Uitgerekend dag op dag twee jaar geleden stortte voor de Fransen de hemel in. In eigen land had Didier DeschampsLes Bleus naar de finale van het EK geloodst. Hij had de Fransen ook verzoend met hun nationale ploeg. Voor een stuk tenminste, want niet iedereen was altijd tevreden met wat ze brachten. Maar we herinneren ons nog levendig de explosie van vreugde in Marseille, toen Duitsland in de halve finale voor de bijl ging. Een beter Duitsland, dominant in het spel, wervelend zelfs, heel anders dan het Duitsland dat we hier zagen. Maar ze beten toen hun tanden stuk op de solide Franse defensie. In de finale was het omgekeerd, bakten de Portugezen de Fransen een koekje van eigen deeg. Het werd een lelijke match, beslist door een doelpunt in de verlengingen, een afstandsschot van Eder, op dat moment in dienst van Lille OSC.
...

Uitgerekend dag op dag twee jaar geleden stortte voor de Fransen de hemel in. In eigen land had Didier DeschampsLes Bleus naar de finale van het EK geloodst. Hij had de Fransen ook verzoend met hun nationale ploeg. Voor een stuk tenminste, want niet iedereen was altijd tevreden met wat ze brachten. Maar we herinneren ons nog levendig de explosie van vreugde in Marseille, toen Duitsland in de halve finale voor de bijl ging. Een beter Duitsland, dominant in het spel, wervelend zelfs, heel anders dan het Duitsland dat we hier zagen. Maar ze beten toen hun tanden stuk op de solide Franse defensie. In de finale was het omgekeerd, bakten de Portugezen de Fransen een koekje van eigen deeg. Het werd een lelijke match, beslist door een doelpunt in de verlengingen, een afstandsschot van Eder, op dat moment in dienst van Lille OSC. Helaas herhaalt de geschiedenis zich slechts ten dele. Twee jaar na die finale kon een andere voetballer van Lille Les Bleus niet de blues bezorgen zoals hij dat vijf dagen eerder met de Seleção had gedaan. Hij wroette nochtans dat het niet mooi was, speelde dieper teruggetrokken dan in andere wedstrijden, maar tegen Fort Frankrijk vond Eden Hazard nooit de sleutel om de wedstrijd in het voordeel van de Belgen te doen kantelen. Net als de Duitsers twee jaar geleden beet ook België in het zand. Opnieuw maakte Didier Deschamps er geen mooie match van, van die halve eindstrijd met de finale als inzet. Zo diep in het tornooi telt alleen kwalificatie, niet het oog. Zijn resultaten met Frankrijk zijn top, op het EK de finale en nu op het WK ook weer, maar de manier waarop blijft voor kritiek vatbaar. Puristen zullen hem nooit omarmen, zoals ze dat met Zinédine Zidane, Pep Guardiola of - wat ons betreft - Roberto Martínez doen. Deschamps is als coach de speler die hij ook was: een tactisch sterke regelaar die de kwaliteiten van zijn spelers uitstekend doorgrondt, en de tegenstander heel goed analyseert. Dus gaf hij de Belgen dinsdag amper ruimte en gaf hij zijn eigen team ook amper de bal. Rekenen doet Deschamps op de counter. Mooi om te zien is dat soms, de manier waarop ze razendsnel omschakelen. Maar meestal is het frustrerend, met mannen als Olivier Giroud of Antoine Griezmann als werkpaarden. Maar omgekeerd: eigenlijk deed Martínez het ook, hij schakelde zo Brazilië uit, en eerder Japan, dat harakiri pleegde door open te gaan in een poging om de wedstrijd naar zich toe te trekken en zo op een counter liep. Dit WK is het WK van de spelhervattingen - de Engelsen raakten er ver mee, de Fransen ook - én van de transitie, de snelle omschakeling. Een WK waarin ook kracht en atletisch vermogen het haalt op het technische (al zijn de Fransen wel degelijk sterk in de balbeheersing), en balbezit niet langer heilig is. De Belgen hadden dinsdagavond 64 procent van de tijd de bal. Ze verloren. Argentinië overkwam het eerder tegen Frankrijk ook. In de knock-outfase was Frankrijk alleen tegen Uruguay zeer dominant. Didier Deschamps is niet geliefd in eigen land, voor zijn manier van voetballen. Maar wat je de man wel moet aangeven: zijn aanloop naar het tornooi was nooit rustig en toch houdt hij in alles het hoofd koel. Twee jaar geleden was er de affaire Benzema, nu waren er de herschikkingen die hij moest doen in zijn verdediging. Een maand voor het tornooi leken dat op de flanken Djibril Sidibé en