Een hele reeks evenementen zetten de honderdste verjaardag van Real Madrid luister bij, met als hoogtepunt : de wedstrijd die Real op 18 december 2002 speelt tegen een wereldelftal. Die dag wordt het Bernabeustadion het epicentrum van het wereldvoetbal : de Fifa heeft deze datum officieel tot Real Madrid-dag uitgeroepen, nergens in de wereld zal er die dag een voetbalwedstrijd gespeeld worden. Vertegenwoordigers van alle voetbalfederaties zullen uitgenodigd worden. En vedetten van vroeger en van nu zullen op het evenement aanwezig zijn.
...

Een hele reeks evenementen zetten de honderdste verjaardag van Real Madrid luister bij, met als hoogtepunt : de wedstrijd die Real op 18 december 2002 speelt tegen een wereldelftal. Die dag wordt het Bernabeustadion het epicentrum van het wereldvoetbal : de Fifa heeft deze datum officieel tot Real Madrid-dag uitgeroepen, nergens in de wereld zal er die dag een voetbalwedstrijd gespeeld worden. Vertegenwoordigers van alle voetbalfederaties zullen uitgenodigd worden. En vedetten van vroeger en van nu zullen op het evenement aanwezig zijn.Onder hen ook een Belg, Fernand Goyvaerts. Een uniek geval, te meer omdat hij één van het handvol spelers is dat ooit én voor Barcelona én voor Real speelde. De overige vier zijn Bernd Schuster, de Fransman Lucien Müller, Michael Laudrup en recent Luis Figo. Goyvaerts, 63 en sinds 1979 voetbalmakelaar, komt nog geregeld in Spanje. "Twee jaar geleden werd ik uitgenodigd op het honderdjarig bestaan van Barcelona. We waren met wel driehonderd spelers en trainers. Ik zag er ploegmaats terug, zoals Caetano Re, Alcides Silveira, Pereda, Lucien Müller... En enkele jaren geleden dronk ik op een feest dat georganiseerd was door supporters van Real in Molenbeek een glas met enkele sterren van mijn tijd : Gento, Pachin en Velasquez." In 1954, op zestienjarige leeftijd al, stond Goyvaerts in het eerste elftal van Club Brugge. Nadat hij in conflict was geraakt met trainer Norberto Höfling, tipte Bela Sarosi, de Hongaarse trainer van Beerschot, hem bij zijn landgenoot Laszlo Kubala. Die was bezig zijn carrière af te sluiten bij Barcelona. Goyvaerts : "Hij nodigde me uit voor een stage in Nou Camp. Brugge bood me dan een verbeterd contract aan : 40.000 frank per maand, zonder premies. Daarna wilden ze tien miljoen frank voor mijn transfer. De onderhandelingen duurden weken. Uiteindelijk ben ik voor drie miljoen voor drie jaar naar Barcelona gegaan. Ik zou één miljoen pesetas, zo'n 800.000 frank, per jaar verdienen, exlusief premies. Maar ik dacht : het leven in Spanje is goedkoop en aan de zijde van sterren als Sandor Kocsis kon ik nog groeien. Jammer genoeg overleed hij enkele maanden na mijn komst. Hij was erg ziek en pleegde zelfmoord door uit een raam te springen." Na nog even naar Brugge teruggekeerd te zijn om er te trouwen, vestigde Fernando zich in Barcelona. We schrijven 1962. Spaanse clubs mochten in die tijd slechts twee buitenlanders opstellen. Bij Barcelona waren dat Silveira en de Colombiaan Luis Cubilla. Goyvaerts : "Ik heb toen een aantal matchen vanuit de tribune gevolgd. Ik praatte met FC Genoa, maar ook Sporting Lissabon en AC Milaan waren geïnteresseerd. En Anderlecht. Het werd allemaal niets en op het einde van dat eerste seizoen speelde ik de terugmatch van de Beker voor Jaarbeurssteden tegen Valencia." Het seizoen 1963/64 kondigde zich als veelbelovend aan. Cubilla was immers weg en Kubala debuteerde als trainer. Goyvaerts : "Maar hij hield het niet lang vol. Zijn opvolger Cesar stelde me niet op. Ook hij werd ontslagen en met Sasot, die mijn stage had begeleid, beleefde ik mijn mooiste periode. Ik speelde twintig wedstrijden op rij en werd op het einde van dat seizoen uitgeroepen tot Beste Buitenlander in de Spaanse competitie." Maart 1965, tijdens zijn derde seizoen, benaderde Real Madrid hem via Juan Obol Pons, een manager die in Barcelona werkte. Goyvaerts : "Het had allemaal wat voeten in de aarde, maar mijn besluit stond vast : ik zou mijn kans gaan in Madrid. Bij Real bleef enkel Gento over van de historische ploeg van de jaren vijftig, Di Stefano was net vertrokken naar Espanyol Barcelona. Ik kwam in een jonge ploeg terecht met spelers als Velasquez, Grosso, Serena, Amancio, Sanchis en Pirri. Tijdens een basketbaltraining sloeg het noodlot toe. Menicus geraakt en zes maanden buiten strijd. Het seizoen was voorbij. Ik heb nog vriendschappelijk gespeeld tegen La Coruña en Inter Milaan, maar was helemaal niet fit om in 1966 in Brussel de finale van de Europacup voor Landskampioenen te spelen." Het seizoen 1966/67 begon voor Goyvaerts met last van een contractuur. "Ik probeerde dat te verbergen, maar Miguel Münoz had het gemerkt en zette me uit de ploeg. Ik herstelde, maar in een oefenduel tegen Chelsea herviel ik. Real stelde me nog een contract voor één jaar voor, maar ik voelde dat mijn Madrileense carrière daar stopte. Ik speelde slechts vijf officiële wedstrijden, waarin ik wel vier doelpunten maakte. Het is erg om te zeggen, maar Real was een ramp voor mij. Mijn band met Barcelona is dan ook altijd sterker gebleven dan die met Madrid." Na twee jaar Madrid speelde Goyvaerts nog een seizoen voor Elche. Met Di Stefano als trainer. (HG)