordt geschonken, is alcohol. Bewust. Veel mensen hier kampen met een stevige problematiek en wie alcohol schenkt, kan geen veilige omgeving creëren. Wijkhuis Pino is het epicentrum van het werk van de KAA Gent Foundation in deze wijk. Hier komen kinderen en jongeren uit de buurt samen die deelnemen aan een activiteit. De kleintjes worden er afgezet door de ouders en na de activiteit weer opgepikt. Het is een soort café op het 'dorpsplein' van waaruit de werking mensen benadert vanuit een positieve identiteit. Vaak in samenspraak met andere organisaties, ook hier is het een teamsport. Ellen: 'We zijn zeer zichtbaar, en ons merk wérkt, zowel om aandacht te genereren als om mensen tot dingen aan te zetten, maar zonder de wijkorganisaties zijn we niks. We verwijzen heel veel door, werken heel veel samen.' Wim Beelaert heeft het allemaal zien groeien. Zijn eerste teksten over maatschappelijk werk gekoppeld aan de voetbalclub en het stadion schreef hij in 2004. Toen Els Van Weert als staatssecretaris met een plan kwam om de maatschappelijke rol van clubs te vergroten, dook hij daar enthousiast in. Beelaert, toen medewerker van Gentse schepen Lieven Decaluwe: 'Wij zaten in Gent met de prille samenwerking tussen stad en ontwikkeling van het stadion. De stad zei: de voorwaarde van het ontwikkelen van dat stadion is een social return van de club. Als gewoon supporter van de club ben ik dat aan Patrick Lips gaan uitleggen. Hij kende die werking vanuit Engeland, ging akkoord, en tijdens de wedstrijd Gent-Lierse was er een ontmoeting tussen enerzijds Ivan De Witte en Michel Louwagie en anderzijds Els van Weert. Ivan de Witte heeft toen gezegd: we zitten in een schuldensituatie, kunnen geen geld geven, maar de club staat er principieel achter en het stadion staat ter beschikking. In 2006 kwam het principe in het lokale bestuursakkoord. Men heeft toen een ambtelijke werkgroep gemaakt en ik trok die. De opstartsubsidie kwam vanuit het Open Stadionfonds. Er kwam een vzw en een coördinator, die pionierswerk verrichtte. Toen hij stopte in 2011 heb ik voor de job gesolliciteerd en in november ben ik gestart, met een budget van 90.000 euro. De helft kwam van de federale overheid, de helft van de stad. Na de verhuis in 2013 naar de Ghelamco Arena heeft AA Gent gezegd: vanaf nu zijn we klaar om ook te investeren. Sindsdien zijn de bijdragen slechts vergroot ( zie ook kader, nvdr). Vandaag zijn we een organisatie met negen medewerkers en hebben we een budget van ongeveer 630.000 euro. Binnen het Belgische professionele voetbal zijn we de grootste sociale werking, zowel qua mankracht als qua budget. In 2018 hebben we de prijs gewonnen voor beste communitywerking binnen Europa.' Nieuw Gent werd een doelwijk na de verhuis vanuit Gentbrugge. Een logische doelwijk: ze ligt dichtbij het stadion, aan de achterkant van het UZ dat u langs de snelweg ziet liggen, en de sociale noden zijn er hoog. De projecten zijn inmiddels geëvolueerd. Eerst was er Playing for succes, elke woensdagnamiddag kwamen een vijftiental kinderen met leermoeilijkheden naar het stadion, gedurende een tiental weken, twee sessies per jaar. De Buffalo Cup kwam, waarbij het voetbal - een bekertornooi - één dag besloeg van een project dat maanden duurde en veel ruimer ging: het werkte rond gezonde voeding, respect en fair play. De kinderen moesten samen met andere mensen en organisaties in de wijk activiteiten opzetten. Dat resulteerde er in dat de buurtbewoners op de dag van de Cup voor de kinderen kwamen supporteren. De voorbije paar jaar werd het buurtfeest op vrijdagnamiddag geopend met de Buffalo Cup. De kinderen maakten zelf een gezond ontbijt klaar, er was een Buffalo Mars doorheen de wijk. Een hele happening. Een keer kwam ze in de schaduw van een moord, in een van de blokken. Uitgerekend op de dag van de Cup ging alle aandacht naar een ruimte die door de gerechtelijke politie werd afgezet en de hele dag aan onderzoek werd onderworpen. Helaas is ook dat Nieuw Gent. Vandaag is de KAA Gent Foundation in