Bijna een jaar geleden liet Patrick Lefevere, de ervaren manager van Quick-Step, een ballonnetje op in de pers. Hij droomde van één Belgisch superteam. Een idee dat de fusie impliceerde tussen zijn eigen ploeg en die van concurrent Omega Pharma - Lotto. Lefevere onderkende daarmee de budgettaire limieten van de Belgische sponsormarkt en de globaliseringsgolf die de wielersport overspoelt. Het was volgens de manager zaak om alle beschikbare middelen in ons land te bundelen. Zoniet zouden we platgewalst worden onder de opmars van de Angelsaksische renners en teams. ...

Bijna een jaar geleden liet Patrick Lefevere, de ervaren manager van Quick-Step, een ballonnetje op in de pers. Hij droomde van één Belgisch superteam. Een idee dat de fusie impliceerde tussen zijn eigen ploeg en die van concurrent Omega Pharma - Lotto. Lefevere onderkende daarmee de budgettaire limieten van de Belgische sponsormarkt en de globaliseringsgolf die de wielersport overspoelt. Het was volgens de manager zaak om alle beschikbare middelen in ons land te bundelen. Zoniet zouden we platgewalst worden onder de opmars van de Angelsaksische renners en teams. Lefevere uitte zijn noodkreet na een lente die voor de Belgen tegenviel wat het aantal overwinningen betrof. Maar kijk, nauwelijks twaalf maanden later vond de Belgische wielersport zijn zelfvertrouwen terug. Logisch als de driekleur fier wappert zoals in de gouden tijden. België beëindigt het voorjaar op de eerste plaats in de stand van de UCI WorldTour. In vier van de vijf grote voorjaarsklassiekers stond een landgenoot op het hoogste podiumtrapje. Een reeks die niet meer was neergezet sinds 2002 - toen door de Italianen. Het is van 1976 geleden dat de Belgische renners nog zo succesvol presteerden in de klassieke lente. In alle euforie zou men vergeten dat de wielerkoek onder steeds meer landen wordt verdeeld en dat de jaren zeventig wat dat betreft nooit meer zullen terugkeren. Getuige daarvan de eerste Australische winst in Milaan-Sanremo, op naam van Matthew Goss. Op het allerhoogste niveau steunt de Belgische wielersport voor het ogenblik uiteindelijk slechts op één man: Philippe Gilbert. Zeker nu Tom Boonen er sinds Parijs-Roubaix in 2009 niet meer in slaagde om een topkoers naar zijn hand te zetten. Nick Nuyens en Johan Vansummeren zijn ondanks hun schitterende overwinningen de eersten om toe te geven dat zij niet van het niveau van Gilbert of Boonen zijn. Van hen kan dan ook niet verwacht worden dat ze nu ieder jaar een grote vis zullen vangen. Toch zijn in deze opstoot van successen met de klap alle defensieve scenario's van tafel geveegd. Van krachtenbundeling tussen sponsors is geen sprake meer. Integendeel, bij Omega Pharma en Lotto bereiden ze zich zelfs voor op een toekomst zonder elkaar. Dat in de ploeg van Philippe Gilbert een splitsingsscenario op tafel ligt, werd vorige week pijnlijk duidelijk op een UCI-meeting voor (toekomstige) ProTeams in Brussel. Daar stelde de vertegenwoordiging van Omega Pharma tot haar stomme verbazing vast dat ook de Nationale Loterij haar eigen afgevaardigde had gestuurd. Wat de gevolgen van zo'n afscheuring kunnen zijn, moest Fabian Cancellara dit voorjaar vaststellen. Zo alomtegenwoordig Gilbert de afgelopen weken was in de heuvelklassiekers, zo dominant was de Zwitser alweer in de kasseikoersen. Maar bij gebrek aan ploegmaats bleef Spartacus zonder grote klassieke winst achter. In de moderne wielersport winnen zelfs de grootste kampioenen geen topklassiekers als ze niet op een stevige ploeg kunnen terugvallen. DOOR BENEDICT VANCLOOSTER