Koud was de douche bij vele Belgen, toen David Goffin in de tweede ronde van de Australian Open werd uitgeschakeld door de Franse veteraan Julien Benneteau. Hoezo? Goffin was toch finalerijp na zijn sterke Masters en Daviscup?
...

Koud was de douche bij vele Belgen, toen David Goffin in de tweede ronde van de Australian Open werd uitgeschakeld door de Franse veteraan Julien Benneteau. Hoezo? Goffin was toch finalerijp na zijn sterke Masters en Daviscup? Voor alle duidelijkheid: we gunnen onze landgenoot alle (tennis)geluk van de wereld. We hebben wél leedvermaak met alle Belgische volgers en kenners die zoals gewoonlijk weer totaal doorsloegen in hun prognoses wat de kansen van onze landgenoot in Melbourne betrof. Na de loting titelde Het Nieuwsblad zelfs: 'Goffin treft Federer in kwartfinales'. Alsof het al een feit was. Alsof er met Del Potro of Berdych in ronde 4 wel eventjes simpel ging afgerekend worden. De échte toppers heten Federer, Nadal en Djokovic. Die heren hebben alle drie al 12 of meer grandslams gewonnen en hebben de sport mee groot gemaakt. Daaronder heb je Murray, Wawrinka, Cilic en Del Potro, die al meer dan hun strepen verdiend hebben. En nóg eens daaronder heb je een handvol jonge talenten à la Dimitrov, Thiem, Zverev en Goffin. Maar als we de Belgische kranten er de jongste weken en maanden op nasloegen - het woord 'wereldtopper' viel meermaals - leek het wel of Goffin tot die eerste categorie behoorde. De realiteit is echter dat Goffin nog nooit een halve finale haalde op een grandslam. Enige terughoudendheid en realisme zijn dan wel op hun plaats. Nogmaals, dit is geen kritiek op Goffin zelf. Hij werd méér dan verdiend Sportman van het Jaar. In één en hetzelfde jaar achtereenvolgens Djokovic, Nadal én Federer kloppen is een unieke prestatie. De Luikenaar kan het ook niet helpen dat onze media van God los zijn als het over landgenoten gaat. Wij noemen het smalend het Kevin DeBruyne-syndroom. Hoe King Kev de afgelopen maanden met lof is overladen door gans België was om ongemakkelijk van te worden. Kranten, websites, analistenpanels... Geen enkele superlatief was goed genoeg om de prestaties van KDB te beschrijven. Dat hij bij de nationale ploeg de ene na de andere non-prestatie aan elkaar reeg, mocht vooral niet luidop gezegd worden. Wij Belgen horen toch zo graag welke lieve en mooie woorden anderen over ons te vertellen hebben. Die drang naar bevestiging is typisch Belgisch. Geef Sammy Neyrinck een micro en hij zoekt Lewis Hamilton op om te weten wat hij over Stoffel Vandoorne denkt. 'Lewis, what do you think about Stoffel Vandoorne?' Waarna Hamilton denkt: 'Daar heb je die Belg weer...' Hij mompelt dat het een jonge piloot is met veel talent, waarop redacties dat overnemen en er een artikel over schrijven. In Rio voor aanvang van het WK 2014 ging men zelfs met foto's van Belgische spelers Copacabana af om te vragen wie de Brazilianen allemaal herkenden van onze spelers. Wat voor gekkigheid is dat allemaal? Als Neymar zegt dat de Rode Duivels een outsider zijn voor het WK, is dat zelfs een hoofdpunt in Het Journaal. Diego Maradona mag na de WK-loting Rusland niet verlaten vooraleer hij een woordje over 'onze jongens' heeft verteld. Waarom is een nuchtere kijk over een landgenoot zo moeilijk? Waarom altijd zo ophemelen? Is het zo moeilijk om gewoon eens normaal te doen wanneer De Bruyne een mooie pass geeft tegen Bournemouth, wanneer Dries Mertens scoort in Benevento en wanneer Goffin op de Masters wint van een mankende Nadal die nog niet over de helft van zijn capaciteiten beschikt wegens een opspelende knie? Dat objectieve verslaggeving het moge winnen van de sensatiejournalistiek.