Toeristische tip

Francesco Forte (25): 'Op een vrije dag vind je me vaak rond het Colosseum, zeker vanaf 19 uur, het moment waarop Italianen graag samen aperitieven. Daar, met een Spritz of Crodino voor je neus, is het leven opperbest. ( lacht) Het is de plaats in Rome die ik het meest apprecieer. Vandaar dat ik het Colosseum op mijn arm liet tatoeëren. Je vóélt er echt de geschiedenis van de oude Romeinen. Soms zit ik daar en denk ik: hoe kan het toch dat men in die tijd zo'n bouwwerk realiseerde?'
...

Francesco Forte (25): 'Op een vrije dag vind je me vaak rond het Colosseum, zeker vanaf 19 uur, het moment waarop Italianen graag samen aperitieven. Daar, met een Spritz of Crodino voor je neus, is het leven opperbest. ( lacht) Het is de plaats in Rome die ik het meest apprecieer. Vandaar dat ik het Colosseum op mijn arm liet tatoeëren. Je vóélt er echt de geschiedenis van de oude Romeinen. Soms zit ik daar en denk ik: hoe kan het toch dat men in die tijd zo'n bouwwerk realiseerde?' 'Voor AS Roma zou ik zelfs gratis gespeeld hebben. Toen ik zestien was, kon ik er eens zes maanden testen. Ik trainde onder Andrea Stramaccioni. Die mocht me. Maar hij vroeg me om niet bij Roma te tekenen, want hij ging er weg. Stramaccioni zei dat hij me naar Inter zou brengen, maar eerst moest hij nog zijn laatste contractjaar bij Roma uitdoen. Het was een moeilijk moment voor mij. AS Roma was en blijft mijn droomclub. Maar het leek me het beste voor mijn carrière om Stramaccioni te volgen. 'In afwachting van mijn overstap naar Inter ging ik eerst nog in Pisa spelen. Daar was ik invaller bij de A-ploeg, een derdeklasser. Het was een heel bewuste keuze om even afstand te nemen van mijn geboortestad. Voor een jonge voetballer is Rome een moeilijke plek: je raakt er makkelijk afgeleid. Er zijn oneindig veel plaatsen waar je je op zaterdagavond kunt amuseren. Pisa is veel kleiner. Als je daar iets uitspookt, weet meteen de hele stad het. Weg van mijn gezin en weg van mijn vrienden wilde ik me in Pisa eens volledig focussen op het voetbal en zo achterhalen of ik het in mij had om prof te worden. Ik beleefde een goede tijd in Pisa. Nadien kon ik naar Inter, waar ik wel eerst weer jeugdspeler werd. Maar dat was al een ongelooflijke ervaring. Wanneer je een Intershirt draagt, zie je de tegenstander zo ineenkrimpen en voel je je enorm zelfzeker.' 'Milaan is een heel internationale stad; Rome is veel Italiaanser. Als je in Rome op tien verschillende plaatsen carbonara bestelt, krijg je overal een lekkere variant; in Milaan niet. In Milaan vind je ook makkelijk pakweg een Grieks restaurant, terwijl je in Rome al erg moet zoeken om nog maar een Starbucks te vinden. 'Milanezen zijn terughoudender. In Rome komen de mensen buiten en is er veel ambiance, ook op restaurant. Daar komt de chef aan je tafeltje een praatje slaan. In Milaan is het: eten, betalen en naar huis. 'Maar het Italiaanse karakter van Rome heeft ook nadelen. Als je een of ander document nodig hebt, moet je daar drie dagen op wachten, ook al is het iets wat op één dag in orde zou kunnen zijn. In Milaan heb je datzelfde document na drie uur.' 'Mijn Italiaanse voetbalgod is natuurlijk Francesco Totti. Maar in mijn eerste match met het eerste elftal van Inter, moest ik uitgerekend tegen Roma invallen, tijdens de halve finales van de Coppa Italia. Ik vocht in die wedstrijd enkele duels uit met DanieleDe Rossi. Normaal gezien zoek je als jonge gast geen problemen met zo'n man, maar ik dacht: jíj moet míj geen problemen bezorgen, jij bent al De Rossi, mijn carrière staat hier op het spel. Ik maakte hem een beetje boos in die match. ( lacht) Hij riep: 'Zwijg! Jij bent nog een kind! Ga wat melk drinken!' 'Achteraf probeerde ik het shirt van Totti te bemachtigen. Hij antwoordde dat hij het al aan JavierZanetti beloofd had. Toen vroeg ik dat van De Rossi. Hij gaf het en zei: 'Jij hebt de juiste attitude.' ( lacht) Maar dat zei hij enkel omdat Roma gewonnen had, denk ik. Nadien vroeg ik Zanetti: 'Javier, alstublieft, jij hebt al duizend shirts van Totti, krijg ik dit?' Zo kon ik met twee Romashirts naar huis.' ( lacht) 'Wat zijn jullie, Belgen, braaf in het verkeer. Wanneer je hier in een file terechtkomt, blijven alle auto's mooi wachten op hun eigen rijstrook. In Rome begint iedereen op zo'n moment te slalommen en ontstaat er een ware jungle. Hier schuif ik mooi mee aan, net als de rest. Ik ben bang dat anders iedereen gaat toeteren naar mij.' ( lacht)