Aan derby's geen gebrek in Boedapest: vier clubs uit de Hongaarse hoofdstad, dat maakt twaalf burenduels. Aan de oevers van de Donau is er dus rivaliteit genoeg. Vier traditieclubs zijn het, die elk op hun beurt jarenlang de Hongaarse competitie domineerden, maar sinds 2008 vruchteloos een trofee proberen te behalen. De prijzen gaan tegenwoordig naar de provincie, naar clubs als Videoton, Debrecen of Györ. De hoofdstedelijke clubs hebben veel van hun pluimen gelaten, de laatste tien jaar wist alleen MTK (in 2008) de titel te pakken....

Aan derby's geen gebrek in Boedapest: vier clubs uit de Hongaarse hoofdstad, dat maakt twaalf burenduels. Aan de oevers van de Donau is er dus rivaliteit genoeg. Vier traditieclubs zijn het, die elk op hun beurt jarenlang de Hongaarse competitie domineerden, maar sinds 2008 vruchteloos een trofee proberen te behalen. De prijzen gaan tegenwoordig naar de provincie, naar clubs als Videoton, Debrecen of Györ. De hoofdstedelijke clubs hebben veel van hun pluimen gelaten, de laatste tien jaar wist alleen MTK (in 2008) de titel te pakken. Op dit moment zit Ferencváros, de populairste club van het land, tussen twee derby's: die van de passie, die ze wonnen tegen Újpest (2-1), en die van de historie, komend weekend tegen Honvéd. "De burenstrijd die voor het meeste aandacht en spanning zorgt, is die tussen Ferencváros en Újpest in het noordoosten. Het zijn gezworen vijanden", legt Mark Pecsi uit. Pecsi is nu journalist bij Sportklub TV, maar heeft een verleden als hooligan. "De derby tussen Ferencváros en Honvéd is minder gemediatiseerd. Vroeger was dat wel het geval, maar nu herinnert hij te veel aan de communistische periode." Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog, toen er drie clubs waren die de titels onderling verdeelden, werd Honvéd (letterlijk: de soldaten van het vaderland) gesticht op de restanten van de vereniging Kispest AC. Al snel sloten de beste spelers van die tijd zich bij Honvéd aan. Het is ook de glorietijd van het nationale elftal van Hongarije, een van de beste landenteams uit de geschiedenis. De sterkhouders van de 'Magische Magyaren' speelden allemaal voor Honvéd: Ferenc Puskás, József Bozsik, Sándor Kocsis, Zoltán Czibor... De rood-zwarten spelen op zes jaar tijd vijf keer kampioen (1950, 1951, 1952, 1954 en 1955). Maar in 1956 breekt de Hongaarse Opstand uit en een aantal spelers uit de ploeg van Honvéd, die op tournee is in Brussel, besluiten niet terug te keren en asiel te vragen in het Westen. Puskás bijvoorbeeld vindt zo onderdak bij Real Madrid. In de jaren tachtig komt Honvéd wel weer boven water, maar het moet de hegemonie overlaten aan Ferencváros, dat tijdens de Koude Oorlog anticommunistisch en nationalistisch was. Sinds de val van de Muur heerst er vooral rivaliteit tussen Ferencváros en Újpest, twee clubs die de naam dragen van stadsdelen van Boedapest. In de communistische periode werd Újpest gefinancierd door de politie en heette toen Boedapest Dózsa (waarmee het een uitzondering vormde, aangezien de andere 'Sovjetclubs' de naam Dinamo moesten dragen). De vierde club ten slotte, MTK Boedapest (ook wel MTK Hungária genoemd), vertegenwoordigde al altijd de Joodse gemeenschap in Boedapest. DOOR STÉPHANE VANDE VELDE