Het is aanschuiven vanaf de afrit Alleur naar de Rue de la Tonne nummer 80, sinds dit seizoen de nieuwe thuis van Royal Football Club Liégeois, in het Nederlands ook bekend als Club Luik. De club met stamnummer vier betrok de locatie afgelopen zomer, nadat ze met dertien punten voorsprong kampioen was geworden in vierde klasse D.
...

Het is aanschuiven vanaf de afrit Alleur naar de Rue de la Tonne nummer 80, sinds dit seizoen de nieuwe thuis van Royal Football Club Liégeois, in het Nederlands ook bekend als Club Luik. De club met stamnummer vier betrok de locatie afgelopen zomer, nadat ze met dertien punten voorsprong kampioen was geworden in vierde klasse D. De weg die naar het stadion leidt vanaf Alleur loopt door weidse velden. Uitbreiding en parkeerplek behoren, zo te zien, nog tot de mogelijkheden in deze uithoek van de stad. Aan de ingang van het geïmproviseerde stadion staan jongemannen verbaasd te kijken hoe een sliert van blanke supporters van middelbare leeftijd, zonder uitzondering getooid met roodblauwe sjaals en mutsen, binnenstapt. Het zijn politieke vluchtelingen die hier opvang krijgen in de door het Rode Kruis gerunde kazerne. Die kazerne wordt afgebroken, om plaats te maken voor een nieuw voetbalstadion met 8000 plekken. Bedoeling was dat alles klaar zou zijn voor de start van het seizoen 2017/18. Maar de bouw zal vertraging oplopen, zegt Robert Waseige,voormalig bondscoach én ex-trainer van RFC Liégeois, verantwoordelijk voor de laatste successen van die club in de hoogste afdeling. Hij volgt alle thuiswedstrijden op de eretribune, aan de zijde van de vader van voorzitter Jean-Paul Lacomble.Waseige wijst op de vluchtelingen die na de pauze, wanneer de toegang niet meer betalend is, aarzelend binnenschuiven. 'We kunnen hen toch niet op straat zetten? We hebben afgesproken dat de afbraak en de bouw pas beginnen als die mensen een ander onderkomen hebben gevonden.' De verhuizing van Seraing naar Rocourt heeft voor de club een grote symboolwaarde. Het is na 22 jaar ballingschap een terugkeer naar huis. De nieuwe accommodatie bevindt zich op een goeie kilometer van het vroegere Stade Vélodrome. Aan de Luikse ring net aan de afrit Rocourt werd op 26 november 1994 de allerlaatste wedstrijd gespeeld. Het betrof een competitiewedstrijd tegen Cercle Brugge, de vereniging waarmee de Luikse fans al lang verbroederd zijn. Het stadion, waar in december 1988 nog 39.000 toeschouwers toestroomden voor de achtste finales van de UEFA Cup tegen Juventus, werd toen ineens ongeschikt bevonden voor eersteklassevoetbal, en twee jaar later afgebroken. Binnen het jaar verrees er het bioscoopcomplex Kinepolis. Voor RFC Liégeois begon daarmee een lange exodus en een onzeker bestaan als dakloze club. De tweede helft van dat laatste seizoen in eerste klasse werkte het af in Eupen en later zelfs op het Sclessin van aartsvijand Standard. Daarna ging het naar Buraufosse in Tilleur en toen daar geen toestemming meer werd verleend voor het spelen van tweedeklassewedstrijden naar een geïmproviseerd stadionnetje in Ans. Later trok het ook nog naar Le Pairay in Seraing, waar een cohabitatie plaatsvond met de plaatselijke club, vandaag in tweede klasse. In Seraing werd afgelopen zomer nog de kampioenstitel in vierde klasse gevierd. Toen de gemeente Seraing en de tweedeklasser met wie Luik het stadion deelde in maart meldden dat de huurovereenkomst niet kon worden verlengd, stond RFC Liégeois voor de zoveelste keer in de afgelopen 25 jaar op straat. Uiteindelijk kreeg het toestemming om een paar jaar eerder dan voorzien zijn