Benjamin Mendy te zullen worden en Laurent Koscielny centraal achterin. Die laatste scheurde zijn achillespees, de twee anderen zagen jongens als Lucas Hernández en Benjamin Pavard hun plaats innemen. Met de rest kan je naar de oorlog. Er kan worden gelachen met de aanvallende kwaliteiten van Giroud, maar hij werkt als een beest. Idem met Griezmann, die geen tornooi speelt zoals op het EK, althans niet in de cijfers, maar wel goud in de voeten heeft in het aanbrengen van de goals. Assist voor Corentin Tolisso en Raphaël Varane in de kwartfinale tegen Uruguay, eentje voor SamuelUmtiti in de halve finale tegen de Rode Duivels. Dat het tegen Frankrijk misschien nog moeilijker zou worden dan tegen Brazilië wisten de Rode Duivels vooraf. Brazilië heeft individueel veel meer aanvallend talent, maar daar konden de Belgen wat groepsgevoel en organisatie tegenover stellen. En counterkwaliteiten door tactisch te verrassen. Na de bijna-uitschakeling tegen Japan was er in het Belgische kamp veel gepraat en geanalyseerd, en een en ander leidde tot een andere aanpak. In balbezit nog steeds drie man achterin, in balverlies vier. Met Marouane Fellaini in de ploeg, om wat meer kracht te hebben, met Kevin De Bruyne een rij hoger, om daar snelheid te brengen. Lukaku werd weggetrokken uit het centrum en bleek makkelijker aanspeelbaar dan tegen Frankrijk, waar hij beukte met Varane en Umtiti. De Bruyne liep tegen de Brazilianen tussen de lijnen vrolijk passes uit te delen, en kon scoren, maar dat was tegen Frankrijk al veel moeilijker. Vrijdag was Hazard op links ongrijpbaar en, zeker voor de rust, speelde hij misschien wel zijn beste wedstrijd ooit voor de Rode Duivels. Vergelijkbaar met die van twee jaar terug tegen Hongarije, maar, met alle respect, toen stond het middenveld van Ferencvaros tussen de lijnen. Dit keer ging het tegen Braziliaanse wereldvoetballers. Tegen de Fransen was dat ook veel moeilijker, zeker na de pauze. In eigen land ging vrijdag het dak eraf, dat de Belgen voor het eerst op dit niveau - ze deden het al in 1920 op de Spelen en in 1980 op het EK, een finale zouden spelen - leek plots een haalbare kaart. Deschamps wist beter, de spelers ook. Zeker omdat hen een belangrijk wapen uit handen werd genomen: Thomas Meunier pakte tegen Brazilië zijn tweede hele kaart en was geschorst. Het bleek fataal. Zonder de prestatie van Nacer Chadli - verrassend sterk op dit tornooi in de wedstrijd tegen Brazilië - te willen minimaliseren: het loopvermogen en de aanvallende inbreng van Meunier op rechts werd gemist. Chadli speelde al veel goeie wedstrijden onder Martínez, maar dit keer niet. De controle was niet zuiver genoeg, de ruimte soms te klein, de diepgang niet aanwezig. De sterke rechterflank uit de vorige wedstrijden was niet aanwezig, ook omdat Blaise Matuidi en Hernández sterk verdedigden. De terugkeer van de speler van Juventus na schorsing bleek voor Deschamps goud. Voor ons was hij dé man van de match, samen met zijn maatjes op het middenveld Paul Pogba en N'Golo Kanté. Martínez probeerde dinsdag nog wat anders uit. Tegen Brazilië waren niet zozeer de elf namen - hij vertrok een beetje logisch met de ploeg die tegen Japan eindigde - een verrassing, wel de aanpak. Tegen Frankrijk was er wel een verrassing: met Mousa Dembélé kwam balvastheid op het middenveld, en een clubautomatisme met Jan Vertonghen aan de linkerkant. De reden: Kylian Mbappé lamleggen. Dat werkte, de snelle spits was grotendeels onzichtbaar en kon maar een paar keer dreigen. Alleen verloren de Belgen daardoor wel wat diepgang aan de linkerkant. De 4-2-3-1 draaide in balbezit nooit helemaal om in de 3-4-2-1 die de vorige wedstrijden de Belgen wél succes had opgeleverd. Met Fellaini, zeer hoog, kwam er naast Lukaku wel een tweede speler in de box, maar echt veel gevaar leverde dat allemaal niet op. Juist omdat het zo moeilijk was om op de flank iemand vrij te krijgen voor de voorzet. Met Dries Mertens veranderde dat in het slot, maar ook dan kwam er amper gevaar. Het was allemaal een beetje zoals onder Wilmots: het gevaar moest van Hazard komen. En uit het verleden weten we waar dat toe leidt. Twee kwartfinales en één halve finale: dat is de balans van deze