de buurt de voornaamste aanbieder van vrijetijdsparticipatie voor kinderen en jongeren. Kleuters kunnen er al terecht in een omnisportprogramma, de Buffalo League. De lagere schoolkinderen hebben ook zo'n league en kunnen doorgroeien naar de Dance Academy. Voor tieners is er buurtvoetbal. Het buurthuis is de draaischijf voor de projecten, allemaal heel laagdrempelig. Er is een nauwe samenwerking met sportclub HT Zwijnaarde, die een sociaal belangrijke rol speelt in deze wijk. Buurtsportbeleid is vaak traditioneel gericht op het mensen in beweging brengen, als opstapje om mensen naar een sportclub te leiden. Beelaert en zijn crew zien dat anders. 'Wij gebruiken sport c.q. AA Gent en het gevoel van Buffalo te zijn als middel om mensen bij mekaar te brengen. En met die mensen gaan we aan de slag. We laten hen hun talenten ontdekken en benutten. Daarom ook de hele goeie samenwerking met anderen: Circus Planeet, Campus Atelier, Sportaround, Bloemenstad, Formaat. De jongeren kunnen van alles proeven, omdat we constant samenwerken.' De Dance Academy is ontstaan toen ze kinderen een namiddag lieten brainstormen rond hun dromen. Ze lieten hen tekeningen maken rond het thema: wie ben je, wie wil je zijn en waar droom je van? Weinig kinderen zagen hun toekomst in de wijk en heel veel kinderen zegden dat ze wilden dansen, maar dat zoiets niet ging, bij gebrek aan dansclub. Initiatieven op dat vlak waren óf te ver weg, óf te duur. En zo kun je, naast voetballen in blauw en wit, in Nieuw Gent nu ook dansen in blauw en wit. Opvallend: de kleuters die we zien sporten later op de middag, in de turnzaal van basisschool De Panda met wie de Foundation nauw samenwerkt, worden mee geholpen door twee meisjes uit de buurt. Beelaert: 'De bedoeling is altijd om binnen projecten te zoeken naar de sterktes van de jongeren en die te begeleiden in rollen voor later.' Zo kunnen de kleuters van nu het hele foundationtraject doorlopen en later zelf doorgroeien naar assistent of coach. Elk talent telt. Ook hier. De universiteit is vlakbij en analyseert hun impact. Via allerlei analyses kunnen ze kijken naar impact van hun werk en bijsturen waar nodig. Beelaert: 'Hoe groeit het zelfbeeld van de mensen, hoeveel hebben er werk gevonden, hoeveel de school toch afgemaakt... Op die manier kun je aantonen aan het lokaal beleid dat je via communitywerking beleidsdoelstellingen kunt halen.' En zo wordt de Foundation van een voetbalclub een van de verenigingen uit het sociale stadsmiddenveld, op papier gezet in een convenant dat loopt tot 2025. Iemand zingt op de achtergrond de tekst Aïcha, van Cheb Khaled. Haar buurvrouw valt in, kijkt mee over haar schouder naar de tekst die over een scherm rolt. Op de wand van Pino staan in slogans de principes van de werking geschreven. Onvoorwaardelijkheid en inclusiviteit zijn hier kernwoorden. De speelplaats van Panda is een droom. Veel ruimte, veel groen. Wim wijst ons op de grasvelden rond de torens. Je kunt hier een zeer zwart verhaal schrijven, klinkt het, maar ook een van hoop, met veel groene ruimte waarop straks een groot kunstgrasveld moet komen. In een park mag dat soort sportondergrond geen taboe zijn, zegt hij. Beelaert: 'Supporters rekruteren we niet. Drie keer na mekaar winnen zal meer supporters lokken dan onze projecten. Alle voetbalclubs waren oorspronkelijk lokale voetbalclubs, die nu geëvolueerd zijn tot professionele bedrijven die aandeelhouders moeten plezieren. AA Gent vindt dat de voetbalclub een maatschappelijke actor is die heel veel krijgt van de samenleving, maar ook iets moet terug doen, iets kan terug doen en die met beide voeten in die samenleving staat. Voetbal is een sterke tool, het meest wervende product en AA Gent is het sterkste merk van Gent. Daar kan je van alles mee doen; het inzetten om maatschappelijke doelstellingen te realiseren. Morgen ( 15 oktober, nvdr) is de Dag tegen Kanker en het stadion komt in het geel. Dat is goed. Maar daarmee gaan we de wereld niet veranderen. Hiermee wel. Een stukje. Hun wereld.'