intrek te nemen in de nieuw toegewezen accommodatie, waar eerst de bestaande kazerne zou worden afgebroken, dan het nieuwe jeugdcomplex opgetrokken om vervolgens tegen 2017 het eerste elftal te laten spelen in een nieuw stadion met 8000 plaatsen. Inderhaast werd naast een van de twee kunstgrasvelden een constructie gebouwd met drie voorlopige tribunes, goed voor 2250 plaatsen. De club betaalde die kosten zonder lening, met eigen middelen. Geld dat niet geïnvesteerd kon worden in de sportieve uitbouw. Dat is er dit jaar ook aan te zien op het veld. Straks wordt het nieuwe hoofdterrein in de andere richting aangelegd, achter de huidige hoofdtribune. Net zoals nu zal er dan wel worden gevoetbald op - jawel - kunstgras. Ook deze zondagmiddag is in barre weersomstandigheden zo'n 2000 man opgedaagd. De aanhang reageert hevig wanneer de thuisploeg onderuitgaat tegen het minder gerenommeerde maar beter voetballende Oosterzonen uit de Kempen. Het is maar derde klasse, maar de aanwezige veertigers, vijftigers en zestigers schreeuwen en zingen dat het geen naam heeft. 'Forza Liegi!' galmt het door de tribunes. In zijn eerste seizoen in derde klasse wil RFC Liégeois graag de play-offs halen, om niet in de kelder van de amateurreeksen terug te vallen, maar dat wordt niet makkelijk, gezien het geleverde spel en de tegenvallende rangschikking. Een paar weken later zit er tegen Overijse nog dik 1500 man, het seizoensgemiddelde voor dit jaar. Na de wedstrijd zal trainer Alain Bettagno (ex-Seraing, -Standard en -Club Brugge), die hier zijn actieve spelerscarrière beëindigde in 2001, ontslagen worden. Ook Bettagno's opvolger Alex Czerniatynski,31 keer international en als eersteklassespeler actief voor Charleroi, Standard, Antwerp en Germinal Ekeren, hing hier zijn schoenen aan de haak. Dat gebeurde in 1997, toen RFC Liégeois onder de naam Tilleur-Luik zijn thuiswedstrijden op Buraufosse afwerkte, amper twee kilometer van Sclessin. In de dug-out en op de tribunes duiken nog meer oude bekenden uit de clubannalen op. Niemand speelde meer eersteklassewedstrijden voor RFC Liégeois dan hulptrainer Bernard Wégria (491). Wégriastond op het veld toen RFC Liégeois in 1990/91 zijn allerlaatste Europese wedstrijd speelde, de kwartfinale van Europacup II. Op Rocourt verloor Luik met 1-3, ook de terugwedstrijd in Turijn ging verloren (3-0). Huidig keeperstrainer Pierre Drouguet verdedigde het Luikse doel tijdens de Europese wedstrijden in de UEFA Cup 1985/86. Technisch directeur is ook een ex-Sang et Marin. Gaëtan Englebert maakte de nadagen op Rocourt mee tijdens zijn jeugdopleiding en verkaste na één seizoen tweede klasse via STVV naar het Club Brugge van Trond Sollied. Hij is de schoonbroer van de nieuwe sterke man, Jean-Paul Lacomble. De Luikse advocaat nam in het voorjaar van 2011 met oud-Seraingvoorzitter en industrieel Léon Van Rymenam de zieltogende club over, die toen voor de tweede keer in twintig jaar op het punt stond te verdwijnen. Een deel van de openstaande schuld van 400.000 euro werd toen betaald door de... supporters van de club. Vandaag heeft RFC Liégeois weliswaar weinig middelen, maar het is tenminste wel schuldenvrij. Er lopen deze zondagmiddag nog een paar oud-coryfeeën rond. De fijnbesnaarde Benoit Thans bijvoorbeeld, tegenwoordig scoutend voor RB Leipzig en RB Salzburg, en Cvijan Milosevic,die na de wedstrijd doorrijdt naar Gent waar zijn zoon Deni met Waasland-Beveren speelt. Milosevic was titularis toen RFC Liégeois in het voorjaar van 1990 de andere kwartfinale uit zijn bestaan speelde, in de UEFA Cup tegen Werder