Tour 1975. In de bergrit naar Pra Loup stort Eddy Merckx in op de slotklim. De eerste die hem voorbijsteekt: Felice Gimondi. Met een mengeling van ongeloof en respect staart de Italiaan secondenlang naar de Belg. Nog niet beseffend dat dat het einde van een tijdperk is waarin Merckx iedereen, inclusief Gimondi, had overvleugeld. Waarin die met zijn klasse en kannibalistische trekjes de lekkerste stukken van het wielerbuffet opschrokte, Gimondi achterlatend met de restjes.
...

Tour 1975. In de bergrit naar Pra Loup stort Eddy Merckx in op de slotklim. De eerste die hem voorbijsteekt: Felice Gimondi. Met een mengeling van ongeloof en respect staart de Italiaan secondenlang naar de Belg. Nog niet beseffend dat dat het einde van een tijdperk is waarin Merckx iedereen, inclusief Gimondi, had overvleugeld. Waarin die met zijn klasse en kannibalistische trekjes de lekkerste stukken van het wielerbuffet opschrokte, Gimondi achterlatend met de restjes. 'Eddy deed me vaak afzien zoals in de hel', aldus de Italiaan. Nochtans leek hij op weg om Fausto Coppi voorbij te steken, als grootste campionissimo ooit. Als jonge twintiger had hij in zijn eerste vier koersjaren immers al de drie grote rondes plus Parijs-Roubaix en de Ronde van Lombardije gewonnen, de Tour zelfs als neoprof in 1965.De troon van MerckxMaar toen Merckx vanaf 1968 definitief de troon opeiste, besefte Gimondi dat zijn rijk over was. Vooral zijn eerste tijdritnederlaag tegen de Brusselaar, in de Ronde van Catalonië, bleek een bittere pil. Twee jaar duurde het eer hij die kon doorslikken. 'Pas dan zette ik mijn ego opzij en besefte ik dat ik wel het karakter had om Eddy te bekampen, maar niet de motor.' Ook na zijn carrière zou de Buizerd van Bergamo zich vele keren afvragen: wat als Merckx tien jaar later was geboren? Een harde realiteit, want hij herkende veel van zichzelf in de Kannibaal. 'De échte Felice? Degene die ik was als kampioen: een beetje egoïstisch en agressief. Iemand die, zoals Eddy, élke koers wilde winnen. Niet altijd een aangename persoon', bekende hij ooit aan L'Équipe. Vaak uitte de Bergamask dan ook zijn bewondering voor Merckx, met wie hij na die eerste frustrerende jaren een vriendschap uitbouwde. 'Na een Girorit dronken we zelfs ooit samen een whisky-cola op een hotelterras', vertelde Gimondi in 2015 in de Tourgids van dit magazine. Maar bovenal, zei hij, had Merckx hem geleerd dat het leven hard is, dat je niet altijd kunt winnen. 'Een te makkelijk leven loopt nooit goed af.'Zacht en aimabelHoe groot het onderlinge respect was, bleek ook uit de woorden van Merckx, na het nieuws over Gimondi's onverwachte overlijden. Dat híj nu verloren had, niet alleen dé tegenstander van zijn carrière, maar ook een vriend, een signore. Zoals velen de Italiaan na zijn dood omschreven: als een stijlvolle heer met aristocratische allure, zachte stem en een aimabel karakter. Een bescheiden campionissimo die, ondanks Merckx, vrede nam met zijn imposante erelijst. En daar net als de Brusselaar niet mee te koop liep. Al zijn belangrijkste bekers, fietsen en truien staan daarom niet thuis uitgestald, maar in een museum over houtbewerking in Almenno San Bartolomeo. Gimondi beschouwde zichzelf immers als un artigiano della fatica, een vakman van de inspanning, met de pedalen als zijn werktuig. Toch wilde hij vooral herinnerd worden als een eerlijke man, een goeie echtgenoot en papa, níét als de kampioen, vertelde hij in de Tourgids van 2015. 'Ik zou afstand doen van al mijn zeges als ik weer jong kon zijn. Dan is het leven heel anders: geen last van kwaaltjes, de toekomst voor mij.' Die zou na het interview helaas slechts vier jaar meer duren.