1973 was geen goed jaar voor het Brusselse voetbal. Vaandeldrager Anderlecht eindigde pas als zesde op elf punten van kampioen Club Brugge, en de twee kleintjes, Crossing Schaarbeek en Union Sint-Gillis, verdwenen voorgoed uit de hoogste klasse. Met zijn derde plaats was Racing White een eenzaam lichtpunt, al kwam er geen hond kijken in het Fallonstadion in het sjieke Sint-Pieters-Woluwe. Een schril contrast met de vaak bruisende menigte die zich aan de stadionpoorten van Union en Crossing aandiende.
...

1973 was geen goed jaar voor het Brusselse voetbal. Vaandeldrager Anderlecht eindigde pas als zesde op elf punten van kampioen Club Brugge, en de twee kleintjes, Crossing Schaarbeek en Union Sint-Gillis, verdwenen voorgoed uit de hoogste klasse. Met zijn derde plaats was Racing White een eenzaam lichtpunt, al kwam er geen hond kijken in het Fallonstadion in het sjieke Sint-Pieters-Woluwe. Een schril contrast met de vaak bruisende menigte die zich aan de stadionpoorten van Union en Crossing aandiende.Terwijl Union vandaag verwoede pogingen onderneemt om een leefbare derdeklasser te blijven met ambities voor tweede klasse, is er van Crossing Schaarbeek al lang geen sprake meer. Twee jaar nadat ze uit eerste klasse verdween, week de club na een conflict met de gemeente tijdelijk uit naar Ukkel. Nochtans was er tussen Crossing en de locale overheid een contract opgesteld om de onderlinge verstandhouding te verbeteren. Maar geen van beide partijen plaatste er ooit zijn handtekening onder. Het conflict kende in 1982 een hoogtepunt toen Crossing, dat intussen naar het Josaphatpark was teruggekeerd, voor de titel in bevordering speelde. In het stadion ontbrak elke elementaire nutsvoorziening : geen elektriciteit, geen verwarming en bijgevolg ook geen warm water. De toestand werd zo uitzichtloos dat de club Schaarbeek definitief de rug toekeerde en een nieuw onderkomen vond in het Brabantse Elewijt bij Mechelen. Daar was ze enkele jaren actief was onder de naam Crossing Elewijt, tot ze in 1991 werd opgeslokt door het plaatselijke VV Elewijt.De oorsprong van het Josaphatpark gaat terug tot het eind van de zestiende eeuw. Het dankt zijn naam aan een pelgrim op bedevaart, die aan de poorten van Jeruzalem in de Josaphatvallei een plek aantrof die opvallend veel gelijkenis vertoonde met de buurt in Schaarbeek waar hij zijn tocht had aangevat. Het eerste sportstadion die naam waardig werd er ingehuldigd op 26 juli 1914. Een houten tribune met als opvallendste kenmerk een balkon voor de notabelen uit de gemeente, keek uit op het voetbalveld dat de centrale ontmoetingsplaats werd in het park. Het gemeentepersoneel en Royal Sporting Club de Schaerbeek waren de eerste bespelers, in 1956 gevolgd door Cercle Sportif de Schaerbeek.Toch kreeg het stadion in de inmiddels multiculturele volkswijk van Schaarbeek pas echte bekendheid in 1969, toen Cercle Sportif en Crossing Molenbeek samensmolten tot Crossing Schaarbeek. Dat nam de plaats in van het gedegradeerde Daring Molenbeek en kende een kortstondig verblijf bij de elite. "Toch heerste er een enorme sfeer", herinnert zich ex-doelman Jos Smolders. Smolders, die zich bij Beerschot een naam had gemaakt, stond het liefst aan de kant van de overdekte zittribune. "Daar zaten ook de meeste Antwerpse supporters van Crossing. De ploeg telde naast mezelf namelijk nog enkele Antwerpenaars in de rangen, zoals Eric Beyrens en Frank Schrauwen." De bewuste tribune maakte deel uit van de tweede uitbreidingsfase van het stadion, waarvan de capaciteit van 13.000 naar 17.000 plaatsen werd opgevoerd. "Er heerste altijd een exotische sfeer", aldus nog Smolders. Het beste resultaat uit het vierjarig verblijf van Crossing in de hoogste klasse was een twaalfde plaats in 1971. Aardig wat grote namen maakten deel uit van de ploeg, zij het dat ze meestal op hun retour waren : Gérard Sulon (ex-Club Luik), Jean Cornelis (ex-Anderlecht), Guido Mallants (ex-Beerschot) en enfant terrible Roger Claessen (ex-Standard). Voor Georges Leekens betekende Crossing dan weer het begin van zijn loopbaan : "Het was de ideale club om in eerste te starten, perfect combineerbaar met mijn studies in Leuven. Ik kwam als verdedigende middenvelder, mijn broer René als doublure voor doelman Smolders. Het Josaphatpark was een echt home stadium. We konden er altijd iets meer, ook al zat er nauwelijks volk in de tribunes en stond er na drie maanden geen sprietje gras meer op het veld. Eén zandvlakte was het. Niet verwonderlijk, want we moesten er ook op trainen. Het multiculturele van de supporters weerspiegelde zich ook op het veld. Wij waren werkelijk een smeltkroes van diverse nationaliteiten : Marokkanen, Brazilianen, Hongaren, Italianen, Nederlanders en Belgen. En secretaris Swaelens was de man die alles samenhield, hij zorgde voor de ambiance in de club." De degradatie naar tweede klasse, die het einde van de club inluidde, en het verval van het stadion maakte de ex-bondscoach niet meer mee. "Als je ambitie had, mocht je er niet blijven. Door de matige belangstelling waren de verdiensten navenant. Ik had een contract van 7500 frank per maand en 2500 frank per punt - in het twee puntensysteem. Eens het behoud vaststond, mochten we niet meer winnen omdat het anders te duur werd voor de club. Elk jaar mocht er één speler vertrekken. Het jaar voor de degradatie kon ik naar Club Brugge, waarmee ik meteen landskampioen werd."November 2002. Een winderige middag in het Josaphatpark. Het stadion ligt er, nog altijd geprangd tussen park en woonwijk, helemaal verkommerd bij. Het dak van de immense zittribune lekt nog altijd, de overdekte staanplaatsen staan op instorten, op de hoofdtribune is het zoeken naar een propere zitbank. Gras ? Geen gras. En toch wordt er nog altijd gevoetbald. Elke dag. "Vandaar," zegt een functionaris van de sportdienst op de gemeente, "staat er nu al geen gras meer op. Naast de eerste ploegen van FC Kosova en Racing Schaarbeek, beide uitkomend in derde provinciale, zijn er nog tal van jeugdploegen en clubs uit het arbeidersvoetbal aan de slag.""Maar," zo vervolgt de man, "er staat een project op stapel om het stadion helemaal te renoveren. De voetbalbond toont serieuze interesse om er de Federale Trainersschool in onder te brengen. En ze wil in het stadion ook enkele jeugdinterlands organiseren."door Stefan Van LoockDe houten tribune had als opvallendste kenmerk een balkon voor de notabelen uit de gemeente.