Op die 23e mei 2009 zou een zalige triomf hem in vervoering brengen, voorspelde verdediger Jeroen Mellemans van KV Mechelen. Niets zou dat gevoel ooit nog overtreffen.
...

Op die 23e mei 2009 zou een zalige triomf hem in vervoering brengen, voorspelde verdediger Jeroen Mellemans van KV Mechelen. Niets zou dat gevoel ooit nog overtreffen. Mellemans, een sympathieke lachebek, ziet zichzelf als een simpele jongen met gewone voetbalkwaliteiten. In de eerste klasse mogen spelen vindt hij een godsgeschenk. De hem op het lijf geschreven sfeer bij Malinwa is het papiertje eromheen. En de bekerfinale tegen RC Genk was de mooist denkbare strik. Blij als een kind leefde hij ernaartoe. "Vanaf twee dagen voor de match zat ik wat vaker op de pot dan gewoonlijk", zegt hij. "Een beetje diarree." Mogelijk voelde geen enkele andere speler het zo kietelen als Mellemans. "Ik ben 31 en besefte goed dat ik waarschijnlijk nooit meer zoiets zou meemaken. Mijn ploegmaats zijn snottebellekes. De kans dat zij het nog eens beleven, is reëel." Mede dankzij de kwalificatie voor de finale besliste Mellemans om zijn contract bij geel-rood, dat tot 2010 loopt, toch uit te doen. Eerder dacht hij eraan om dit jaar al te stoppen, omdat zijn lijf wat tegenspartelde. Zijn blessures vielen hem zwaar. Een nieuwe matras, die de irritatie in zijn rug verdreef, het ticket voor de Heizel en de bijhorende kans op Europees voetbal joegen de muizenissen uit zijn hoofd. Maar al na 24 minuten en 44 seconden sprong Mellemans' droommatch aan diggelen. Hij stond zowat 35 meter voor zijn eigen doel toen hij de bal wou passen naar Olivier Renard. Hij raakte het leer slecht. Als de kippen was Marvin Ogunjimi erbij om te profiteren. Mellemans probeerde met zijn handen de spits tegen te houden, die viel. Scheidsrechter Frank De Bleeckere trok rood. Het kantelpunt in de match. Ogunjimi legde wat later de finale helemaal in zijn definitieve plooi door ook nog twee keer te scoren. Hij leidde Genk zo naar bekerwinst. "Velen vinden mijn reactie dom," aldus Mellemans, "maar ik maakte die beweging grotendeels onbewust. Een menselijke reflex, ik wou mijn fout rechtzetten. "Eerst ging ik ervan uit dat de scheidsrechter me geel zou geven. Hij moest snel beslissen. En als je de regels toepast ... Een speler gaat in principe alleen door, dan is rood gepast. Ik dacht dat De Bleeckere iets milder zou zijn gezien het belang van de match en omdat de bal niet recht naar ons doel rolde. Maar goed, hij stuurde me weg. Alleen ... Als je de fase met Barda bekijkt ( die anderhalve minuut eerder zijn elleboog in het gezicht van Koen Persoons plantte, nvdr) ... en als je een dag later Wasilewskizich ziet gedragen alsof hij in een boksring staat ( in de tweede testmatch tussen Anderlecht en Standard, nvdr), dan vraag je je af: waarom zij niet en ik wel? "De Bleeckere voelde de match niet goed aan, maar je moet die man niet beoordelen op basis van één wedstrijd. Hij is en blijft de beste scheidsrechter die we hebben. "Ogunjimi kwam zich direct verontschuldigen nadat de kaart was gevallen. 'Sorry,' zei hij, 'dat was niet mijn bedoeling.' Zo erg zal het dus niet geweest zijn. "Toen ik naar de kleedkamer stapte, hoorde ik niks meer, alsof ik helemaal alleen op de Heizel was. Ik had goede benen en in één tel was mijn lijf helemaal leeggelopen. Denken lukte niet meer. Ik weet alleen nog dat ik een klopje kreeg van de trainer van Genk en dat ik naar de onze niet durfde kijken. Als ik van iemand bang ben, is het van Peter Maes. "In de kleedkamer zette ik mijn gsm aan. Ik legde die naast mij en hing een handdoekje over mijn hoofd. Het ene sms'je na het andere. Ik las ze niet. Als een zombie zat ik voor me uit te staren. Treuren. Bijna wenen. "Ik twijfelde even. Zou ik mijn contract nu echt wel uitdoen? Maar ik hield mezelf vlug voor dat ik niet mocht beginnen te flippen. Op het mentale vlak ben ik enorm kwetsbaar. Ik krop veel op. Alleen ontploft de boel bij mij nooit. Toen ik sukkelde met mijn rug, liet ik mijn hoofd wat hangen. Als ik aan de grond zit, moet ik