Laurens Van Corenbergh: Waarom heb je voor voetbal gekozen? François Sterchele: "Dat is heel natuurlijk gekomen. Men vertelt dat ik al op mijn derde liep te voetballen. Ze hebben me toen een bal gegeven en ik ben ermee beginnen te spelen. Blijkbaar hield ik wel van die sport en ben ik dat blijven doen."

Vanaf welke leeftijd ben je beginnen te voetballen en op welke positie heb je gespeeld?
...

Vanaf welke leeftijd ben je beginnen te voetballen en op welke positie heb je gespeeld? "De eerste keer voor een ploeg was al op vijf en een half jaar. Mijn eerste positie in het elftal was die van centrale verdediger. Franco Baresi. (lacht) Daarna, rond mijn tiende, ben ik een rij naar voren geschoven en werd ik een nummer tien, een centrale middenvelder. Geen Gattuso, neen. (lacht) Pas later, toen ik achttien was, ben ik in de spits gaan spelen." "Wat zou ik je kunnen aanraden? Niet veel, alleen trachten zo veel mogelijk plezier te beleven bij wat je doet. Wie zich verveelt als voetballer, stopt er beter mee. Het is in de eerste plaats een spelletje. Doe waar je zin in hebt, laat jezelf gaan, fantaseer, verkramp niet. Luister niet altijd naar trainers die zeggen: geef die bal af. Je moet zelf dingen durven forceren. Wij hebben in België te weinig voetballers die iets durven, die hun instinct volgen." "Je linker is belangrijk, maar wat ik vooral zou doen, is die rechter ontwikkelen tot de perfectie. Het is moeilijk om van die linker iets te maken als je daar van bij de start zwak mee bent. Ik heb evenmin een goede linker. Het is grappig, als spelers mij zeggen dat mijn linker net goed genoeg is om op de bus te stappen, antwoord ik altijd: 'Kan best, maar Maradona had ook geen rechter.' Maak dus van je beste voet een perfecte." "Ik woon in Rijsel, maar aan de vooravond van elke wedstrijd keer ik terug naar de familie in Luik om daar de nacht door te brengen. Dat is heel belangrijk. Ik praat wat, kijk naar tv, ik eet niet te laat, rust veel en ga vrij vroeg slapen. Rust is op dat moment het belangrijkste." "De moeilijkste stap was het aanpassen aan een nieuw levensritme. In de derde klasse train je gewoonlijk om zes uur 's avonds. Je kunt in het weekend uitgaan, zelfs tijdens de week, en relatief laat wegblijven want er is tijd genoeg om uit te slapen. In de eerste klasse train je 's morgens en moet je soms al om acht uur op de club zijn. Dat verplicht je tot een heel andere levensstijl. In het begin is dat niet evident, maar achteraf pluk je er wel de vruchten van." "De spelers zichzelf laten zijn en ze niet in een typisch Belgisch keurslijf steken, er klonen van maken, waar het alleen gaat om de fysiek. In een Luikse krant las ik ooit een zoekertje van een club, dat luidde: 'Gezocht, voetballer, groot en stevig.' Of hij kon voetballen, vroegen ze niet, als hij maar groot en stevig was. Die mentaliteit moet veranderen. De Spaanse spelers bij de jeugd zijn vaak amper 1,50 m of 1,60 m groot, maar ze kunnen wel voetballen. Hier vindt men fysiek belangrijker dan techniek en dat is jammer." "In dit stadion heb je zo'n goeie klankresonantie dat het eigenlijk niet geeft aan welke kant je scoort, het is overal even leuk. Een spits is trouwens nooit bezig met de vraag aan welke kant de goal staat als hij scoort. Die vreugde is zo intens. Dat moet jij als spits toch weten. Daar voetballen we ook voor, om de adrenaline te voelen die scoren ons geeft." Sopgetekend door peter t'kint