Onze taartjes

Fernando Canesin (27): 'Het was als de loterij winnen. Een computer pikte de naam van mijn ouders uit een lange lijst van mensen die zich hadden ingeschreven om een sociale woning te krijgen. Arm waren we niet, maar overschot hadden we ook niet.
...

Fernando Canesin (27): 'Het was als de loterij winnen. Een computer pikte de naam van mijn ouders uit een lange lijst van mensen die zich hadden ingeschreven om een sociale woning te krijgen. Arm waren we niet, maar overschot hadden we ook niet. 'Ons huisje stond in de stad Ribeirão Preto, vlak bij São Paulo, op maar vier uur rijden. We woonden in de wijk São José. Mijn vader werkte in een bakkerij. 's Nachts stond hij om twee uur op om te gaan werken. Soms vroeg zijn baas: ' Ayrton, maak eens 200 broden.' Dan deed hij dat. Maar hij zorgde ervoor dat dat zo snel mogelijk gedaan was, zodat hij kon doen wat hij het liefste deed: taartjes bakken. Meestal maakte hij er enkele extra die hij meebracht naar huis. Het is een wonder dat ik niet dik geworden ben. Mijn moeder werkte bij de stad. Zij vertrok 's ochtends om zes uur met mij op haar ene arm en mijn vier jaar oudere zus aan haar andere. Dan namen we twee bussen tot aan de school en daarna moest mijn moeder nog een derde nemen om op haar werk te geraken. 's Avonds nam ze opnieuw drie bussen.' 'Rond mijn elfde had mijn moeder ineens buikpijn. De dokter zei: 'Mevrouw, u bent zwanger.' Ze geraakte in paniek. Ze was al ouder dan veertig. Ook thuis was iedereen even in shock. Maar het was magnifiek toen dat derde kindje erbij kwam. Heel de familie hielp ons. Dat was ook nodig, want mijn moeder kreeg een postnatale depressie. Maar na enkele maanden en dankzij wat medicatie ging het beter. Mijn zus en ik hebben mijn moeder ook erg geholpen. 's Nachts stonden wij op als de kleine getroost moest worden. Ik viel zelfs een keer in de zetel in slaap met mijn broertje op mijn borst. Ook 's ochtends, als mijn moeder naar haar werk was, bleven mijn zus en ik bij de kleine; wij moesten pas in de namiddag naar school. Als wij weg waren, zorgde mijn vader voor ons broertje. 'Mijn vader is gestorven toen ik 17 was en hij 54. Hij heeft zo hard gewerkt in zijn leven, zo veel voor ons gedaan. Ik zei altijd: 'Papa, vanaf het moment dat ik mijn eerste profcontract teken, hoef jij niet meer te werken.' Dan klopte hij op mijn schouder en zei hij smalend: 'Rustig aan, jongen.' Uiteindelijk kreeg ik de kans niet meer om hem iets terug te geven. Daar blijf ik het moeilijk mee hebben. Nog heel vaak denk ik: dit had hij moeten meemaken. Maar dan houd ik dat voor mezelf, want mocht ik dat tegen mijn moeder zeggen, zou ik haar enkel doen wenen. Voor haar heb ik intussen een appartement gekocht. Ook zij heeft zo veel gedaan voor mij. Een appartement is niet eens genoeg. Ik ga haar nooit zo veel kunnen geven als ze verdient.' 'Een Braziliaanse voetballer qui a vraiment touché mes yeux, is Ronaldinho. De manier waarop hij de bal raakte, was buitengewoon.' 'In mei en juni, als wij vakantie hebben, is het winter in Brazilië. In Ribeirão Preto schommelt het kwik dan tussen 15 en 25 graden. Maar in het noordoosten van het land is het dan makkelijk 35 graden. Dus trekken mijn vrouw en ik graag naar een resort bij Fortaleza of Recife. De mensen zijn er heel gastvrij. We gingen er bijvoorbeeld eens naar Cumbuco, een klein strand in de buurt van Fortaleza. Voor vijf euro kon je daar prima eten. Als je er ooit geraakt, proef dan zeker eens een ijsje gemaakt op basis van açai ( inheemse bes, nvdr). Superlekker.' 'Ik droom ervan later in Ribeirão Preto te wonen. Ik wil daar graag een huis met een voetbalterreintje ernaast en een zandveldje om tennisvoetbal te spelen. Dat is erg populair in Brazilië. Ik vind het geweldig om dat in het tussenseizoen met vrienden te doen. Meestal spelen we vier à vijf uur. Daarna is er altijd een barbecue. Als ik zo'n huis wil, zullen we wel in een compound moeten wonen. Zulke huizen vind je niet in de stad; dat is te gevaarlijk. 'Maar als mijn vrouw en ik kinderen krijgen, vindt zij het beter om in Europa te blijven. Hier zijn de gezondheidszorg en het onderwijs veel beter. Ze heeft gelijk. Maar dan zou ik toch nog graag zo'n huis in Ribeirão Preto hebben, desnoods enkel om in vakanties naartoe te trekken.'