J érôme Efong Nzolo (29, Efong is de naam van zijn grootvader) kwam vanuit Gabon naar België om zijn hogere studies af te ronden. "Een kans die ik van de Gabonese overheid kreeg omdat ik in 1994 voor mijn eindexamens in het middelbare onderwijs met grote onderscheiding slaagde. Medestudenten van me kwamen terecht in de Verenigde Staten, Canada en Duitsland. Ik werd naar België gezonden. Het is dus zeker niet zo dat ik dit land als mijn droombestemming zag. In september 1995 belandde ik aan de Université de Travail in Charleroi. Ik plande om na mijn studies terug te keren naar Gabon, maar dankzij de aangename omgang met de Belgische bevolking kwam ik tot inkeer. Sinds 18 februari ben ik Belg. Ik werk momenteel in Brussel, waar ik me bezighoud met jongeren met allerlei problemen, gaande van familiale perikels tot delinquentie. Ik kocht een huis in Jumet. Ik heb me hier dus al aardig gesetteld. Elke zomervakantie bezoek ik in Gabon mijn familie."
...

J érôme Efong Nzolo (29, Efong is de naam van zijn grootvader) kwam vanuit Gabon naar België om zijn hogere studies af te ronden. "Een kans die ik van de Gabonese overheid kreeg omdat ik in 1994 voor mijn eindexamens in het middelbare onderwijs met grote onderscheiding slaagde. Medestudenten van me kwamen terecht in de Verenigde Staten, Canada en Duitsland. Ik werd naar België gezonden. Het is dus zeker niet zo dat ik dit land als mijn droombestemming zag. In september 1995 belandde ik aan de Université de Travail in Charleroi. Ik plande om na mijn studies terug te keren naar Gabon, maar dankzij de aangename omgang met de Belgische bevolking kwam ik tot inkeer. Sinds 18 februari ben ik Belg. Ik werk momenteel in Brussel, waar ik me bezighoud met jongeren met allerlei problemen, gaande van familiale perikels tot delinquentie. Ik kocht een huis in Jumet. Ik heb me hier dus al aardig gesetteld. Elke zomervakantie bezoek ik in Gabon mijn familie." Jérôme Efong Nzolo : "Ik was al scheidsrechter in Gabon. Tot mijn dertiende speelde ik zelf voetbal. Helaas raakte ik zwaar geblesseerd : gedurende twee maanden lag ik in het ziekenhuis. Mijn vader stelde me voor de keuze : ofwel speelde ik verder voetbal, ofwel maakte ik mijn school af. Hij vond het niet fijn dat ik door mijn blessure zoveel achterstand opliep op school. Ik besloot dan maar om het voetbal te vergeten. Maar dat lukte me niet, vandaar mijn interesse om te gaan scheidsrechteren. In België moest ik helemaal onderaan de ladder beginnen, bij de miniemen. Op acht jaar tijd ben ik van de jeugd doorgestoten naar derde nationale." "Moeilijke vraag, maar nu ik erover nadenk : gedeeltelijk wel. Ik vind België over het algemeen een zalig land om in te wonen. Overal waar ik kwam, ontstonden vlotte contacten, zowel op school met vrienden als in het voetbal met spelers en bestuurders. Toch denk ik niet dat ik nu nog in België zou zijn, als ik me hier niet bewezen had in de scheidsrechterswereld. Mijn ouders, net als mijn andere familieleden in Gabon, zijn heel trots op mijn prestaties als scheidsrechter.""Soms was het heel moeilijk. Tijdens mijn eerste maanden hier belde ik wekelijks naar mijn ouders in Gabon om te jammeren dat het maar niet wilde lukken in België. Ik had het koud, ik kwam hier in putje winter aan, de lessen begonnen 's ochtends in alle donkerte en als ik thuiskwam, begon het weer te schemeren. Was ik niet in de les, dan lag ik wel in mijn bed om te slapen. Ik kwam er niet toe om mijn schoolwerk te maken. In januari begon ik als scheidsrechter en dat betekende eigenlijk een ommekeer voor mij.""Vanaf de eerste dag amuseerde ik me. Ik fluit altijd met de glimlach. Ik ondervond nog nooit noemenswaardige problemen. Supporters van bepaalde ploegen in vierde provinciale riepen wel eens lelijke dingen naar me. 