E milio Ferrera kletst niet uit zijn nek. Na de verliespartij op Westerlo (2-1), drie speeldagen voor het einde van het kampioenschap, diepte hij een klein papiertje op uit zijn binnenzak, legde het voor zich op tafel en liep rustig één voor één de vier punten af die hij had opgeschreven. Ze vatten, zei hij, niet alleen de wedstrijd samen, maar illustreerden het hele seizoen van Lierse.
...

E milio Ferrera kletst niet uit zijn nek. Na de verliespartij op Westerlo (2-1), drie speeldagen voor het einde van het kampioenschap, diepte hij een klein papiertje op uit zijn binnenzak, legde het voor zich op tafel en liep rustig één voor één de vier punten af die hij had opgeschreven. Ze vatten, zei hij, niet alleen de wedstrijd samen, maar illustreerden het hele seizoen van Lierse. De gemiste gelijkmaker vanop de penaltystip betekende als zo vaak net geen doelpunt. Stef Wils viel in, maar werd snel weer vervangen omdat hij, anders dan wat Ferrera van een invaller verwacht, de ploeg niks bijbracht. Spectaculaire match wel van Dan Mitu, vond hij, maar waar was de efficiëntie ? En, aldus de trainer tot slot, volgens de statistieken kan Lierse, wanneer het "met bepaalde spelers" aan een wedstrijd begint, niet winnen. Ondanks aandringen weigerde hij over dat laatste concreter te worden. Dan maar zelf de statistieken bovengehaald. Lierse telde op dat moment zeven overwinningen. Tegen Westerlo stond met Michael Nnaji slechts één speler aan de aftrap die er in geen enkele van die zeven wedstrijden bij was geweest. Alle andere basisspelers in het Kuipke waren ook basispion in minstens vijf gewonnen duels, zelfs de zo vaak verguisde Archie Thompson. Alles wees er dus op dat Ferrera juist over een uiterst succesvolle selectie beschikte tegen Westerlo. Blijft over dat hij Nnaji viseerde. De Nigeriaanse verdediger is nog een transfer van Herman Van Holsbeeck, tot vorig jaar de manager van Lierse en een vriend. Aan die vriendschap maakte Ferrera intussen een einde. Statistieken zijn heilig voor Ferrera. Van elke speler stelt hij per wedstrijd een rapport op. Die cijfers vormen mee de basis waarop hij beslissingen neemt. Soms tot in het absurde : Ferrera wordt ertoe in staat geacht een speler in de 63e minuut te vervangen, alleen maar omdat dezelfde wissel in exact dezelfde minuut in een vorige wedstrijd hem goed is bevallen. Spelers worden er gek van. Tot dezelfde categorie behoren de Tien (of Elf of Twaalf) Geboden van de Kunst van het Verdedigen, Ferrera's fameuze handleiding voor het vermijden van tegendoelpunten. Opgehangen in het spelershome, huiswerk voor de spelers, maar verboden lectuur voor journalisten. Maandenlang ging het in haast elk interview dáárover, maar zonder dat de buitenwereld ook te horen kreeg wat het precies inhield. Hoewel slechts een bijkomstigheid kreeg het een te belangrijke plaats toebedeeld in het geheel. Ferrera liet het gebeuren, vermoedelijk omdat het paste in zijn drang om zich te distantiëren van de werkwijze van andere trainers. En zo ging het al gauw vooral over iets waar niemand de hand op kon leggen, waardoor Ferrera de allure van een tovenaar kreeg, en niet meer over wát hij met zijn toverformules hoopte te bereiken : minder doelpunten incasseren, bijvoorbeeld. Waar hij overigens in slaagde. Ook het afgelopen seizoen slikte Lierse, hoewel geëindigd op een teleurstellende elfde plaats, op vijf ploegen na de minste goals. In plaats van hulpmiddel in dienst van het doel lijken regels en statistieken bij Ferrera te gemakkelijk doel op zich te worden. Van zodra de resultaten niet volgen, blijven ze achter als de verpakking van een lege doos. De statistiek waarmee hij uitpakte na Westerlo klopte, maar de conclusie was waardeloos. Tussen de aanwezigheid van Nnaji en de nederlaag bestond geen aantoonbaar oorzakelijk verband. Tegen Westerlo kwam Lierse achterin niet in de problemen. Bij beide doelpunten ging Jonas De Roeck, naast Nnaji centraal in de verdediging, in de fout. Die analyse maakte Ferrera niet. Ja, is het veel gehoorde antwoord van wie op de een of andere manier met hem te maken hebben (gehad). Zoals Ferrera wedstrijden voorbereidt en analyseert, wordt innoverend voor België genoemd. Vooral gaat het dan over het systematisch gebruik van videomateriaal. Van Jos Vaessen, voorzitter van RC Genk, wordt gezegd dat hij onder de indruk kwam van Ferrera's tv-analyses tijdens de Champions League. Nol Hendriks, topman van Roda JC, was zot van hem. Zijn voetbalkennis heet fenomenaal te zijn en zijn gedrevenheid niet minder (zie kaderstuk). Precies die bezetenheid. Ferrera's grootste