Jules Verdin: Moest je veel opofferen om te raken waar je nu bent? Faris Haroun: "Ja, want het was niet eenvoudig om het voetbal te combineren met de school. Bij mij kregen de lessen en het huiswerk altijd voorrang. Dat is heel belangrijk. Je secundair afmaken is een minimum. Er kan later nog zo veel gebeuren, zo'n diploma móét je hebben. Zit dat in je achterzak, dan kan je altijd nog een andere job vinden als het nodig is.

"Omdat ik voluit koos voor een profcarrière, had ik soms geen tijd om dingen te doen zoals andere jongens: naar de bioscoop gaan, met vrienden optrekken. Af en toe vroegen kameraden om ergens mee naartoe te gaan en dan moet je neen kunnen zeggen. Talent alleen is niet genoeg om profvoetballer te worden, je hebt ook karakter nodig.
...

"Omdat ik voluit koos voor een profcarrière, had ik soms geen tijd om dingen te doen zoals andere jongens: naar de bioscoop gaan, met vrienden optrekken. Af en toe vroegen kameraden om ergens mee naartoe te gaan en dan moet je neen kunnen zeggen. Talent alleen is niet genoeg om profvoetballer te worden, je hebt ook karakter nodig. "Later zal je zien dat het goed was dat je niet toegaf wanneer die jongens vroegen om mee te gaan. Eens je profvoetballer bent, heb je veel vrije tijd. Dan kan je nog een boel inhalen, vaker eens een film gaan bekijken. Je echte vrienden blijven toch op je wachten. Die zijn er dan niet omdat je bekend bent, maar wel omdat ze je al kennen van toen je nog klein was." "Ik slaap graag. Ik kom maar uit bed als ik spontaan wakker geworden ben. Voor een voetballer is rust heel belangrijk. Ik blijf op de dag van de match meestal thuis, kijk naar een film, een tekenfilm of The Simpsons, iets wat me aan het lachen brengt. Het kan ook dat ik naar muziek luister, er staan veel nummers op mijn mp3, vooral r&b en reggae. Soms ga ik wandelen, om een beetje vrije gedachten te hebben. Niet op stap gaan of gaan winkelen: je energie goed sparen voor de wedstrijd en letten op wat je eet. Pasta bijvoorbeeld, zeker geen frietjes op de dag van de match. "Al de spelers zien elkaar in het stadion vier uur voor de wedstrijd. Dan begin je je te concentreren. Al de rest is vanaf dat moment niet meer belangrijk." "Mijn vader. Hij volgde bijna al mijn matchen en hij besprak ze ook achteraf met mij, zei wat ik goed gedaan had, wat beter kon. Dat hielp me. Hij leerde me bijna alles, toonde hoe het moest en wat niet mocht. "Als je jong bent, begrijp je het nog niet altijd goed als je papa bijvoorbeeld zegt dat je vroeg in bed moet om rust te hebben. Soms is dat een beetje moeilijk, omdat je misschien net naar een leuke film aan het kijken bent. Later zul je begrijpen dat alles wat je ouders doen, bedoeld is om je beter te maken. Je moet echt naar hen luisteren." "Altijd in jezelf blijven geloven, ook als het wat slechter gaat, je geblesseerd raakt of op de bank zit. Nooit denken: 'Misschien zijn die anderen wel beter dan ik.' "Als je een match speelt altijd je best doen, zodat je van het veld stapt en denkt: 'Ik ben kapot, ik heb alles gegeven.' Dan kun je maandag met een goed gevoel naar school en kun je blij weer aan een nieuwe training beginnen. "Amuseer je op het veld! Ook tijdens de match. Op jouw leeftijd moet je plezier hebben. Het is nu het moment om zaken die je in je hoofd hebt, uit te proberen. Dat kan je later misschien niet meer. Niet bang zijn om bijvoorbeeld eens een dribbel te doen in de wedstrijd. Natuurlijk niet in je eigen strafschopgebied, maar ergens anders. Misschien lukt het niet direct, maar na twee of drie keer zal het wel gaan. Het lef waarmee je op training speelt, moet je ook in de match tonen." Sopgetekend door kristof de ryck