Preolympische stage van het BOIC, afgelopen december in Belek, Turkije. Wanneer journalisten aan Emma Plasschaert vragen of ze een medaille in Tokio kan winnen, onderbreekt haar coach Mark Littlejohn het gesprek (dat op zijn verzoek in het Engels gebeurt). 'Geen goeie vraag. Een betere is: 'Wat moet Emma de komende maanden doen zodat ze op de Spelen het béste uit zichzelf kan halen?' Dáár zijn we nu elke dag mee bezig, niet met medailles. En daar zullen jullie ook een beter antwoord op krijgen.'
...

Preolympische stage van het BOIC, afgelopen december in Belek, Turkije. Wanneer journalisten aan Emma Plasschaert vragen of ze een medaille in Tokio kan winnen, onderbreekt haar coach Mark Littlejohn het gesprek (dat op zijn verzoek in het Engels gebeurt). 'Geen goeie vraag. Een betere is: 'Wat moet Emma de komende maanden doen zodat ze op de Spelen het béste uit zichzelf kan halen?' Dáár zijn we nu elke dag mee bezig, niet met medailles. En daar zullen jullie ook een beter antwoord op krijgen.' Ondanks de opmerking keert het gesprek vlug terug naar de favorietenstatus van Plasschaert, en blijft Littlejohns vraag deels onbeantwoord. En dus wendden we ons achteraf richting de Nieuw-Zeelander die eind 2018 de nieuwe coach van de West-Vlaamse zeilster werd. Ter vervanging van de Tsjech Jakub Kozelsky, die een te druk gezinsleven had en ook niet de expertise die Littlejohn wel bezit. Die gidste immers Britse en Nederlandse wereldtoppers als Ben Ainslie, Shirley Robertson en Marit Bouwmeester naar olympische medailles en was ook coach van het Amerikaanse zeilteam. Zijn filosofie is even simpel als efficiënt, vertelt hij: 'Werk hard, werk slim en plan goed. Alles wat je doet moet je zelfvertrouwen ondersteunen en opvijzelen.' En dus was de belangrijkste vraag die hij Plasschaert bij hun eerste gesprek stelde: wat is je grootste doel? Een olympische medaille behalen? Of een master, een meester in je sport worden? 'Ik heb Emma enkele weken bedenktijd gegeven. En toen, in aanloop naar het EK ( mei 2019, nvdr), kwam het antwoord: 'I want to become a master!' Een totaal verschillende benadering, met als doel om - vandaar mijn vraag daarnet - het beste uit zichzelf te halen, over een lánge termijn, ver voorbij de Olympische Spelen in Tokio. 'Ik heb Emma leren inzien dat in álles wat ze doet - trainen, eten, slapen, zich ontspannen naast de boot... - dat streven naar 'meesterschap' een deel van haar moet zijn. Een échte master word je in een zeer ingewikkelde sport als zeilen immers pas na vele jaren. Het is bijna a lifetime pursuit, een levenslange zoektocht.' Bij de vrouwen is volgens de Nieuw- Zeelander daar zelfs nog niemand in geslaagd. 'Ook Marit Bouwmeester ( olympisch kampioene van Rio 2016, zilver in Londen 2012 - onder Littlejohn, nvdr) niet, neen. De dames lopen op dat vlak zo'n vier jaar achterop in vergelijking met de mannen. Maar zelfs daar zijn er 'slechts' een zes, zevental die zich een master kunnen noemen. Zeilers die, onder de hoogste stress, hun sport toch heel simpel doen lijken en dat zélf ook zo ervaren. Alsof het een tweede natuur wordt, bijna kunst.' Een van hen is de Britse zeillegende Ben Ainslie, die Littlejohn begon te coachen toen de Brit al olympisch zilver (1996) en goud (2000) had gewonnen, waarna hij nog drie olympische titels veroverde, in 2004, 2008 en 2012. Veel van diens kwaliteiten en van de stappen die Ainslie zette, ziet Littlejohn nu bij zijn Belgische poulain. 'Eerst en vooral haar mindset en intelligentie: Emma is slim, communicatief zeer vaardig, ze wil nadenken over haar sport en kan zo precies én vlug theorie in de praktijk omzetten. Ze geniet er ook van om nieuwe dingen te leren, en dan plots te beseffen: hé, ik kan dit. Daarom passen wij goed samen: I have the eye, she has the feeling. Een droom om te coachen, want alles wat Emma leert, vergeet ze niet. Zo moet ze nooit een stap terugzetten, blijft ze progressie maken. Ook omdat ze in wedstrijden steevast heel cool blijft, er zo goed als altijd staat op de belangrijkste momenten.' Een opmerkelijke metamorfose, want Plasschaert panikeerde in haar jongere jaren vaak in de beslissende medal race, ondanks een goeie startpositie. 'Dat overkomt elke jonge sporter weleens', zegt Littlejohn. 'De kunst is om je minpunten te erkennen en die proberen weg te werken. Emma wist dat ze fysiek, tactisch en technisch beter moest worden, om dat zelfvertrouwen weer op te bouwen. En om zo in álle weersomstandigheden te kunnen uitblinken - niet alleen in die die haar het best liggen. Emma had in 2018 dan wel haar eerste wereldtitel veroverd, maar ik zag dat ik nog veel meer uit haar kon halen. 