generatie, waar talent, ervaring en groepsgevoel de voorbije weken overheerste. Geen enkele wanklank, veel solidariteit, veel ernst en werkijver, maar ook zeer speels. De wedstrijd tegen Frankrijk was pas de eerste officiële interland met inzet onder Roberto Martínez waarin de Belgen niet tot scoren kwamen. De twee andere keren dat dit gebeurde, tegen Spanje (0-2) en tegen Portugal (0-0), waren vriendschappelijke interlands. Anders dan vier en twee jaar geleden lieten de Belgen op dit tornooi wel iets zien wat de neutrale voetbalsupporter bij bleef. Het was de meest aanvallende ploeg, de meest weerbare (Japan), de meest opzienbarende wedstrijd (Brazilië). Voor sommigen is het WK in Rusland een beetje een saai tornooi, tenzij in de onvoorspelbaarheid van de resultaten. De groten lieten van hun pluimen, ook de grote namen. Er stonden nieuwe namen op, Mbappé voorop. Maar ook Eden Hazard toonde dat hij als nummer tien een ploeg op sleeptouw kon nemen, en misschien had hij wel, in het geval van een finale, de man van het tornooi kunnen worden. Umtiti besliste er anders over. Straks zijn ploegmaat? Het kan, Barcelona overweegt een bod, dacht het Catalaanse blad Sport te weten. Ook Thibaut Courtois, die dinsdag met een aantal reddingen de Rode Duivels lang in de race hield, kan aanspraak maken op de prijs van doelman van het tornooi. Persoonlijk een voldoening, maar allicht had hij liever zondag met de beker staan pronken. Door twee weken terug te winnen van Engeland kozen de Duivels voor de moeilijkste weg. Langs Brazilië, langs Frankrijk, vooraf allebei uitgeroepen tot kandidaat-winnaars. De Fransen zijn het nog. Maar de people's favorite werden wel deze Rode Duivels en dat is een pluim op de hoed van het hele team, Roberto Martínez op kop. Hij bezwoer ons voor het tornooi dat hij op zijn aanvallende aanpak in de kwalificaties, die iedere waarnemer gevaarlijk leek, niet mocht worden afgerekend. Op het tornooi, en zeker in de knock-outfase, zou het aankomen op tactische flexibiliteit en op de sterkte van de bank. Flexibel waren de Duivels. Japan was bijna harakiri, Brazilië een meesterstuk. Met wat hulp van de paal en geluk, maar dat heeft elke coach nodig. Frankrijk werd een sof, met de eindstreep in zicht haalde voor een keer het realisme het. Plan B werkte dit keer niet. Maar was dat met wat meer durf anders geweest? We zullen het nooit weten. Een aantal jongens haakt nu af, anderen staan klaar. Ze werden hier ook getest: Dedryck Boyata, Youri Tielemans, Adnan Januzaj, ... ze kunnen met een goed gevoel op vakantie. Leander Dendoncker en Thorgan Hazard moeten nog stappen zetten. Aan anderen - Anthony Limbombe, Leandro Trossard, Edmilson en liefst ook een aantal verdedigers - om keihard te werken en vrijgekomen plaatsen in te nemen. Want de gouden generatie is, zoals Eden Hazard het terecht stelt, stilaan een 'oude generatie'. De toekomst moet voorbereid worden, de Rode Duivels moeten 'vervellen' na tien jaar solidariteit en veel dezelfde namen. Aan dat proces is Deschamps volop bezig. Met resultaten en het verschil dat zijn reservoir aan talent nog veel groter is. Met Pavard, wat makkelijk verkocht door Lille omdat hij er als centrale verdediger niet voldeed, ontdekten de Fransen een nieuwe rechtsachter. Met Mbappé, een kruising tussen Thierry Henry en Ronaldo, een nieuwe ster. Mendy is 24, ThomasLemar moet nog 23 worden, Tolisso, Presnel Kimpembe, Ousmane Dembélé, ... Ze zijn nog jong en maken zondag al een WK-finale mee. En thuis zitten er nog een paar toe te kijken: jongens als Anthony Martial, Kingsley Coman en we vergeten er nog. De weelde is er groot, de opleiding top. Deschamps vervult zijn contract: hij bereidt de toekomst voor, mét resultaat. Niet altijd met mooi voetbal, helaas. Maar na 1998 en 2006 is er wel een nieuwe finale. Klasse. Mooi voetbal brachten de Belgen wél. Rusland werd voor hen een bekroning, ze bezorgden de natie een nieuw euforisch gevoel. Op die golf moet het straks verder, met nieuwe namen, en in een nieuwe competitie, de Nations League. Een testbank voor de nieuwe 'gouden' generatie. De oude mag met het hoofd omhoog afscheid nemen, al is het niet met een beker. Het syndroom van het WK 1986 is weggespeeld.