Een klein duwtje in de rug kan een leven veranderen. In de zomer van 2018 helpt Luciano D'Onofrio een ex-icoon dat zich te pletter verveelt en een depressie, onzekerheden en niet weinig overgewicht met zich meesleept aan een bescheiden job als hulptrainer. Zo komt Emile Mpenza bij Antwerp terecht en stapt hij in een nieuw vak. Wanneer we hem op dat moment ontmoeten, oogt hij alles behalve zelfzeker. Is hij wel gemaakt voor dit vak?
...

Een klein duwtje in de rug kan een leven veranderen. In de zomer van 2018 helpt Luciano D'Onofrio een ex-icoon dat zich te pletter verveelt en een depressie, onzekerheden en niet weinig overgewicht met zich meesleept aan een bescheiden job als hulptrainer. Zo komt Emile Mpenza bij Antwerp terecht en stapt hij in een nieuw vak. Wanneer we hem op dat moment ontmoeten, oogt hij alles behalve zelfzeker. Is hij wel gemaakt voor dit vak? Een jaar later zien we een man die volledig opengebloeid is. 'Ik moest alles nog ontdekken. Nu zien de mensen van de club dat ik in staat ben om een groep in toom te houden. Ik begon onderaan de ladder, ik hield me bezig met de aanvallertjes van de U9. Intussen ben ik T2 geworden van Chris De Witte bij de U16 en train ik de spitsen van de U18 en de reserven. En ik zet mijn opleiding verder. Ik behaalde het trainersdiploma UEFA B, samen met Jérémy Perbet en Mémé Tchité. Ik begin nu aan UEFA A, daarna ga ik me toeleggen op het Pro Licencediploma. Als alles goed verloopt, is dat binnen twee jaar binnen.' Is het je bedoeling om trainer van een eersteklasseploeg te worden? Emile MPENZA: 'Op termijn, ja. Maar dat is nog ver weg.' Tussen het einde van je carrière in 2011 en 2018 deed je niets in het bijzonder. Hoe heb je die periode beleefd? Was het moeilijk? MPENZA: 'Zeer moeilijk. Ik wist helemaal niet wat ik zou gaan doen, wat ik zou worden. Ik moest op zoek naar mezelf en daar was ik helemaal niet op voorbereid. Van de ene dag op de andere stap je uit het licht en sta je in het donker. Letterlijk het zwarte gat. Het is aan/uit, in enkele uren tijd.' Heb je daar nooit aan gedacht toen je nog speler was?MPENZA: 'Nooit, want als je volop in je carrière zit, volg je de routine van de trainingen en de matchen, er is de adrenaline, en bovendien ben je goed omringd. Je kan het vervolg van je carrière wel eens aankaarten bij vrienden, maar over het algemeen zet dat niet veel zoden aan de dijk. Eigenlijk wil je er simpelweg niet aan denken.' Je was analist voor de radio, maar dat bleef niet duren. MPENZA: 'Die job is voor mij niet weggelegd, dus had ik geen zin om ermee verder te doen. Ik wilde geen kritiek leveren om kritiek te leveren. Als ik bepaalde commentatoren hoor op de radio, op de televisie, in de kranten... ik vind dat triest. Er zijn jongens die bijvoorbeeld voor Cercle Brugge gespeeld hebben en het zich permitteren om een speler van Real of Chelsea af te breken. Er is veel frustratie en jaloezie. Men zou de spelers die de grond in geboord worden eens beelden moeten tonen van de carrière van hun criticasters. Daar zouden ze eens goed mee kunnen lachen. 'Ik luister graag naar Franse analisten zoals Bixente Lizarazu, Frank Leboeuf of Emmanuel Petit. Die kunnen hard zijn, maar niet met de bedoeling om te kwetsen. Het is niet gratuit, ze doen hun best om zich constructief op te stellen. De Belgen zouden daar eens wat lessen moeten volgen.' Hoe was het om na je carrière te beseffen dat je niet gelukkig was? MPENZA: 'De mensen rondom mij zagen zonder twijfel dat het niet ging, dat ik niet goed in mijn vel zat. Zelf had ik het niet zo goed door. Ik heb misschien periodes van depressie gehad, weet ik veel. Wanneer je er middenin zit, zie je niet zo duidelijk wat er aan de hand is. Het was geen depressie tot op het punt van alcoholist worden, maar het is duidelijk dat ik te veel nadacht en geen zin meer had om mensen te zien. Pas later begrijp je hoe slecht het eigenlijk ging in je hoofd. Het is zoals in je carrière als voetballer, dan kan je ook niet altijd bevatten wat je allemaal overkomt.' Moeten spelers beter voorbereid worden op de omschakeling na hun carrière? MPENZA: 'Zeker. Maar die