'Een van de grootste aanpassingen was het fysieke programma. Voor mijn komst trainde Emma met het idee: ik moet vooral spieren en gewicht bij kweken om zo sterk mogelijk te zijn, als een - voor een zeilster - relatief lichtgewicht. Dat maakte haar echter iets te log, te stijf. Ik wilde Emma dynamischer en explosiever maken, haar meer fire power geven - door te werken op flexibelere schouders, sterkere en stabielere enkels... Met succes: she is dynamite now.' Dat fysieke aspect ging gepaard met de uitbreiding van Plasschaerts technisch arsenaal. Volgens Littlejohn kan het ene immers niet zonder het andere. 'Vroeger excelleerde Emma, en nog altijd, wanneer de wind matig blaast - vanuit het land richting de zee - en vele keren licht van richting verandert, zoals op het WK 2018, waar ze goud won. Emma schat dan perfect in welke hoeken ze met haar boot moet maken om de minste wijziging van de wind volledig te benutten - ze studeert niet toevallig voor industrieel ingenieur bouwkunde, hé. Anderen doen dat minder, omdat ze de rest gewoon volgen, als gnoes in een kudde. Emma is echter geen copycat. Wanneer iedereen naar links zeilt, maar zij ziet dat rechts beter is, zal ze zonder aarzelen daarvoor kiezen.' Naast die kwaliteit waren er, op vlak van techniek, echter ook werkpunten. 'Een van de voornaamste, ' legt de Nieuw-Zeelander uit, 'was Emma's gemiddelde basissnelheid. Die moest ze proberen op te krikken door vooral de momenten te elimineren waarop ze trager zeilde, zeker bij zware weersomstandigheden en bij down wind, rugwind, van de zee naar het land. Ik wil geen grote geheimen verklappen, maar het gaat over haar positie in de boot, hoe ze de boot vloeiender kan aansturen, hoe ze verschillende golven, de ruimte op het water beter kan gebruiken. 'Het is niet vanzelfsprekend om die omslag, qua fysiek en techniek, met een nieuwe coach te maken, want je weet nooit zeker of het effectief zal werken - ik ook niet trouwens. Tot Emma begin mei in de olympische zeilweek van Hyères, in een dag met veel wind, de bevestiging kreeg van onze nieuwe aanpak. Ze pakte brons, en dat gaf haar veel vertrouwen: I can do this!' Een nog grotere eyeopener volgde later die maand, op het EK in Porto, toen de West-Vlaamse brons behaalde, en in hevige wind voor het eerst de evenknie was van haar grootste concurrentes Anne-Marie Rindomen Marit Bouwmeester. 'Alleen bij rugwind was ze niet zo snel als de Deense en de Nederlandse. Dus hebben we daar veel op gewerkt richting het olympische test event in augustus - de belangrijkste afspraak van het jaar, op het olympische zeilwater van Enoshima. Met succes, want ze was in zeer wisselende omstandigheden - een mix van sterke en matige wind - outstanding.' Nog een bevestiging van Plasschaerts progressie zag Littlejohn in de eerste trainingsstage na haar rustperiode, volgend op het test event en de wereldbekermanche in Japan (die ze ook won). 'We hadden voor het water van La Rochelle in Frankrijk gekozen, vanwege de specifieke omstandigheden, met hoofdzakelijk down wind, rugwind. Emma pikte technisch metéén de draad weer op. Dynamite from the start! Normaal gezien duurt dat enkele weken - een goed teken dus. En een stevig fundament om progressie te blijven boeken op die down wind-snelheid.' Richting de eerste piek van het jaar, het komende WK in Melbourne, en vooral met het oog op Tokio, waar de wind allicht vooral in de rug, vanuit de zee zal blazen. 'Daar zal ze nu de zekerheid hebben: ook dít behoort tot mijn arsenaal', aldus Littlejohn, die in aanloop naar de Spelen nog twee technische zaken wil bijschaven. 'Welke kan ik niet zeggen, dat is geheim. Daarna wordt het vooral repeteren. Repeteren, ja, niet trainen, want dan experimenteer je nog. Bij repeteren voer je al uit wat je effectief wil en zal doen op het moment suprême. Zó bouw je geloof en zelfvertrouwen op.' Dat die repetities op een geslaagde première zullen uitdraaien, met een medaille of zelfs een olympische titel, wil Littlejohn niet met zoveel woorden zeggen. 'In het zeilen is er geen fixed playing field zoals in een zwembad. De weersomstandigheden zijn zo variabel dat je altijd wat geluk moet hebben. Maar meer dan ooit heeft Emma nu de kwaliteiten om dat geluk ook af te dwingen.' De Nieuw-Zeelandse coach kijkt echter al verder dan Tokio. 'Sinds het begin van onze samenwerking is Emma's skillset qua techniek verdubbeld. Dat moet echter nóg eens verdubbelen als ze haar sport tot (bijna) in de perfectie wil beheersen. Tijd genoeg, want ze is nog altijd pas 26. Ze kan nog lang mee, tot de Spelen van Parijs in 2024, Los Angeles 2028 zelfs. Fysiek zal ze dan niet meer groeien, maar haar hersenen zullen beter dan ooit werken, dankzij een schat aan ervaring, na duizenden extra zeiluren. Of ze dan effectief de eerste vrouwelijke master in het zeilen zal worden? Vraag me dat binnen vijf, zes jaar nog eens. Maar het zou me niet verwonderen.'