Onze kracht

Fabrice Ondoa (22): 'Er leven in Kameroen 252 verschillende stammen. Dus zijn er ook 252 talen. Ik behoor tot de Ewondo, een bevolkingsgroep die erom bekendstaat graag eens een glas te drinken. ( lacht)
...

Fabrice Ondoa (22): 'Er leven in Kameroen 252 verschillende stammen. Dus zijn er ook 252 talen. Ik behoor tot de Ewondo, een bevolkingsgroep die erom bekendstaat graag eens een glas te drinken. ( lacht) 'Op mijn elfde ging ik naar Douala, naar de voetbalschool van Samuel Eto'o, op drieënhalf uur rijden van mijn thuisstad Yaoundé. Samen met negen andere jongens belandde ik er in een gastgezin. Die mensen behoorden tot de Bassa. Zij communiceerden onderling in hun eigen taal, de taal die ook Eto'o spreekt en waar ik geen snars van begrijp. Gelukkig had ik op school al Frans geleerd. In het overgrote deel van Kameroen is Frans de gemeenschappelijke taal en luistert de jeugd naar Franse rap. Alleen in het noordwesten, tegen de grens met Nigeria aan, hebben we een gebied waar Engels gesproken wordt. Qua muziek hoor je daar vooral Amerikaanse rap, hiphop of r&b. 'Er wordt weleens gezegd dat Kameroen een miniatuurversie is van Afrika. Alles wat je in andere landen op het continent vindt, zie je ook bij ons. Zo is het koud in het bergachtige Bafoussam, maar in Douala, waar je hooguit wat heuvels hebt, is het dan weer warm. Uit de natuur in Kameroen kun je alles halen: van ananassen, bananen en sinaasappels tot koffie en cacao. Ook op religieus vlak is er een grote diversiteit; er wonen in Kameroen zowel moslims als christenen. Maar mensen van verschillende godsdiensten en taalgroepen leven er harmonieus samen, met veel nederigheid en respect. Dat is de kracht van Kameroen. Ons land heeft geen echte oorlogsgeschiedenis. Het enige serieuze conflict waar ik weet van heb, is dat met Nigeria over het schiereiland Bakassi, dat rijk is aan olie. Dat gebied behoort toe aan Kameroen, maar in mijn kindertijd betwistte Nigeria dat. Intussen is die kwestie geregeld. ( smaalt) Maar op voetbalvlak blijven Kameroen en Nigeria wel grote rivalen.' 'Thuis, in Yaoundé, leefden we vaak met vijftien mensen onder hetzelfde dak. Naast mijn drie oudere broers en mijn kleine zusje kwamen ook onze neven dikwijls over de vloer. Als in Kameroen iemand het zich kan veroorloven om anderen te helpen, verzamelen veel mensen zich rond die persoon. Mijn ouders hadden allebei een goede job: mijn moeder werkte voor de regering en mijn vader in een elektriciteitsbedrijf. Geen wonder dus dat vrienden en familie bij ons aanklopten. 'Het leven in Yaoundé was heel anders dan in Douala. Yaoundé is de politieke hoofdstad, daar staat verantwoordelijkheid hoog aangeschreven. In Yaoundé heerst de sérieux: alles wordt er goed georganiseerd en er is veel toezicht. De president woont in Yaoundé, daar móét er orde zijn. Douala is de economische hoofdstad van het land. Daar feesten de mensen vaker en is het leven vrijer en amusanter.' 'De beste Kameroense voetballer ooit is natuurlijk Samuel Eto'o. We bellen vaak; ik mag altijd raad vragen aan hem. Toen ik in 2014 met de B-ploeg van FC Barcelona in de Spaanse tweede klasse speelde en opgeroepen werd voor de nationale ploeg, wist ik niet wat ik moest doen. Als ik naar de nationale ploeg zou gaan, zou ik mijn plaats bij Barcelona mogelijk kwijtspelen. Toen raadde Eto'o me aan om toch naar de nationale ploeg te gaan, omdat dat iets speciaals is, een eer. 'Als je die kans krijgt, moet je ze grijpen,' zei hij, 'ook als je pas 18 bent.'' 'Veel jeugdvrienden hadden ouders met minder goede jobs. Die jongens maakten hun speelgoed zelf. Dan deed ik graag mee. We fabriceerden bijvoorbeeld onze eigen auto's. Die bouwden we met raphia ( een soort palmboom, nvdr). Eerst sneden we dat hout in stukken. Die lieten we dan drogen. Nadien lijmden we de stukken zo aan elkaar dat we de vorm van een wagentje kregen. Het waren geen autootjes waar we zelf in pasten, daarvoor waren ze te klein. We maakten er een stang aan vast, zoals een vader doet bij het fietsje van zijn zoontje. ( lacht) Met die stang, waar onze auto dus tegenaan plakte, raceten we dan op pleintjes in Yaoundé. Mijn wagentje herkende je meestal aan de kleur: ik gaf het mijne graag een likje rode verf.' ( lacht)