Het Kasteel van Brasschaat is de locatie voor de geboorte van Germinal Beerschot. Het is 21 januari 1999 en er zijn 300 genodigden. Hostessen in de nieuwe uitrustingen begeleiden de geïnviteerde ex-spelers over de catwalk, de champagne vloeit rijkelijk. Aanwezig zijn onder meer de voormalige coryfeeën Rik Coppens en Juan Lozano en de Duitser Lothar Emmerich. Lozano en Coppens krijgen een daverend applaus wanneer ze het podium betreden, maar helemaal wild wordt de zaal wanneer Emmerich binnenstapt. ' Emma, Emma', galmt het door de zaal. Het is pure nostalgie. Emmerich, tijdens het seizoen 1969/70 topschutter van de competitie met 29 goals in 30 matchen, is erg aangedaan.
...

Het Kasteel van Brasschaat is de locatie voor de geboorte van Germinal Beerschot. Het is 21 januari 1999 en er zijn 300 genodigden. Hostessen in de nieuwe uitrustingen begeleiden de geïnviteerde ex-spelers over de catwalk, de champagne vloeit rijkelijk. Aanwezig zijn onder meer de voormalige coryfeeën Rik Coppens en Juan Lozano en de Duitser Lothar Emmerich. Lozano en Coppens krijgen een daverend applaus wanneer ze het podium betreden, maar helemaal wild wordt de zaal wanneer Emmerich binnenstapt. ' Emma, Emma', galmt het door de zaal. Het is pure nostalgie. Emmerich, tijdens het seizoen 1969/70 topschutter van de competitie met 29 goals in 30 matchen, is erg aangedaan. Sensationeel was het wel, de overgang van Lothar Emmerich van Borussia Dortmund naar Beerschot, medio 1969. Het was het gevolg van een financiële onenigheid tussen de vedette en het bestuur van Borussia. Als product van de club verdiende de vijfvoudige international minder dan gelijk welke nieuwe speler. Emma groeide meteen uit tot de lieveling van het Beerschotpubliek, hij had na zeven matchen al tien doelpunten gemaakt, gestuurd door twee fantastische middenvelders, de Joegoslaaf Rudi Belin en Jan Verheyen. Emmerich verbaasde zich wel over de andere gewoontes in België. Terwijl er in Duitsland de dag voor de wedstrijd in afzondering werd gegaan, kwamen de spelers nu om twaalf uur 's middags bij elkaar en werd er dan uitgebreid gegeten. Er werd een menu van vier gangen geserveerd, overgoten met rode wijn. Emmerich, die voor een match strikte voedingsregels gewoon was, wist niet wat hij meemaakte. Na het eten was er dan nog een cognac. Vervolgens stond er geen rust maar een korte wandeling geprogrammeerd. En toen de groep terugkwam, was er koffie met weer een cognac. Het bleek geen nefaste invloed te hebben op de wedstrijd. Er heerste een fantastisch groepsgevoel bij Beerschot, ook al was de groep een bont en uit verschillende nationaliteiten bestaand gezelschap en praatte trainer Jef Vliers zoveel dat je er doodmoe van werd. In zijn eerste thuiswedstrijd tegen Standard liet Emmerich de verdedigers van de Rouches alle hoeken van het veld zien. Jean Thissen probeerde hem te intimideren, maar dat moest je juist met Emmerich niet doen. Hoe meer je hem provoceerde, hoe scherper hij stond. Thissen waarschuwde de Duitser dat hij in de terugronde op Standard geen bal zou raken en dat hij hem zijn maandsalaris zou geven als hij een goal maakte. Emmerich had voor die bewuste match een paar woorden Frans geleerd. Hij vroeg Thissen voor de wedstrijd: 'Hoe gaat het ermee , cochon?' En hij maakte twee goals. Hij vroeg na afloop of Thissen zijn rekeningnummer wilde. Om zijn maandsalaris te storten. Thissen maakte zich bliksemsnel uit de voeten. Emmerich leerde ook de Belgische eetcultuur kennen. Toen hij zijn contract had getekend, ging hij met het bestuur eten in een deftig restaurant. Zes gangen, zoiets had de eenvoudige arbeidersjongen nog nooit gemaakt. Als er met een of andere sponsor op restaurant werd gegaan, dan moest Emma mee. Hij mocht er zelfs een training voor overslaan. Omdat zijn zoon de taal niet onder de knie kreeg, niet kon wennen op school en zelfs nachtmerries kreeg, keerde Emma na twee jaar terug en ging bij het Oostenrijkse Austria Klagenfurt voetballen. Intussen bleef hij in Duitsland een monument: Lothar Emmerich, die met zijn doelpunten het publiek in extase kon brengen en die een hele regio in vervoering bracht toen hij in 1966 met Borussia Dortmund de Europabeker voor Bekerwinnaars won nadat Liverpool in Glasgow met 2-1 werd verslagen. Na zijn carrière trainde Emmerich zonder al te veel succes een paar kleine clubs en hij nam vervolgens vier jaar lang een functie op binnen Borussia Dortmund. Hij moest ervoor zorgen dat de kaartenverdeling voor uitwedstrijden beter verliep en dat er op supportersavonden spelers aanwezig waren. Hij moest als het ware fungeren tussen ploeg en supporters. Emmerich kon toen eigenlijk rentenieren, maar hij heeft in het leven nooit de gemakkelijkste weg gezocht en spiegelde zich aan zijn vader, die in een fabriek werkte en soms dubbele shifts draaide. Op donderdag 13 augustus is het zeventien jaar geleden dat Lothar Emmerich aan longkanker overleed. Hij werd 61 jaar.