kwaliteit is tegelijk zijn grootste handicap. Wel meer trainers die, zonder dat ze adelbrieven als speler kunnen voorleggen, als een komeet naar de top worden gekatapulteerd, lijden eraan : het gevoel zich dubbel te moeten bewijzen. Bovendien is Ferrera stronteigenwijs. In dat opzicht doet hij wat aan René Vandereycken denken. Hij levert opmerkelijke prestaties, maar heeft moeite met iedereen die er een afwijkende mening op nahoudt. Overgevoelig is hij voor wat er in de media verschijnt en op kritiek reageert hij als een nukkig kind. Achter de bezetenheid gaat ook een stuk onzekerheid schuil. Overal waar hij komt, omringt Ferrera zich met bekenden. Zonder klankbord heeft hij het moeilijk om te filteren wat er op hem afkomt. Achterdocht is zijn tweede natuur. Op Lierse schermde Van Holsbeeck hem af, maar toen die wegging, stond hij plotseling alleen en verzuurde binnen de kortste keren op alle niveaus zijn contact met de club. Ferrera heeft er een handje van weg goede relaties, vriendschappen zelfs, op te blazen voor een futiliteit. Te veel geldingsdrang, te weinig relativeringsvermogen, te impulsief nog. Te weinig realiteitszin ook : met Van Holsbeeck - hun beider vrouwen zijn collega's op school en vriendinnen - brak hij ook privé, verontwaardigd dat hij hem niet binnenhaalde bij Anderlecht. Want dat mag duidelijk zijn : Ferrera schat zichzelf nogal hoog in. Niet eens zo lang geleden noemde hij zich een geschikte trainer voor Barcelona. Voor wie zelf nooit op niveau voetbalde, komt die uitgesproken overtuiging redelijk pedant over. "Emilio zit simpel in elkaar", analyseert een insider. "Hij is een voetbaldier dat slechts oog heeft voor dat ronde balletje en daar alles, maar dan ook álles voor over heeft. Dat hebben maar weinig mensen en dus is het een grote kwaliteit. Maar tegelijk doet het hem ook alle perspectief verliezen. Een gezond wereldbeeld hou je daar niet aan over."Zijn tomeloze ambitie leverde hem ook het label 'opportunist' op. Het is hem nauwelijks nagedragen, maar twee jaar geleden verbrak hij een pril contract met KV Mechelen om naar Lierse te kunnen. Zich zelf ergens aanbieden is hem te min en er is niet één zaakwaarnemer aan wie hij zich bindt, maar talloos zijn de stromannen die contacten voor hem regelen. Advies inwinnen bij de een, maar de zaak laten afronden door een ander : scrupules kent hij evenmin, wat hem niet overal in dank wordt afgenomen. "Hij is een beetje onbetrouwbaar," ondervond ook de insider, "echt op hem rekenen kun je niet. Op de duur wreekt zich dat. Zie Georges Leekens en zijn reputatie." Ach, vast wel. Zijn professionalisme was een plus, zijn probleem dat hij er zelf mee uitpakte. Bovendien doet ondertussen iedereen wel zo'n beetje aan videoanalyse. Blijft over : zijn onnozele gedrag. Intimi echter menen beterschap te bespeuren. Van een afstandelijke Emilio Ferrera, op het asociale af, zagen ze hem het afgelopen jaar toch ook een wat menselijker gelaat aannemen. Deze maand wordt hij opnieuw vader en hij heeft pas gebouwd. Gepokt en gemazeld door de ervaringen en gesterkt door privé-geluk : ziedaar misschien de voorwaarden voor een beter evenwicht tussen ambitie en realiteit. November 1999 haalde SK Beveren, nadat het Stany Gzil had ontslagen, Ferrera uit de anonimiteit. Bijna vijf jaar na zijn opgemerkte debuut in eerste klasse is hij controversieel gebleven. Hij hield Beveren en RWDM in moeilijke omstandigheden in eerste klasse en trok naar Lierse. Daar kon hij het breed laten hangen. De resultaten op het veld waren navenant, maar kenden geen vervolg het voorbije seizoen. Zodat ook Ferrera aan toch minstens één voetbalwet niet blijkt te kunnen ontsnappen : zonder spitsen tovert een trainer niet. Ferrera heeft een pas op de plaats gemaakt. De clubs uit de (sub)top lijken tijdelijk op hem te zijn afgeknapt, maar in het brede middenveld zijn zijn kwaliteiten onomstreden gebleven. Zelfs zij die in de mens Ferrera werden teleurgesteld, zeggen hem als trainer te blijven aanbevelen. Zijn kwaliteiten zijn onmiskenbaar en charisma hééft hij. Blijft de vraag of zijn persoonlijkheid al sterk genoeg is om aanvaard te worden door goed betaalde vedetten bij een topclub. De komende maanden bij FC Brussels moet blijken of Ferrera lessen heeft getrokken uit vijf jaar ervaring. Want het lullige is dat hij helemaal geen vervelende man is. Misschien is mediatraining daarom een ideetje. door Jan HauspieTe veel geldingsdrang, te weinig relativeringsvermogen, te impulsief nog. In plaats van hulpmiddel in dienst van het doel worden statistieken bij Ferrera te gemakkelijk doel op zich.