Onze onveiligheid

Felipe Avenatti (25): 'Onlangs deden we hier in Kortrijk een bosloop en passeerden we enkele grote huizen waar geen hek rond stond. Zoiets is in Montevideo ondenkbaar. Zelfs overdag en in de betere buurten ben je er niet meer veilig. Persoonlijk heb ik op dat vlak geen negatieve ervaringen, maar je leest en hoort voortdurend hoe in onze hoofdstad mensen tegenwoordig neergeknald worden voor één euro. Armoede en drugs zijn er grote problemen. In veel gezinnen gaan de kinderen niet naar school en bedelen ze de hele dag op straat. Ik ben blij dat mijn kind, dat over drie maanden geboren wordt, niet in Montevideo zal opgroeien. Maar ondanks alle moeilijkheden ben ik wel nog altijd apetrots op mijn land en zal ik het in discussies altijd met vuur verdedigen.
...

Felipe Avenatti (25): 'Onlangs deden we hier in Kortrijk een bosloop en passeerden we enkele grote huizen waar geen hek rond stond. Zoiets is in Montevideo ondenkbaar. Zelfs overdag en in de betere buurten ben je er niet meer veilig. Persoonlijk heb ik op dat vlak geen negatieve ervaringen, maar je leest en hoort voortdurend hoe in onze hoofdstad mensen tegenwoordig neergeknald worden voor één euro. Armoede en drugs zijn er grote problemen. In veel gezinnen gaan de kinderen niet naar school en bedelen ze de hele dag op straat. Ik ben blij dat mijn kind, dat over drie maanden geboren wordt, niet in Montevideo zal opgroeien. Maar ondanks alle moeilijkheden ben ik wel nog altijd apetrots op mijn land en zal ik het in discussies altijd met vuur verdedigen. 'Zelf woonde ik als enig kind met mijn ouders in een appartementje op honderd meter van het Centenario Stadium, waar onze nationale ploeg speelt. Mijn ouders scheidden toen ik dertien was. Mijn moeder werkt als gynaecoloog; mijn vader was vroeger aan de slag in een textielbedrijf. Nadat dat over de kop ging, trok hij een tijd naar Spanje en verdiepte hij zich in de gastronomie. Uiteindelijk begon hij een restaurant in Montevideo, maar dat werd geen succes. Nu werkt hij in Salto, in het noorden van het land. Hij komt oorspronkelijk ook uit dat noorden, uit Rivera, bij de grens met Brazilië. Vroeger vierden we Nieuwjaar altijd daar. Met mijn neven ging ik er graag zwemmen en bij de overgang van oud naar nieuw barbecueden we er tot drie uur 's nachts; in deze periode van het jaar is het bij ons zomer.' 'Ik kom uit een familie van lange mensen. Mijn vader, zijn ouders én de ouders van mijn moeder speelden vroeger allen basketbal. De vader van mijn moeder komt uit Litouwen, waar er een sterke basketcultuur heerst. Als kind probeerde ik die sport ook wel eens zes maanden en ik vond het wel leuk, maar enkel voor het plezier; ik zag me er niet in doorgroeien.' 'Het mooiste stukje van Montevideo is de Rambla, die in tegenstelling tot die in Barcelona wél langs het water loopt, de Rio de la Plata. Een prachtige plaats om te wandelen is dat. Voor de rest is Montevideo niet zo heel mooi. Je komt er niet het ene prachtige gebouw na het andere tegen, zoals in Italië. 'Montevideo is de enige grote stad van het land; de andere plaatsen zijn een stuk kleiner. Daar verloopt het leven ook trager en stiller. Colonia is ook wel nog een aanrader; die plaats heeft een mooi historisch centrum en van daar sta je met de ferry op een uur in Argentinië. In omgekeerde richting komen veel Argentijnen bij ons op vakantie in Maldonado. Dat is een duurdere plaats. Naast Argentijnen vind je daar ook veel Brazilianen, maar weinig Uruguayanen.' 'Wij zijn een klein land dat geprangd ligt tussen twee mastodonten. Daardoor gedragen we ons een stuk nederiger dan de Brazilianen en de Argentijnen. Als we tegen hen voetballen, zijn we altijd de underdog en zullen we niet vooraf toeteren dat wij gaan winnen. Als we het toch eens halen, is dat omdat we er hard voor zwoegen. Die knokkersmentaliteit hoort bij onze cultuur.' 'In mijn kindertijd supporterde ik voor Peñarol. De nummer tien én kapitein daar was Pablo Bengoechea. Met hem won Peñarol vijf keer op rij de Uruguayaanse titel. Maar onze beste voetballer aller tijden is toch Luis Suárez; hij maakte belangrijke goals op de WK's van 2010 en 2014. Nu speelt hij bij FC Barcelona, de grootste club ter wereld. Maar eerlijk gezegd was ik als kind niet zo in de ban van één specifieke speler uit Uruguay. Wel keek ik vaak naar Arsenal en Thierry Henry. Zijn stijl sprak me erg aan: hoe hij danste met de bal en hoe hij zijn lichaam en zijn linkervoet altijd mooi opende wanneer hij afwerkte, om de bal zo te plaatsen dat de keeper er niet bij kon.' 'In Uruguay is het de gewoonte om 's avonds pas om 21 u te eten, maar hier sluiten sommige restaurants op dat uur al de deuren. Nog vreemd voor mij is dat je hier 's zondags niet kunt shoppen. In Uruguay zijn de winkels zeven dagen op zeven open.'?