Het is toch wel een beetje een specialisme van me : de vrouw, het vrouwelijke en alles wat daarbij komt kijken. Onlangs stuurde iemand me een mailtje met de vraag of ik nog altijd lezingen over de vrouw in de literatuur geef. Nee, zei ik, die geef ik niet meer. Sterker zelfs, ik heb ze nooit gegeven. Voor alle duidelijkheid voegde ik eraan toe dat ik ook geen lezingen over de man in de literatuur gaf. Ik overwoog zelfs om te zeggen : en ook niet over de hond of de soeplepel of de voetbalschoen in de literatuur. Maar ik wilde die man niet uitlachen. Hooguit wilde ik zachtjes grinniken.
...

Het is toch wel een beetje een specialisme van me : de vrouw, het vrouwelijke en alles wat daarbij komt kijken. Onlangs stuurde iemand me een mailtje met de vraag of ik nog altijd lezingen over de vrouw in de literatuur geef. Nee, zei ik, die geef ik niet meer. Sterker zelfs, ik heb ze nooit gegeven. Voor alle duidelijkheid voegde ik eraan toe dat ik ook geen lezingen over de man in de literatuur gaf. Ik overwoog zelfs om te zeggen : en ook niet over de hond of de soeplepel of de voetbalschoen in de literatuur. Maar ik wilde die man niet uitlachen. Hooguit wilde ik zachtjes grinniken. Zodra hij in het zwarte internetgat was opgelost, miste ik hem al. Plotseling gonsde het in mijn hoofd van de ronkende volzinnen. 'De vrouw in de literatuur is vaak een projectie van mannelijke angsten en fantasieën, zeker als die literatuur door mannen is geschreven. De vrouw in de literatuur leert ons meestal meer over mannen dan over vrouwen.' Na een moment van stilte zou ik zeggen : 'Nergens wordt er zoveel en zo jong en zo dramatisch door vrouwen gestorven als in de literatuur. Al jaren specialiseert de literatuur zich in de cultus van de dode geliefde.' Ik kon desgevraagd wel wat namen voorleggen. En toen begon ik me af te vragen of de vrouw in de literatuur aan sport doet en welke sport ze dan bij voorkeur beoefent en of al die zelfmoordplegende vrouwen in de literatuur niet op andere gedachten waren gebracht als ze op zaterdag met vriendinnen een partijtje volleybal of tennis hadden gespeeld. Je zou lijsten kunnen aanleggen van alles wat de vrouw in de literatuur doet en alles wat de man in de literatuur doet, en vervolgens zou je kunnen proberen te achterhalen of de verschillen tussen beide lijsten de 'echte' situatie weerspiegelen. Als je dat allemaal had onderzocht, kon je iedere avond wel ergens een lezing geven. De studie was ook nooit afgerond, want voortdurend werden er nieuwe boeken geschreven, en nieuwe mannen en vrouwen geboren. Een mens kan zich beter met sport in boeken bezighouden, want met de 'echte' sport is het droevig gesteld. De Rode Duivels spelen slechter dan ooit, Henin herpakt zich maar niet, Clijsters blijft met haar polsblessure sukkelen, Frank Vandenbroucke ziet er gebroken uit en Johan Mu-seeuw heeft ook al dopingprocessen aan zijn been. Wie is er in godsnaam nog onze nationale trots ? Vrouwen zouden daar meer gebukt onder gaan dan mannen. Naar het schijnt willen zij absoluut dat hun ploeg, hun 'stam' wint. Het verloop van een wedstrijd interesseert hen niet, maar er moet worden gewonnen. Als dat klopt, ben ik inderdaad een vrouw. Wanneer Clijsters of Henin een belangrijke match spelen, kan ik van pure spanning niet kijken. Hoe ze die ballen over het net meppen, laat me koud, maar ik wil dat ze winnen. Erop of eronder, zeiden de Spartaanse vrouwen vroeger tegen hun zonen die ten oorlog trokken, waarmee ze bedoelden : je keert zegevierend terug of helemaal niet. Afgelopen zomer was een martelgang : al dat olympische goud en zilver en brons dat aan onze neus voorbijging. En die Nederlanders maar de ene medaille na de andere binnenrijven. Hoe doen ze het ? Theo Van Gogh was nog niet vermoord en die moslimscholen waren nog niet platgebrand, dus ze konden zich daar in Nederland nog flink op de borst kloppen. Intussen zingen ze ook wel een toontje lager. Stel je voor dat schrijvers op een afgesproken tijdstip in een stadion aan tafeltjes zouden moeten plaatsnemen. Het schot wordt gelost, elke schrijver grijpt de pen die klaarligt en begint als een bezetene te schrijven. Punten zouden worden toegekend voor kwaliteit én kwantiteit. Het zou geen zin hebben om te zeuren over de concentratie die niet optimaal was of een pols die pijn deed of vage rugklachten of een slechte nachtrust en spijsvertering. 'Erop of eronder', zou ie-mand brullen. 'Kijk, het goud is alweer door een Nederlander gewonnen. Je brengt ons land te schande ! Je zou je moeten schamen !'Kristien Hemmerechts is auteurKristien HemmerechtsHet verloop van een wedstrijd zou vrouwen niet interesseren, maar ze willen absoluut dat hun ploeg wint.