Zijn komst ging met enorm veel heisa gepaard, maar twee maanden later heeft Guy Luzon al degenen die ontgoocheld waren door het vertrek van Mircea Rednic het zwijgen opgelegd. De Israëliër is geslaagd voor zijn examen in Luik. Goed, Luzon heeft een potentieel ter beschikking dat geen enkele van zijn voorgangers had (Mircea Rednic, Ron Jans, JoséRiga), maar hij heeft duidelijk een stijl weten te introduceren die verschilt van die andere coaches van Standard. En vooral: hij weet resultaten te boeken, het nec plus ultra van alle trainers op deze planeet. Een analyse van de Luzon style.
...

Zijn komst ging met enorm veel heisa gepaard, maar twee maanden later heeft Guy Luzon al degenen die ontgoocheld waren door het vertrek van Mircea Rednic het zwijgen opgelegd. De Israëliër is geslaagd voor zijn examen in Luik. Goed, Luzon heeft een potentieel ter beschikking dat geen enkele van zijn voorgangers had (Mircea Rednic, Ron Jans, JoséRiga), maar hij heeft duidelijk een stijl weten te introduceren die verschilt van die andere coaches van Standard. En vooral: hij weet resultaten te boeken, het nec plus ultra van alle trainers op deze planeet. Een analyse van de Luzon style. Guy Luzon heeft duidelijk een dubbele persoonlijkheid. In de eerste plaats die van een jonge trainer van 37, die tot de spelers weet door te dringen, ook al omdat hij hun taal spreekt. En met zijn explosieve karakter weet hij ook het publiek te boeien. Hij ijsbeert langs de lijn als een doorgewinterde stand-upcomedian. "Hij is altijd en forme", zegt zijn assistent Ivan Vukomano-vic, "en door zo te reageren langs de lijn hoopt hij zijn energie over te brengen op zijn spelers en te tonen dat hij elke wedstrijd wil winnen." Met zo'n trainer, die je voortdurend op de huid zit en onder druk zet, is het inderdaad onmogelijk om de schouders te laten hangen. Hoewel hij amper ouder is dan zijn spelers, weet hij wat hij wil. Tijdens de stage in Hoenderloo onderbrak hij voortdurend de oefensessies om instructies te geven. Anderzijds weet hij ook dat zijn spelers geen fans zijn van videoanalyses en dus geeft hij die bijna nooit over de tegenstander. Vóór de Europese ontmoetingen dit seizoen wisten de mannen van Standard zogoed als niets over hun tegenstrevers. "Hij wil dat we ons op ons eigen spel concentreren zonder daarbij gehinderd te worden door de kennis van wat de andere ploeg doet", legt Frédéric Bulot uit. De videoanalyses dienen vooral voor de debriefing van de gespeelde wedstrijden. Het is daarbij niet ongewoon dat Luzon zelfs twee zittingen programmeert, zodat hij er zeker van is dat de boodschap aankomt. Er is immers niks dat hij meer verafschuwt dan te zien dat spelers hun fouten herhalen. Hij schermt zijn spelers ook het liefst af. Je zult hem naar de buitenwereld toe nooit iets slechts horen zeggen over een van zijn manschappen. Op die manier creëert hij een blok, een gevoel van samenhorigheid. Voeg daar nog zijn gewoonte om te roteren aan toe en je krijgt een kern die aan het begin van dit kampioenschap honderd procent gefocust is. Maar er is dus ook nog die tweede persoonlijkheid en die is niet altijd even fraai. Net als José Mourinho heeft hij niet de minste twijfel over zijn eigen kunnen en bezit hij overvloedig veel zelfvertrouwen, grenzend aan arrogantie. Waar hij alle tijd neemt om de supporters te paaien, beperkt hij zijn tijd voor de pers tot het strikte minimum. Bij zijn aankomst zag hij niet in waarom hij zijn keuzes zou moeten uitleggen en had hij er geen zin in om over individuele spelers te praten. Wat dat laatste betreft, is hij al wel wat losser geworden, want na de wedstrijd