mezelf uit de put sleuren. Ik heb op zo'n moment eigenlijk een persoon nodig die dagelijks met mij bezig is, die roept: 'Kom op!' Maar niemand doet dat, ik moet het altijd zelf oplossen. "In zo'n periode voel ik me vaak alleen. Maar misschien wil ik dat ook. Ik word op slechte dagen niet graag lastiggevallen en zet moeilijk de stap om te praten. Krijg ik mezelf toch zo ver, dan spreek ik mijn ma aan. Na elke training bel ik haar. Hooguit een minuut. Haar moederinstinct verklapt wanneer er iets scheelt, maar ze weet dat ze me dan beter wat met rust laat. Enerzijds wil ik dat iemand achter mij aan zit, anderzijds ... Een knoopje in mijn hoofd. "Toen mijn ploegmaats binnenkwamen, zat ik daar nog altijd met dat handdoekje over mij. 'Wij trekken dat hier recht voor jou.' Ze wreven over mijn kop. Chic, maar ik dacht: blijf van mijn lijf. Verscheidene jongens lichtten mijn handdoekje op, maar ik legde het telkens weer over mij. Ik wou niemand zien, alleen zijn, een muurtje om me heen bouwen. 'Laat me gerust.' Ik hoorde hoe gemotiveerd ze nog waren. Ongelooflijk. Allemaal hadden ze hetzelfde gevoel: ook met z'n tienen kunnen we die mannen pakken. "Toen iedereen weg was, haalde ik het handdoekje van mijn hoofd. Ik douchte en ging naar buiten om toch nog iets van de sfeer mee te pikken. Ik probeerde in het stadion niet rond te kijken, was bang voor reacties. " Imschoot zat bij mij in de tribune. Het begon te regenen. We werden nat. Hij kroop enkele rijen hoger. 'Kom mee.' Ik wou niet. Wat konden mij die paar druppels schelen? Voor mijn part mocht het op mijn hoofd bliksemen. "Van de tweede helft zag ik enkel flarden. Dan weer kwam die fase voor mijn ogen, dan weer staarde ik. Ik wierp een blik op de plaats waar mijn familie zat. Ik had hen voor de match uitbundig zien springen. Nu stonden ze daar stil. De tweede goal zag ik niet, ik hoorde alleen gejuich. "Bij de ereronde zei de trainer dat ik mee op het veld moest. Niet plezant. Ik keek niet omhoog, klapte niet. Het hoogtepunt was een dieptepunt geworden. "Op de bus kwam Maes naast me zitten, met een Vleminckxpruik op zijn hoofd. 'Sorry, coach.' Vrij luid zei hij: 'De Melle, ik kan hem alles tien keer vergeven.' Hij klopte eens op mijn been. Volgens mij had hij al een pintje gedronken, maar hij meende het ook. "'s Nachts stond de Grote Markt van Mechelen vol volk. Plots voelde ik de drang om de micro te vragen. Ik excuseerde me publiekelijk en sloot af met: ' I love you.' Het volk scandeerde mijn naam. Dat deed deugd. Voor hetzelfde geld krijg je andere reacties. "Uiteindelijk ontving ik 100 à 200 sms'jes. Het eerste kwam van Stijn, mijn broer. Hij stuurde het direct, vanuit de tribune.' Kop op. Ik hou van je. Ik zie je graag. Dat is het belangrijkste.' De reacties van mijn familieleden deden veel. Ik ben nog altijd hun trots, zeggen ze. Ook op Facebook kreeg ik veel steunbetuigingen. Uiteindelijk viel er niet één negatieve opmerking. Ongelooflijk. Meestal hoor ik: 'Komaan, dat gebeurt. Je bracht ons mee naar de finale.' Klasse. Het geeft mij het gevoel dat ik toch iets betekend heb voor die mensen en het versnelt mijn verwerkingsproces. "Ik heb het mezelf vergeven, omdat de mensen het me vergeven hebben. Anders was het veel lastiger geweest. Deze rode kaart is een peulschil in vergelijking met de dood van mijn bompa, vijf jaar geleden. Maar relativeren is moeilijk als je midden in de storm zit. Sowieso sleep ik dit mee tot het einde van mijn dagen. Ik ken mezelf. Nu maar hopen dat ik niet te lang leef. ( lacht) "Was het rood of niet? En hoe zou het geweest zijn als ...? Die vragen houden me bezig. We hadden gewonnen. Ik denk het echt. "En toch blijf ik doodgelukkig. Er zijn weinigen die kunnen zeggen dat ze daar gestaan hebben. Het was al mooi voor mij, al mijn dromen kwamen uit. Ik werkte vroeger in een fabriek en ken het echte leven, daarom ben ik zo dankbaar. Dat ene moment zal mijn mening niet veranderen over wat ik al presteerde. ( heel stilletjes) Ik ben toch nog altijd heel trots." S door kristof de ryck - beelden: jelle vermeersch