Bremen. Het blijft vreemd hoe een club die twee Europese kwartfinales speelde vijf jaar later geen stadion meer had en alleen maar in leven bleef dankzij het samengaan met krakkemikkige derdeklasser Tilleur, zelf een voormalige eersteklasser. Vreemd is ook hoe de man die verantwoordelijk was voor de steile opgang, plots de stekker uit de club trok. André Marchandise, zakelijk groot geworden met de uitbating van de warenhuisketen Trafic, was met zijn 37 jaar de allerjongste voorzitter in eerste klasse toen hij RFC Liégeois overnam. Met Marchandise werd de club een outsider in de titelstrijd. In 1989 werd ze derde, een jaar later won ze zelfs de Belgische beker. Meteen de eerste prijs sinds de vijfde en laatste landstitel in 1953, maar ook de laatste prijs die in de Luikse trofeeënkast belandde. Het verval volgde sneller dan iemand ooit voor mogelijk had gehouden. Eerst gaf Marchandise in 1990 geen nieuw contract aan ene Jean-Marc Bosman en verhinderde vervolgens diens transfer naar een geïnteresseerde Franse tweedeklasser. Acht maanden voor Bosman in december 1995 over de hele lijn gelijk kreeg van het Europese Hof van Justitie tuimelde RFC Liégeois voor het eerst in de clubgeschiedenis naar derde klasse. Al na een paar succesvolle sportieve jaren had Marchandise door dat de club verlieslatend was en besliste hij de acht hectare waar het stadion op stond te verkopen nadat hij het Stade Vélodrome onbespeelbaar had laten verklaren. Op vier hectare kwam Kinepolis, twee hectare verkocht hij later aan de tennisclub (de resterende twee hectare zou hij nog steeds bezitten). Intussen gleed de dakloze club steeds verder weg en belandde in 2003 voor het eerst in haar bestaan in vierde klasse. Het RFC Liégeois dat Marchandise in 1987 overnam, was een vrolijke bende, waarin spelers ook naast het veld samen optrokken. Frédéric Waseige, naast profvoetballer ook vrijetijdsdrummer, had zelfs een groepje opgericht, Les Boudins Noirs (De Zwarte Pensen), waarin hij ook zijn toenmalige Luikse ploegmaats Raphaël Quaranta en Moreno Giusto betrok. 'Zodra we op het veld stonden, hadden we met de hele ploeg dezelfde familienaam', omschrijft Frédéric Waseige,vandaag analist en eind jaren tachtig niet alleen zoon van trainer Robert maar ook middenvelder bij RFC Liégeois, het samenhorigheidsgevoel van toen. 'Wat in die kleedkamer gebeurde, is dat we ons de hele week lang rot amuseerden. Trainingen waren een opeenvolging van grappen en grollen. Alleen tijdens de wedstrijden ging het 90 minuten volle bak. En hard. Tijdens een Europabakerwedstrijd tegen het Schotse Hibernian viel ik op de grond. De twee Schotten die naast me stonden, hielpen me niet recht, maar stapten, de een na de ander, op en over mijn lichaam.' Op het Luikse trainingsveld stond maar gras van juli tot eind augustus. In de winter was het een modderbad en in de lente een stofvlakte. Toenmalig doelman en huidig keeperstrainer Pierre Drouguet herinnert zich hoe de clubdokter hem na elke training verplichtte een liter melk te drinken: 'Zoals de mijnwerkers vroeger, om het stof weg te spoelen.' Met trainer Robert Waseige was het soms lachen geblazen. Bijvoorbeeld wanneer hij zich met carnaval verkleedde als priester, compleet met soutane en hoed. Of die keer wanneer hij net voor een herniaoperatie toch mee wilde met de ploeg naar Waregem, waar flink verloren werd. Drouguet: 'Op de terugweg was de sfeer op de bus ondermaats. Niemand verroerde zich, ook al reed de bus maar 50 per uur omdat de trainer, die languit op de achterbank lag, te veel pijn had. Na zijn operatie gaf hij