Voor het eerst sinds mensenheugenis was AA Gent na een gelijkspel thuis tegen Club Brugge ontgoocheld met slechts één punt. Het tekent de euforie waarin de Gentse aanhang leeft. Want doorgaans wint Club in het Ottenstadion. Slechts twee keer in de voorbije tien jaar zegevierde de thuisploeg, één keer pakte het een punt.
...

Voor het eerst sinds mensenheugenis was AA Gent na een gelijkspel thuis tegen Club Brugge ontgoocheld met slechts één punt. Het tekent de euforie waarin de Gentse aanhang leeft. Want doorgaans wint Club in het Ottenstadion. Slechts twee keer in de voorbije tien jaar zegevierde de thuisploeg, één keer pakte het een punt. Vorig jaar hielp Mbark Boussoufa Gent in negentig minuten af van het Clubcomplex waarmee de blauw-witten al een paar decennia lang rondlopen. Boussoufa is er niet meer - zondag kwam hij nog de aftrap geven- maar zijn geest is in Gentbrugge blijven hangen. Daardoor startte Gent voor het eerst in 25 jaar tegen Club niet als underdog, maar als favoriet. Dat Club tevreden was met het scoreloos gelijkspel, zegt alles over de gewijzigde machtsverhoudingen dit seizoen. Maakt Gent zijn loepzuivere kansen af, wint het de partij enthousiast gebikkel. Fier benadrukte trainer Georges Leekens dat zijn spelers goed gepresteerd hadden onder de verhoogde druk. Dat is misschien nog het meest opvallende bij de Buffalo's : Gent pakt niet alleen veel punten, het voetbalt minstens even goed als Genk en Anderlecht. Leekens heet de man te zijn van de lange ballen, van grote, sterke, kopbalsterke spelers die vooral op stilstaande fases het verschil maken, maar dit seizoen toont zijn team dat het veel meer kan. Met zo veel voetballend vermogen op het middenveld ( Christophe Grégoire, Davy De Beule, Alin Stoica en de altijd simpel spelende Nebosja Pavlovic) zou het wel gek zijn om de hele tijd de lange bal te hanteren. Niet dat het dat niet kan : met Dominic Foley beschikt het voorin over de perfecte targetman, maar het huidige team beschikt over zo veel troeven dat de lange bal maar een van de vele opties is. Wie of wat maakt Gent sterk ? Stellen dat Adekanmi Olufade Gent sterk maakt, is te simpel, vindt analist én Gentenaar Wim De Coninck. Hij wijst naar de trainer : "Georges Leekens maakt Gent sterk. Na elke goal sprong Boussoufa in zijn armen. Olufade noemt Leekens zijn vader. Die mannen doen dat niet om hem plezier te doen, niet telkens weer. Na het vertrek van de twee beste spelers, Boussoufa en Vrancken dacht je : die boot zinkt. Maar over die twee wordt niet eens meer gesproken. Lokeren en Charleroi konden Olufade binnenhalen, maar twijfelden : was die na een verblijf in Arabië nog vooruit te krijgen ? Leekens pakt hem wél, Gent zal straks veel geld voor hem vangen. Leekens haalt ook Stoica binnen. Je moet het maar doen, Stoica binnenpakken en hem twee maanden bij de invallers laten spelen. Grégoire wordt nu bejubeld als man met de meeste assists, maar bij Anderlecht mocht hij niet eens mee doen." Bij elke transferperiode stijgt de sportieve kwaliteit van het team. Van de kern waarmee Leekens bij zijn komst in 2004/05 aan de slag ging, blijven nog slechts vier spelers over. Twee van hen (doelman Frédéric Herpoel, verdediger Nicolas Lombaerts) kwamen zondag aan de aftrap. Stephen Laybutt en Sandy Martens zaten tegen Club niet in de kern. Toch ziet De Coninck in Gent geen titelkandidaat : "Als iemand