Sporteconoom Trudo Dejonghe lag mee aan de basis van de fusieclub Oud-Heverlee Leuven. "In de jaren negentig al heb ik met mijn doctoraat aan de K.U. Leuven aangetoond dat de regio Leuven een van de blank spots in het voetballandschap was", zegt Dejonghe. "Na het lezen van mijn studie hebben een aantal belangrijke figuren de hoofden bijeen gestoken en zo is OHL ontstaan. Ik beschouw OHL een beetje als mijn kind: het bewijs dat academische theorieën wel degelijk werken. Ik heb bijvoorbeeld altijd gezegd dat clubs als Tubeke en Dender doodgebore...

Sporteconoom Trudo Dejonghe lag mee aan de basis van de fusieclub Oud-Heverlee Leuven. "In de jaren negentig al heb ik met mijn doctoraat aan de K.U. Leuven aangetoond dat de regio Leuven een van de blank spots in het voetballandschap was", zegt Dejonghe. "Na het lezen van mijn studie hebben een aantal belangrijke figuren de hoofden bijeen gestoken en zo is OHL ontstaan. Ik beschouw OHL een beetje als mijn kind: het bewijs dat academische theorieën wel degelijk werken. Ik heb bijvoorbeeld altijd gezegd dat clubs als Tubeke en Dender doodgeboren kinderen zijn." Ondanks het lage gemiddelde van mensen die naar het voetbal gaan in de regio, heeft Dejonghe steeds met overtuiging betoogd dat een eersteklasser in Leuven absoluut levensvatbaar is. "Ik vermoed dat het met trots te maken heeft: als het niet naar hun eigen ploeg is op het hoogste niveau, dan gaan ze liever niet. Behalve naar Anderlecht, die hebben een vrij grote afzetmarkt in de regio Leuven. Ten noorden van Leuven-Haacht-Keerbergen kiest men eerder voor KV Mechelen. "Het Hageland is momenteel niet bediend: daar wou Westerlo in duiken, maar dat lukte niet omdat Westerlo in de provincie Antwerpen ligt. Dan krijg je het fenomeen dat de lokale pers die club niet oppikt. In die optiek is Leuven natuurlijk uitstekend geplaatst. ROB-tv, de regionale kranten ... er zal aandacht genoeg zijn. "Het wordt vooral zaak om dat eerste jaar te overleven. Dat is de conditio sine qua non om een fanbase uit te bouwen. Volgens mijn berekeningen moet OHL een vast aantal van rond de 7500 toeschouwers kunnen trekken. De succesvolle abonnementenverkoop staaft dat. "Het probleem van Leuven is, net als Gent, dat de inwijkelingen - de studenten - niet snel geneigd zijn om van club te veranderen. De club waarvoor je supportert, kies je eigenlijk tussen je vijf en zeven jaar. Dus in de regio waar je opgroeit. Daarom zullen het vooral mensen uit Leuven zelf zijn die voor OHL supporteren." In dat opzicht wijst Dejonghe graag op de gunstige positie van Leuven als universiteitsstad. "Overal ter wereld zie je dat er in de buurt van universiteiten veel technologiebedrijven ontstaan, omdat jongeren daar actiever zijn. Dat betekent geld. En omdat die jongeren een band met Leuven hebben ontwikkeld, of van Leuven zelf zijn, zullen ze sneller geneigd zijn om OHL te sponsoren." Misschien het beste bewijs daarvan is Option, dat op de truitjes van OHL prijkt als hoofdsponsor. Het technologiebedrijf werd opgericht door Jan Callewaert, een West-Vlaming die zijn studie in Leuven afwerkte en in 2005 de titel kreeg van Manager van het Jaar. In mei 2010 werd Callewaert voorgesteld als nieuwe voorzitter van OHL. "Leuven is een club die zeer bedrijfsmatig gestructureerd is. Een typevoorbeeld. Alleen ben ik benieuwd hoe ze gaan reageren als ze bij de winterstop vijftiende of zestiende staan. Want dan is de drang soms groot om paniekaankopen te doen", aldus Dejonghe.