Voetbal en politiek vormen samen geregeld een ranzige cocktail. Het Eurostadiondossier toont nogmaals de verwevenheid tussen RSC Anderlecht, de Brusselse politiek en de Koninklijke Belgische Voetbalbond aan. Een verbond dat blijkbaar noodzakelijk is om bepaalde zaken in beweging te krijgen in dit land, maar dat terzelfdertijd een vorm van competitievervalsing is.
...

Voetbal en politiek vormen samen geregeld een ranzige cocktail. Het Eurostadiondossier toont nogmaals de verwevenheid tussen RSC Anderlecht, de Brusselse politiek en de Koninklijke Belgische Voetbalbond aan. Een verbond dat blijkbaar noodzakelijk is om bepaalde zaken in beweging te krijgen in dit land, maar dat terzelfdertijd een vorm van competitievervalsing is. Terwijl nagenoeg alle eersteklasseploegen al jarenlang, vaak vruchteloos, op zoek zijn naar de nodige financiële middelen en vergunningen om hun stadions min of meer aan te passen aan de huidige noden en veiligheidsvoorwaarden, krijgt die ene Brusselse ploeg een nagelnieuw stadion in de schoot geworpen. Goed, Anderlecht zal een jaarlijks huurbedrag moeten ophoesten, maar blijkbaar volgens zijn eigen voorwaarden. De kloof tussen wat Anderlecht wil betalen en wat blijkbaar minimaal vereist is om rendabel te zijn, werd in een paar uurtjes dicht gefietst door de Brusselse paarse politieke vrienden, en dit op kap van de belastingbetaler. Gedurende dertig jaar wordt zomaar eventjes vier miljoen euro per jaar besteed aan dit stadion, terwijl tientallen armlastige sportverenigingen in Brussel amper het hoofd boven water kunnen houden. Nochtans hadden diezelfde herauten, met Guy Vanhengel en Alain Courtois op kop, plechtig beloofd dat het 'nationale' stadion rendabel zou zijn zonder overheidsfinanciering. De timing om de paarse vrienden ter hulp te schieten bij hun stadionplannen was uiteraard goed gekozen: de hype rond de Rode Duivels en de kandidatuur voor het EK 2020 verstomden elke vorm van kritisch denken. Maar voor ingewijden was het al snel duidelijk dat in de eerste plaats de belangen van Anderlecht vooropstonden en dat hiervoor zelfs het enige Belgische sportevent met internationale uitstraling, de Memorial Ivo Van Damme, moest wijken. Maar ook de sportmedia hielden vast aan de term 'Nationaal Stadion', zelfs nadat duidelijk werd dat de zitjes paars-wit zullen gekleurd zijn. Over de juiste omvang van de financiële bijdrage van Anderlecht doen de betrokkenen al evenzeer schimmig. Ja, er circuleren wel wat bedragen, maar via allerlei commerciële deals en achterkamergeritsel zal de inspanning wel meevallen, zeker in verhouding tot de enorme baten die een nieuwe voetbaltempel biedt. Nu al ontvangt Anderlecht diverse inkomsten van thuiswedstrijden van de Rode Duivels en wordt het vergoed voor het verhuren van zijn oefencomplex in Neerpede aan de nationale ploeg. Een oefencomplex dat trouwens ook al kon rekenen op een subsidie van vijf miljoen euro, ditmaal vanwege het Brussels Gewest. Ondertussen moet KV Mechelen een beroep doen op de spaarcenten van zijn supporters om een tribune te vernieuwen. De euforische reactie van Vanhengel na het bereikte akkoord was typerend: hij vond het in de eerste plaats een schitterende zaak voor Anderlecht en hij hoopte dat de paars-witten in dezelfde mate zouden kunnen profiteren van de nieuwe thuishaven als Ajax doet van de Amsterdam ArenA. Over het belang voor het nationale voetbal, toch de dekmantel waaronder dit stadion werd doorgedrukt, geen woord meer. Koen Soenens, Singapore