Na een tweede hersenbloeding in negen maanden stierf Fernand Goyvaerts vorige week maandag aan de gevolgen ervan. Zijn dood kwam niettemin onverwacht. Net zoals het onvoorspelbare paste het bij deze vroeger technisch zo hoogbegaafde aanvaller die een siddering door het stadion liet gaan vanaf het moment dat hij de bal beroerde. Goyvaerts zocht dan nooit naar de gemakkelijkste oplossing. Hij goochelde, soleerde, flitste en vernederde zijn tegenstanders. Zijn favoriete beweging : iemand dribbelen, dan terugkeren en dezelfde man nog eens de bal tussen de benen spelen.
...

Na een tweede hersenbloeding in negen maanden stierf Fernand Goyvaerts vorige week maandag aan de gevolgen ervan. Zijn dood kwam niettemin onverwacht. Net zoals het onvoorspelbare paste het bij deze vroeger technisch zo hoogbegaafde aanvaller die een siddering door het stadion liet gaan vanaf het moment dat hij de bal beroerde. Goyvaerts zocht dan nooit naar de gemakkelijkste oplossing. Hij goochelde, soleerde, flitste en vernederde zijn tegenstanders. Zijn favoriete beweging : iemand dribbelen, dan terugkeren en dezelfde man nog eens de bal tussen de benen spelen. Fernand Goyvaerts (24 oktober 1938) aanzag zichzelf als een acteur. Hij vond de dribbels die hij deed zelf uit, hij perfectioneerde zijn bewegingen op het strand van zijn woonplaats Heist en versterkte de spieren door in het mulle zand te lopen. Daar werkte hij ook aan zijn fenomenale startsnelheid. Goyvaerts debuteerde in 1955, op zijn zestiende, in de hoofdmacht van Club Brugge. Al heel vlug spraken de kranten lyrisch over de kleine aanvaller. Door zijn artistieke invallen groeide Goyvaerts uit tot de lieveling van het publiek. Zoals zoveel vedetten liep hij niet gemakkelijk in het gareel. Vanaf het moment dat de legendarische Roemeen Norberto Höfling in 1957 als trainer bij blauw-zwart arriveerde, zouden beiden vijf jaar lang geregeld met elkaar in de clinch gaan. Toen Goyvaerts na een competitiewedstrijd op Anderlecht voor vier weken werd geschorst omdat hij de behoudende opstelling van de trainer had gehekeld, was het hek pas goed van de dam : Goyvaerts verkocht Höfling een klap en die begon vervolgens wild te stampen. Binnen de kortste keren lag de trainer geveld op de grond. Goyvaerts liet zien dat hij vroeger nog lessen in het boksen had gevolgd, hij was een volleerd pugilist. Het bleek het breekpunt in de relatie tussen Club Brugge en zijn nukkige aanvaller. Goyvaerts maakte het seizoen af bij de invallers en trok medio 1962 op avontuur naar Spanje. De inmiddels tot Fernando omgedoopte aanvaller belandde eerst bij Barcelona waar hij na aanvankelijke adaptatieproblemen in zijn derde seizoen tot de beste buitenlander in de Spaanse competitie werd verkozen. Vervolgens werd hij door Real Madrid gecontracteerd, waar blessures hem verhinderden door te breken. Hij belandde nog bij Elche waar het vroegere Madrileense boegbeeld Alfredo Di Stefano, die inmiddels trainer was bij deze club, hem ten koste van alles wilde. Later versaste Goyvaerts nog naar het Franse Nice, om vervolgens terug te keren naar Brugge. Niet bij Club maar bij Cercle. Lokeren, Lauwe en RC Doornik waren de laatste etappes in een rijke spelerscarrière. Fernand Goyvaerts, die acht keer voor de nationale ploeg uitkwam, is altijd een buitenbeentje gebleven. Hij probeerde het even als trainer en werkte onder meer met de jeugd van Lauwe, waar hij Lorenzo Staelens mee hielp vormen. Goyvaerts had zijn eigen ideeën over het vak : hij werkte niet op statische techniek maar op techniek in beweging. Hij vormde zoveel mogelijk kleine groepen, hij hamerde op afwisseling in het spel, traag en snel, zoals hij dat vroeger zelf deed. En hij ergerde er zich aan dat er in het voetbal veel te weinig werd gewerkt op individuele onderdelen. Na zijn carrière als trainer werd Fernand Goyvaerts in 1979 makelaar. Hij werkte hard maar genoot van het leven. En hij diepte graag sterke verhalen op van vroeger. Zoals die ene keer toen hij voor de tribune een bal op zijn nek liet vallen. Of zoals een andere keer toen hij de bal tussen de voeten klemde en over zijn tegenstander sprong. Hij lachte luid toen hij die anekdotes oprakelde. Fernand Goyvaerts was een natuurtalent, een vat vol schijnbewegingen. Zo zal hij ook de geschiedenis ingaan : als een entertainer die steeds weer aan de wedstrijd begon met het idee het publiek iets te laten zien. En die nooit begreep dat voetballers zich nu zo gemakkelijk laten verstrikken in de weefsels van een tactisch spinnenweb. door Jacques SysGoyvaerts was een acteur op het veld.