tegen Lierse gaf hij openlijk een compliment aan Geoffrey Mujangi Bia en na Minsk deed hij hetzelfde met Julien de Sart. Op de vingers getikt door de communicatieverantwoordelijken van de club toont hij zich nu ook al wat opener tegenover journalisten. De welbespraaktheid van een Rednic of een Jans is niettemin nog veraf, en de pedagogie van een Riga ook. Luzon is hier om resultaten te behalen, niet om de journalisten te behagen. Terwijl hij zich tegenover de pers terughoudend, soms zelfs argwanend opstelt, verzorgt hij zijn public relations tegenover de supporters. We hebben hem na een wedstrijd al vaak handjes zien schudden. Niet zelden betrok hij zelfs zijn vrouw en kinderen daarbij. Guy Luzon is niet bepaald de eerste trainer die roteert, maar drijft dat principe echt wel ver. Het doet eerder denken aan de gewoonten van Engelse clubs dan aan het Belgisch kampioenschap. Vanaf zijn eerste officiële wedstrijd toonde hij dat heel de kern op speelgelegenheid kon rekenen door Dino Arslanagic op te stellen in de plaats van LaurentCiman en door het vertrouwen te schenken aan paria Mujangi Bia, die kon terugkijken op een goede voorbereiding. In diezelfde wedstrijd bracht hij Dudu Biton, hoewel hij aanvankelijk alle Israëlische spelers van de hand wilde doen (wat ook is gebeurd met MaorBuzaglo en Rami Ger-shon) om te vermijden dat er een belangenconflict zou rijzen met zijn manager Dudu Dahan, eveneens de makelaar van Buzaglo, Gershon en Biton. Sommige mensen vroegen zich af of die rotatie niet nefast zou zijn voor de automatismen. Anderen benadrukten dat die rotatie alleen goed was voor de Europabeker. Fout! Luzon mag dan wel een type-elftal hebben voor de belangrijkste ontmoetingen, hij toonde al dat het systeem van rotatie in zijn denkwijze ook voor de competitie geldt, door tegen OH Leuven Alessandro Iandoli op te stellen in de plaats van Jelle Van Damme, al klopt het wel dat het meer in Europa van toepassing is geweest dan in de Jupiler League. In Minsk gaf hij het vertrouwen aan een heel jong centraal middenveld (met Julien de Sart en Ibrahima Cissé). Uit bij Xanthi kon de jonge François Marquet op een basisplaats rekenen. En in de terugwedstrijd verscheen Pierre-Yves Ngawa aan de aftrap. In tien wedstrijden stelde Luzon al 24 spelers op, van wie er 23 ook al eens aan de aftrap stonden (alleen Kensuke Nagai mocht slechts een keer invallen). Anders gezegd: behalve de reservekeepers (in het doel roteert Luzon niet), Corentin Fiore, Yuji Ono en Ron Stam (de laatste twee geblesseerd), kregen alle spelers uit de kern al speelminuten. En we zijn nog maar in augustus! "Hij volgt de vormcurve van de spelers op de voet", legt Vukomanovic uit. "Hij kijkt hoe ze zich gedragen tijdens de week, op de trainingen. Zijn keuzes maakt hij op basis van ieders ritme en vormpeil. Op die manier maakt hij de boodschap duidelijk dat de technische staf op iedereen rekent." Niet alleen heeft daardoor niemand het gevoel uit de boot te vallen, iedereen blijft ook frisser. Luzon heeft daarbij rekening gehouden met twee gegevens: de overladen kalender van Standard bij het begin van het seizoen en het Belgische systeem van de play-offs. John van den Brom, vorig jaar een nieuwkomer in onze competitie, moest tot zijn scha en schande ondervinden dat een ploeg zijn vormpiek in april moet bereiken. Luzon heeft dus gelijk door te roteren en zijn basisspelers zo veel mogelijk te sparen. Ze hebben allemaal al weleens op de bank moeten zitten, zelfs de sterkste, zoals Jelle Van Damme of Yoni Buyens. Alleen Eiji Kawashima speelde alle tien de wedstrijden van Standard. ImohEzekiel werd zeven keer gewisseld (hij maakte maar twee keer de negentig minuten vol), Michy Batshuayi zes keer (hij speelde vier volledige matchen). Mujangi Bia kwam in elke wedstrijd wel in actie, maar speelde er slechts vier helemaal uit. Tot op vandaag is de kwaliteit van de tegenstanders in Europa minder dan die in de Belgische competitie. De zwakte van KR Reykjavik, Xanthi en FC Minsk rechtvaardigde het roteren, zonder dat de resultaten eronder leden. Men kan zich wel de vraag stellen of Luzon aan zijn principe gaat vasthouden wanneer de tegenstanders van een zwaarder kaliber eraan komen, zowel in de competitie als in de Europa League. Wat zal ervan overschieten wanneer Standard prestigieuze duels uitvecht in de poules van die Europa League? Dat maakt ook niet veel uit, zeggen sommigen, Standard zal tenminste fris aan die topwedstrijden kunnen beginnen. De opstelling van zijn ploeg was nooit echt een verrassing. Luzon behield de 4-4-2 van Rednic, met dezelfde basis (Kawashima, Kanu, Ciman, Van Damme, Buyens, Vainqueur, Mpoku, Batshuayi en Ezekiel), maar kon door het succes van zijn rotatie voor wat concurrentie zorgen. Op de flank strijden Mpoku, Mujangi Bia en Bulot voor twee plaatsen. Centraal op het middenveld zorgde de blessure van Vainqueur ervoor dat Cissé, Marquet, De Sart en Öztürk wat speeltijd konden verzamelen aan de zijde van Buyens. Het is de verdienste van Luzon dat hij luisterde naar wat er leefde op Standard en Cissé uit te spelen op diens favoriete positie. Een andere geslaagde keuze: Öztürk in het centrum zetten, hoewel die voordien toch bekendstond als een vleugelspeler. Luzon heeft dan nog wel niet getoond of hij tijdens de wedstrijden een winnende manier van coachen heeft, hij heeft in elk geval wel al laten zien dat hij een winnende basisploeg kan opstellen. De ploeg vertoont dezelfde trekken als die onder de leiding van Rednic, maar Luzon heeft het verdedigende aspect nog verstevigd. "Hij legt ons strakke richtlijnen op wat onze verdedigende taken betreft, terwijl we offensief meer op instinct mogen spelen", legt Ciman uit. "Op de strook van onze laatste twintig meter mogen we geen risico's nemen. Hij veegt ons de mantel uit als we proper willen uitvoetballen en dat mislukt. Dan heeft hij liever dat we de bal in de tribune keilen." Maar het is vooral qua pressing dat Standard erop vooruit is gegaan. Onder Rednic wachtte een goed georganiseerd elftal op de fout van de tegenstander en gokte het op de snelheid van de twee speerpunten. Onder Luzon wacht Standard niet langer af, maar dwingt het de tegenstander tot fouten door heel hoog druk te zetten. Dat vraagt heel veel energie en dat is ook een reden waarom Luzon zijn manschappen zo fris mogelijk wil houden. Een ander kenmerk van dit Standard onder Luzon: de wil om wedstrijden met tweehonderd per uur aan te vatten. "We willen de tegenstander van bij het begin naar de keel grijpen", gaf Vukomanovic voor de match tegen OHL toe. Dat pakte ideaal uit tegen Genk, Bergen, Lierse en Xanthi. Snel op voorsprong komen betekent dat je kunt speculeren op de counter, het favoriete wapen van de Standardspitsen. Het neemt ook wat van de druk weg. In dezelfde denktrant benadrukte Luzon bij Europese wedstrijden dat er op verplaatsing een resultaat neergezet moest worden, zodat de thuiswedstrijd zonder druk aangevat kon worden. Frédéric Bulot besluit: "Door zo fel te beginnen, breng je de tegenstander in de war en verhinder je zijn normale spelopbouw. Plus: je krijgt er zelf vertrouwen door." ?DOOR STÉPHANE VANDE VELDE - BEELDEN: IMAGEGLOBEDe welbespraaktheid van Mircea Rednic of Ron Jans is veraf, de pedagogie van José Riga ook.