gewoonte is er niet. Een normale jongere gaat naar school, hij studeert om te leren hoe hij zijn plaats moet vinden in de maatschappij. Bij een voetballer is dat anders. Je slaat stappen over, je verdient heel snel veel geld, je wordt opgehemeld. Van de ene dag op de andere verdiende ik veel meer geld dan mijn ouders, terwijl ik nog erg jong was. Daar ben je psychologisch niet op voorbereid. Ik zou ons leven op dat vlak kunnen vergelijken met dat van een gevangene. Je rolt er onverwachts in, en op het einde kom je buiten zonder dat je voorbereid bent op een re-integratie in het normale leven. In mijn geval ontbrak de persoon die de overgang goed had kunnen laten verlopen: mijn moeder. Ze overleed toen ik bij Manchester City speelde. Van de ene dag op de andere had ik geen gids meer. Zij had me altijd begeleid en geadviseerd, meer dan mijn vader. Als ik hoor dat de moeder van Romelu Lukaku met hem samenwoont in Italië, begrijp ik dat volledig. Ik herken mezelf in zijn verhaal. Als mijn moeder nog had geleefd, was ik waarschijnlijk niet depressief geworden. Ik zou niet in een zwart gat gevallen zijn toen ik stopte met voetballen.' Het leven na het voetbal was eenvoudiger voor je broer Mbo. MPENZA: 'Mijn broer, dat is mijn rolmodel in het voetbal. Een voorbeeld: zowat alle gasten met wie ik in mijn carrière omging, zijn intussen gescheiden. Hij niet... Maar ik zou niet dezelfde omschakeling hebben kunnen maken als hij. Mbo kan je achter een bureau zetten, mij niet. Ik heb ruimte nodig, ik moet de onrust die in mij zit, kunnen ventileren.' Hoe verklaar je dat hij altijd de voeten op de grond hield en nooit ontspoorde, terwijl jouw leven veel meer bewogen was? MPENZA: 'Was ik dan zo ontspoord? Wat waren uiteindelijk de verschillen met mijn broer? Hij had een vriendin, ik ging uit met Miss België. Hij had een sportwagen, ik had auto's waar iedereen naar keek. Maar daarbuiten? Ik deed niets speciaals. Men wees me graag met de vinger, ik was altijd de schietschijf, stond altijd in de schijnwerpers. Ik was de Radja Nainggolan van mijn generatie, en net als hij was ik daar niet op voorbereid. Ik wilde maar al te graag dat ze me met rust lieten.' Je had meer in de luwte kunnen blijven. MPENZA: 'Neen. Het was mijn leven. Ik ging het niet veranderen voor de anderen. Wat heb ik verkeerd gedaan, buiten een auto in de prak rijden en uitgaan met missen? Ik heb geen overval gepleegd. Niet gestolen. Niet verkracht. Ze zagen niets door de vingers omdat ik gemediatiseerd was. Kun je je voorstellen dat ik hetzelfde had gedaan als Gilbert Bodart? Ik zou België hebben moeten verlaten, men zou de grenzen gesloten hebben. Ik leef mee met hetgeen Cristiano Ronaldo meemaakt: op het veld is hij altijd super, en toch blijven ze hem aanvallen op zijn privéleven.' Misschien zoekt hij het ook, met al zijn vrouwen. MPENZA: 'Maar neen, hij zoekt het niet... Wat doe je als je geen schoenen vindt die passen? Je blijft schoenen uitproberen, tot je de juiste vindt. Iedereen doet dat.' Bij Antwerp is Didier Lamkel Ze de moderne versie van Emile Mpenza. MPENZA: 'Je uitspraak flatteert me, want hij is een van de beste spelers van de ploeg.' ( lacht) Alleen slaan soms de stoppen door. MPENZA: 'Mijn stoppen zijn nooit op die manier doorgeslagen. Lamkel Ze is voor mij een beetje een mysterie. In het dagelijkse leven is dat de meest vriendelijke kerel die je je kan voorstellen. Het is echt een crème van een gast: ik zie hem regelmatig wanneer hij naar de jeugdmatchen komt kijken. Dat doen niet alle profspelers. Maar het dagelijkse leven en het voetbalveld, dat zijn twee aparte werelden... Zelf liet ik de zaken op het veld nooit uit de hand lopen.' Bij Lamkel Ze lijkt het omgekeerde het geval: naast het veld de kalmte zelve, maar eens hij zijn voetbalschoenen aantrekt, kookt het potje snel over. MPENZA: 'Zo is dat.' Heb je al met hem gesproken over zijn uitschuivers? MPENZA: 'Neen. Ik ben op dat vlak nogal gereserveerd en ik weet niet goed hoe ik het zou moeten aanpakken om daar met hem over te praten. Ik heb de club wel aangeraden om een psycholoog te raadplegen. Je weet niet wat Lamkel Ze