'Ga terug naar Kongo.' Maar dat vatte ik met humor op en antwoordde : Moi, je suis Gabonais." "Er zijn meerdere factoren : naast kwaliteiten moet je zeker ook het nodige geluk hebben. Als je het niet kan, word je geen topper. Maar ik geef grif toe dat het geluk vaak aan mijn kant stond. Vierde klasse is cruciaal in je evolutie als scheidsrechter, als je daar niet doorbreekt, wordt het heel moeilijk. In mijn eerste seizoen in vierde klasse kreeg ik vier keer controle en vier keer floot ik een erg goede wedstrijd. Maar ik leidde in dat jaar ook mindere wedstrijden, waarop niemand van de controlecommissie aanwezig was.""Mijn doel was om naar tweede klasse te promoveren. Dat lukte, volgend seizoen is het zover. Nu kan ik misschien dromen van eerste klasse. Je merkt duidelijk een verschil tussen de verschillende categorieën. Hoe hoger het niveau, hoe sneller de bal rondgespeeld wordt. Dat maakt mijn opdracht als scheidsrechter niet noodzakelijk moeilijker, want hoe hoger het niveau, hoe beter je als scheidsrechter kunt anticiperen op het voetbal dat gespeeld wordt.""Met Afrikaanse spelers praat ik veel. Als ze het moeilijk hebben op het terrein en ze weten dat ik de wedstrijd leid, dan stelt hen dat meer op hun gemak. Ze kunnen mij moeilijk een racist noemen, hé ? ( Lacht.)" "De voetbalbond houdt daar allicht rekening mee, maar zonder kwaliteiten stond ik vandaag niet in derde klasse. Je kan niet denken : ik ben hier de enige zwarte, ze hebben mij nodig en dus laten ze me wel promoveren. Nee, zo werkt het niet. Je moet er altijd voor blijven vechten. Maar er zijn van die kleine dingen waaraan je kan merken dat de voetbalbond graag een zwarte scheidsrechter in zijn rangen telt. Bijvoorbeeld : toen er twee jaar geleden een defilé werd georganiseerd voor een nieuwe scheidsrechtersoutfit, vroegen ze mij om samen met Peter Vervecken en Serge Gumienny model te staan. Ik, als scheidsrechter in vierde klasse, naast twee gevestigde waarden in eerste : dat kon geen toeval zijn." "Als een speler een rode kaart verdient, dan zal ik hem die geven. Maar het is de manier waarop, die bepalend is : ik zal nooit boos op hem aflopen en ostentatief met die kaart voor zijn neus staan zwaaien. Nee, ik loop naar hem toe en leg hem op een vriendelijke manier uit waarom hij die kaart verdiende.""Ik sta nu al op de drempel van de gemediatiseerde voetbalwereld. Ben ik nu nerveuzer ? De grensrechters vragen me het vaak voor een wedstrijd. Ik antwoord hen dat ik helemaal niét nerveus ben voor een wedstrijd. Camera's of niet : het belangrijkste blijft mijn taak om een wedstrijd op een degelijke manier te leiden. Ik ben wél gemotiveerder voor een wedstrijd met veel toeschouwers. Er moet ambiance zijn. Dat vind ik ideaal om te fluiten. Maar camera's, daar let ik nog niet eens op.""De spelers zelf zouden het wel willen. De vraag stelt zich steeds meer of het niet nodig is om de technologie een helpende hand te laten bieden, omdat geld steeds belangrijker wordt in het voetbal. Tests in Italië met twee scheidsrechters, op elke speelhelft één, draaiden uit op een flop. De dag dat ze technische hulpmiddelen toelaten, zullen de spelers om de vijf minuten vragen om de beelden te mogen bekijken. Een verkeerde beslissing over een inworp zal aanleiding geven tot het raadplegen van televisiebeelden. Voor mij blijft voetbal een spel, voor anderen wint het steeds aan belang, zodat de scheidsrechter het recht ontnomen wordt om fouten te maken.""Dit seizoen moest ik voor het eerst in de provincie Antwerpen fluiten, in Berchem. Ik moet toegeven dat ik wel wat nerveus was, omdat Antwerpen een heel speciale stad is. Het Vlaams Blok is er enorm populair, ik vroeg me dan ook af hoe de supporters mij zouden ontvangen. Na de wedstrijd verliet ik met de wagen het stadion. Aan de poort stond een massa supporters met geel-zwarte vlaggen, ze applaudisseerden en zongen in koor : 'Jérôme, Jérôme, Jérôme...' Dat heeft me enorm geraakt. Als de zaken zo blijven lopen als nu, ga ik nog veel plezier beleven in mijn carrière."door Wannes Heirman'Ik zal nooit ostentatief met een rode kaart staan zwaaien.''Er moet ambiance zijn. Dat vind ik ideaal om te fluiten.'