Als komend weekend in Silverstone de grand prix van Engeland wordt gereden, is het seizoen halverwege. Tijd voor tussentijdse impressies dus. Daarbij schuift onze blik voor een keertje niet naar de voorhoede. Het is immers opvallend hoe moeilijk de kleine teams het dit seizoen hebben. Of het nu gaat om Virgin Racing, HRT F1 of Lotus, de nieuwkomers doen nog altijd wat ze dik drie maanden geleden deden in de openingsrace: zwalpen.
...

Als komend weekend in Silverstone de grand prix van Engeland wordt gereden, is het seizoen halverwege. Tijd voor tussentijdse impressies dus. Daarbij schuift onze blik voor een keertje niet naar de voorhoede. Het is immers opvallend hoe moeilijk de kleine teams het dit seizoen hebben. Of het nu gaat om Virgin Racing, HRT F1 of Lotus, de nieuwkomers doen nog altijd wat ze dik drie maanden geleden deden in de openingsrace: zwalpen. Natuurlijk heeft dat weer alles te maken met geld. Toen de F1 getroffen werd door de economische crisis en het ernaar uitzag dat een paar grote constructeurs met stille trom zouden verdwijnen, werd het deelnemersveld opengesteld voor nieuwe teams. De vacatures bleken een succes: er waren meer kandidaten dan in te nemen plaatsen. De voorwaarden waren dan ook heel aantrekkelijk: er zou nu snel een maximumbudget komen van pakweg 40 miljoen euro voor de teams, zodat de kansen al veel meer genivelleerd zouden worden. Zonder bodemloze geldkoffers, zoals teams als Ferrari of McLaren die jarenlang gretig gebruikten, zou er immers ook geen technologische wapenwedloop meer mogelijk zijn. Temeer omdat er plannen waren om de auto's technologisch te bevriezen, zodra het seizoen begonnen was. Met een beetje chassis en een betaalbare motor zou iedereen dus wel Formule 1 kunnen rijden. Ondertussen ziet het plaatje er natuurlijk helemaal anders uit. Over de budget cap wordt op haast mysterieuze wijze niet meer gepraat in de omgeving van de regelgevers, terwijl het technische bevriesplan maar niet uit de koelkast raakt. Integendeel: de technologische oorlog is weer goed opgelaaid. Uiteraard kunnen de nieuwe teams niet volgen: van veelbesproken nieuwigheden als de F-Duct, die aerodynamische leiding die de luchtstroom over de achtervleugel optimaliseert, of de zeer lage uitlaten die warme uitlaatgassen in de diffuser spuwen en zo de wegligging gevoelig verbeteren, is bij de kleine nieuwkomers geen sprake. Die moeten toezien hoe de teams met het grote geld de kloof nog uitdiepen, want de ingenieuze (en peperdure) vondsten van respectievelijk McLaren en Red Bull systematisch kopiëren. Voor de bemiddelde jongens als Tony Fernandes (Lotus), Richard Branson (Virgin) of José Ramón Carabantes (HRT) begint het dus te dagen dat de keuze heel eenvoudig is: blijven zwalpen of maar eens aanvaarden dat die Formule 1 dan toch een financiële strop is, en dus veel meer geld dan begroot in het avontuur stoppen. Dat laatste doet Richard Branson van Virgin dus niet: hij besliste van bij het begin dat de Formule 1 zijn eigen bedrijf maar 4,5 miljoen dollar mocht kosten en haalt geen euro meer van de bank. Branson is immers een intelligent mens. Hij heeft natuurlijk al lang door dat die nieuwe teams alleen maar naar de slangenkuil werden gelokt om een figurantenrol te spelen op een startgrid die er zonder hen wat al te beperkt had uitgezien.