heeft meegemaakt in zijn jeugd.' Een gecompliceerde jeugd kan moeilijk gedrag op volwassen leeftijd verklaren, zeg je? MPENZA: 'Dat is altijd mogelijk.' Heb jij tijdens je carrière veel gehad aan psychologen? MPENZA: 'Natuurlijk. Ik ben ermee begonnen toen ik bij Schalke speelde, op het moment dat ik problemen had met Rudi Assauer. Lieven Maesschalck had me aangeraden om bij Jef Brouwers langs te gaan. Hij heeft me goed geholpen toen ik in een dip zat. We communiceerden regelmatig, soms deden we een sessie over de telefoon. Ik stelde hem heel precieze vragen, hij gaf me concrete antwoorden. Hij leerde me bijvoorbeeld hoe ik mijn relatie met de pers kon verbeteren. Als ze negatieve dingen over me zeiden of schreven, had ik de neiging om me te verbergen, ik wilde met niemand meer praten. Brouwers liet me inzien dat dit niet de goede reactie was, dat ik op de mensen moest toestappen. We oefenden samen interviews, hij speelde de rol van journalist. Hij toonde me ook dat ik een ander beeld van bepaalde mensen moest opbouwen. Bij Assauer had ik bijvoorbeeld de neiging om enkel zijn negatieve kanten te zien. Brouwers legde me uit hoe ik ook de goede kanten kon ontdekken. Want die had Assauer ook. Na mijn carrière woonde ik sessies bij die Brouwers gaf aan de nationale hockeyploeg, op het EK in Antwerpen. Dat was ongelooflijk interessant, zijn inbreng kan in vele sporten nuttig zijn. 'Vroeger dacht ik dat een psycholoog iets was voor gekken... Nu zeg ik aan iedereen: als je je niet goed voelt, ga naar een psycholoog, het zal nadien beter gaan. Lieven Maesschalk zorgde niet alleen voor mijn lichaam, hij hield zich ook met mijn hoofd bezig. Ik blijf hem om raad vragen wanneer ik niet weet wat ik moet doen. Het is goed om zulke mensen in je leven te hebben. En het is daarom dat ik aan het Antwerpse bestuur gesuggereerd heb om iemand in dienst te nemen. Niet alleen voor Lamkel Ze, maar voor iedereen.' Wie doet je in de nationale competitie het meest aan jezelf denken? MPENZA: 'Ik zie niemand, maar ik heb enorm veel bewondering voor Dieumerci Mbokani. De manier waarop hij de bal afschermt, dat had ik willen kunnen. Zelf moest ik alles heel vlug doen, ik had niet de tijd om de bal af te dekken; terwijl ik nadacht, was de bal al weg. Mbokani weet het spel te kalmeren en laat de hele ploeg terugkomen. Maar hij heeft niet de snelheid die ik had.' Hoe beoordeel je zijn passages bij Standard en Anderlecht? MPENZA: 'Vandaag is hij sterker. Omdat hij meer volwassen is. Als je bedenkt dat Anderlecht een aanvaller zoekt en dat hij zin had om terug te keren... De mensen die instaan voor de transfers zouden zichzelf toch enkele vragen moeten stellen.' Zie je Anderlecht play-off 1 halen? MPENZA: 'Ik ga mijn joker gebruiken. Ze hebben zichzelf te veel druk opgelegd. We gaan spelen zoals Pep Guardiola, dat soort dingen. Eén goede speler van City, dat is zowat het hele budget van Anderlecht. Ik zou het begrepen hebben als de club had gesproken over het installeren van een spelsysteem, maar zichzelf vergelijken met Manchester City: neen, dat is te hoog gegrepen.' Wat dacht je toen je hoorde dat Vincent Kompany speler-manager zou worden? MPENZA: 'Dat is veel te veel voor één man. Indien zoiets zou werken, hadden de grote clubs het al eerder gedaan. Het is onmogelijk.' Zou jij een T1 kunnen worden zoals Simon Davies, een schaduwtrainer die geen grote beslissingen neemt? MPENZA: 'In geen geval. Een hoofdtrainer is gefrustreerd wanneer zijn ploeg slechte resultaten neerzet. Beeld je dus de ergernis in als je zelf geen keuzes hebt kunnen maken. Het stond zwart op wit geschreven: hij nam geen beslissingen. Maar wat deed hij daar dan? Hij zat tussen twee stoelen. En hij is opzijgeschoven omdat het team niet draaide.' Of omdat men simpelweg geen clubicoon als Vincent Kompany aan de kant kon zetten. MPENZA: 'Clubicoon van Anderlecht zijn, dat is zijn kracht. Maar tot op welke punt zal die kracht werken? Men heeft hem alles laten doen wat hij wilde. Het beste voorbeeld is de terugkeer van onze vriend Anthony Vanden Borre. Als je het bewijs zoekt dat Kompany de grote baas is: dát is het.'