de tactische bespreking voor de volgende match vanuit zijn ziekenhuisbed.' Zijn vaders kracht, zegt Fred Waseige, 'was ons te doen begrijpen dat we beter niet verloren, of we gingen een helse week tegemoet. Ik herinner me een training na een 4-0-nederlaag op Standard. Er lag 30 cm sneeuw, hij vroeg ons mutsen en handschoenen uit te doen en liet ons in die sneeuw twee uur lang buikspieroefeningen en gymnastiek doen.' Bij het succesvolle team van toen hoorde Moreno Giusto, een bikkelharde verdediger met weinig voetballend vermogen, een van de meest beruchte slagers van de Belgische velden ooit. Frédéric Waseige: 'Toen we de beker gewonnen hadden, gooide Moreno zijn truitje naar de supporters in de tribune. Die gooiden het terug: niemand wilde het truitje van Giusto.' De verjaardagen van Giusto werden door heel de groep altijd enthousiast gevierd, wetende dat er 's anderendaags gezapig getraind zou worden. 'Tot die ene keer dat de trainer slecht gezind was en ons de volgende ochtend een loodzware training gaf, sprintjes over de breedte van het veld, en dat na amper twee uur slapen', weet Frédéric Waseige nog. 'Na één sprintje zat ik helemaal kapot. Maar Moreno, die spurtte als een gek heen en weer, terwijl hij tien keer meer gedronken had dan wij: vijftien Irish coffees na zijn achttien pintjes. Toen wist ik zeker dat hij op een dag in een vat met toverdrank gevallen was.' Giusto: 'Ik was dol op trainingen, behalve wanneer ik iets met de bal moest doen. Wanneer we op balbezit oefenden, riep de trainer: 'Moreno, ga jij maar wat rondjes lopen.' En ik blij!' Na de wedstrijden stapte de Luikse bende doorgaans recht het eerste het beste café in, ook op verplaatsing. Recht tegenover het stadion van Anderlecht wisten ze niet wat ze zagen toen de spelers van Luik er een glas gingen drinken. Waseige: 'Eerst keken ze vreemd. Toen verbroederden we. Een paars-witte supporter zei: 'Ik ben hier al twintig jaar abonnee, het is de eerste keer in al die tijd dat ik samen met een speler een glas drink.' Wij deden dat altijd, behalve op Standard.' De voormalige spelers denken nog altijd met heimwee terug aan de twee bekerfinales. De eerste verloor Luik, de tweede werd gewonnen. Toenmalig spits Luc Ernes herinnert zich hoe de laatste kilometers van de terugweg afgelegd werden op het dak van de bus. 'We hadden alle kleren al uitgetrokken en in het volk gegooid, we zaten op dat dak in onze slip.' Soms werd het echt grof. Zoals tijdens een uitwedstrijd in het Waasland, waar op het eind van het seizoen gestreden werd voor Europees voetbal. De helft waar de Luikse bezoekers zich opwarmden, bleef in het duister, terwijl de helft waar de thuisploeg zich voorbereidde mooi verlicht was. Moreno Giusto: 'Dat pikten we niet. Ik vroeg alle spelers op de middenstip rond mij te gaan staan, ik stak mijn broek af en liet daar een souvenir achter. Toen de scheidsrechter met de bal naar de middenstip stapte om de aftrap te geven, hoorde ik hem in het Nederlands vloeken. De afgevaardigde van Beveren heeft de zaak moeten opruimen. En de match, die hebben wij toen gewonnen.' Voor zondag hoeft Beerschot Wilrijk niet extra uit te kijken. De wedstrijd gaat door op klaarlichte dag. DOOR THOMAS BRICMONT EN GEERT FOUTRÉ - FOTO'S BELGAIMAGE - KRISTOF VAN ACCOM'Ik was dol op trainingen, behalve wanneer ik iets met de bal moest doen.' MORENO GIUSTO 'Toen we de beker gewonnen hadden, gooide Giusto zijn shirt naar de supporters. Die gooiden het terug: niemand wilde Giusto's truitje.' FRÉDÉRIC WASEIGE Na 22 jaar ballingschap is RFC Liégeois weer thuis op Rocourt.