roept dat Gent voor de titel gaat, zegt Leekens dat die persoon gedronken heeft. Maar zulke uitspraken komen hem goed uit. Eigenlijk wil hij wel kampioen worden, denk ik. Ik zie ze geen kampioen worden, maar wel mee doen tot het eind, de anderen ongelooflijk ambeteren. De matchen die ze moeten winnen, winnen ze. Op de matchen van Gent kan je met een gerust hart je geld inzetten. Ik zou als trainer niet graag na Leekens komen in Gent." Voor het eerst was al twee weken voor de aftrap tegen Club het Jules Ottenstadion uitverkocht. Eerder had Gent al drie keer een uitverkocht stadion onder het bewind van Ivan De Witte : vijf jaar geleden tegen Anderlecht, vorig jaar tegen Club én Anderlecht. Toen gingen de laatste kaarten pas een paar dagen voor de aftrap de deur uit, legt commercieel directeur Patrick Lips het verschil uit : "Toen hadden we met een grotere capaciteit een paar honderd extra tickets kunnen verkopen, nu 3000 tot 4000 !" Toen Lips veertien jaar geleden bij Gent arriveerde, waren er slechts 2180 abonnees : "Veel te weinig voor zo'n stad. Nu zijn dat er 6000." Dat is veel minder dan de 22.000 jaarkaarten van Club Brugge in een stad die qua bevolkingsaantal slechts half zo groot is als Gent (117.000 tegen 233.000). Omdat bij die 22.000 veel Gentenaren zitten, is de match tegen Club voor de doorsnee Gentsupporter dé match van het jaar. "Het is belangrijker dat Club geklopt wordt dan Anderlecht", zegt Lips. Toen Club in de jaren zeventig zijn grote successen behaalde en die uitvergroot zag op tv, terwijl AA Gent van 1971 tot 1981 wegdeemsterde in de tweede en zelfs de derde klasse, trokken veel Gentenaars massaal naar Brugge om niet meer terug te keren. "Daarom is hier zo veel nijd," zegt Lips, "omdat zo veel Jannen met de pet hier om de veertien dagen naar Brugge gaan, meer dan naar Anderlecht." Die 10.000 Oost-Vlaamse Clubabonnees terugwinnen, is een onmogelijke opgave. "Er is maar één weg : supporters kweken. Veel jongeren identificeren zich met succesvolle teams. Daarom kozen ze in het verleden voor Club. Als wij bovenaan meespelen, verandert dat." Stap voor stap bindt AA Gent jonge fans aan zich, via gerichte acties. Lips : "Dit jaar zagen we op de nieuwjaarsreceptie van de supportersfederatie voor het eerst veel jonge mensen. Vroeger was dat een vergadering met oudere mannen, kon je van tevoren opschrijven wie je er allemaal zou zien. Dat verandert. Nu gaan de spelers bij elke thuiswedstrijd eerst de jongeren op de jeugdtribune groeten. Georges heeft daarvoor gezorgd. Hij weet : van die mannen zullen we het moeten hebben."Als het Gentse stadion er zoals verwacht eerder staat dan dat van Club, zegt Lips, "zullen ze zich in Brugge moeten reppen. De uitdaging ligt bij hen." Gent boert goed : "Weet je dat we vorig jaar winst maakten ? Dat heeft Ivan De Witte hier toch maar mooi klaargestoomd." Wim De Coninck voelt in Gent de frustratie omslaan in fierheid : "Gentsupporters zijn vooral anti-Bruggesupporters. Omdat Gent een grotere stad is, terwijl Brugge, 'die boeren', zoals men ze in Gent noemt, beter was op voetbalvlak. Een gebrek aan palmares was Gents handicap om, net als Brugge supporters van buiten Gent aan zich te binden. Dat verandert stilaan. In Brugge beseffen ze dat Gent een gevaar aan het worden is voor Club. Toch straf wat ze presteren : tegelijk schulden afbetalen en meedoen voor de titel."GEERT FOUTRé