Het was eind november 1992 en er hing een dikke mist over The Cliff, het oefencentrum van Manchester United. Hij stapte de kleedkamer binnen en keek met half dichtgeknepen ogen naar zijn nieuwe ploegmaats. Borst vooruit en kin omhoog, alsof hij dacht: 'Ik ben Eric Cantona. Hoe goed zijn jullie? Zijn jullie goed genoeg om met mij te voetballen?'
...

Het was eind november 1992 en er hing een dikke mist over The Cliff, het oefencentrum van Manchester United. Hij stapte de kleedkamer binnen en keek met half dichtgeknepen ogen naar zijn nieuwe ploegmaats. Borst vooruit en kin omhoog, alsof hij dacht: 'Ik ben Eric Cantona. Hoe goed zijn jullie? Zijn jullie goed genoeg om met mij te voetballen?' De Fransman, toen 26, sleepte een zware rugzak mee. In 1987, een jaar na zijn debuut bij Auxerre, had hij zijn ploegmaat Bruno Martini een klap in het gezicht gegeven. Hij mocht een jaar niet voor de nationale ploeg spelen omdat hij bondscoach Henri Michel op nationale televisie ' un sac à merde' had genoemd en in Montpellier mikte hij zijn schoenen op het gezicht van Jean-Claude Lemoult, óók een ploegmaat. En in december 1991 keerde hij het voetbal de rug toe, nadat hij een bal in het gezicht van de scheidsrechter had gegooid. Toen hij voor de disciplinaire commissie van de Franse voetbalbond verscheen en hoorde dat hij een maand werd geschorst, noemde hij alle leden - één voor één - dwazeriken. Zijn straf werd meteen verdubbeld. Bondscoach Michel Platini en Cantona's... psychiater duwden hem naar Engeland. Liverpool was niet geïnteresseerd en Sheffield Wednesday vond hem te duur, Leeds United betaalde hem wel 10.000 euro per week. Hij gaf assists, scoorde, had stijl en karakter, en leidde Leeds enkele maanden na zijn komst naar de titel. Maar manager Howard Wilkinson vond hem lui, egoïstisch en slecht voor de groep. Cantona stuurde zijn kat naar de trainingen, Wilkinson was opgelucht dat hij zijn probleemkind voor 1,8 miljoen euro - een half miljoen winst - aan Manchester United kon verpatsen. De fans waren in shock, net als de eigenaar van Chalutz, de koosjere Joodse bakkerij die Cantonabagels met hopen verkocht. Alex Ferguson zag een buitenkans. Hij had The Red Devils in 1990 naar de FA Cup en een jaar erna naar de Europabeker der Bekerwinnaars gecoacht, maar de laatste titel - in 1967 - was een lang vervlogen herinnering. In de spelersgroep zat aanvankelijk niemand op 'die lastige buitenlander' en 'paniekaankoop' te wachten. Dat sloeg snel om, zei Gary Pallister. 'Hij had een enorme impact op de ploeg. En op de club. Iemand die vroeg om meer te trainen, dat waren we niet gewend.' Enkele maanden na zijn komst vierde Old Trafford de eerste titel in 26 jaar en in zijn tweede seizoen pakten The Reds de dubbel. Cantona was het eerste stukje van Fergusons grote Unitedpuzzel, maar door zijn impact op The Class of 92 - David Beckham, Nicky Butt, Ryan Giggs, Gary Neville, Phil Neville en Paul Scholes - nog meer het eerste stukje van zijn tweede puzzel. Of, zoals Roy Keane het verwoordde: 'Charisma. Een leider, vaak zonder ook maar één woord te zeggen.' Tot het licht uitging en hij na een rode kaart - nummer 5 in 16 maanden - op Selhurst Park een vuilbekkende supporter met een karatetrap op de borst het zwijgen oplegde. Ongezien. Een schande, schreeuwde de voetbalwereld, maar Ferguson sloot hem nog dichter in de armen. Acht maanden schorsing, een gevangenisstraf met uitstel en een werkstraf, maar excuses aanbieden? Non. Hij antwoordde op zijn manier, als de kapitein (met rechtopstaande col) die United in 1996 naar een tweede dubbel en het seizoen erna naar zijn vierde titel in vijf seizoenen leidde. En toen was het voorbij. 30 jaar. Geen zin meer. Hij wilde acteur worden, iets anders doen. Want: 'Ik was nog goed én fit, maar het voetbal boeide mij niet meer.'