'Mijn eerste herinnering aan AA Gent? Toen ik er op mijn elfde als miniem een aansluitingskaart tekende, nog op de jeugdvelden in Melle. Tot mijn tweeëntwintigste heb ik hier gevoetbald. Op mijn achttiende kwam toenmalig ondervoorzitter Robert Naudts de kleedkamer van de juniores binnen en vroeg wie Frank De Leyn was. ' Gij moogt volgend seizoen meetrainen met de A-kern', zei hij. Vier jaar trainde ik met Jef Jurion, Jozef Vacenovsky, 67-voudig international van Tsjechoslovakije, met de Hongaar Istvan Sztani en de Luxemburger Johnny Léonard. Spelen deed ik met de reserven, voor het eerste elftal kwam ik te kort, al meenden Jurion en Vacenovsky dat het me wel zou lukken. Ik was technisch goed, kon blijven lopen, maar moest met mijn 1,73 met...

'Mijn eerste herinnering aan AA Gent? Toen ik er op mijn elfde als miniem een aansluitingskaart tekende, nog op de jeugdvelden in Melle. Tot mijn tweeëntwintigste heb ik hier gevoetbald. Op mijn achttiende kwam toenmalig ondervoorzitter Robert Naudts de kleedkamer van de juniores binnen en vroeg wie Frank De Leyn was. ' Gij moogt volgend seizoen meetrainen met de A-kern', zei hij. Vier jaar trainde ik met Jef Jurion, Jozef Vacenovsky, 67-voudig international van Tsjechoslovakije, met de Hongaar Istvan Sztani en de Luxemburger Johnny Léonard. Spelen deed ik met de reserven, voor het eerste elftal kwam ik te kort, al meenden Jurion en Vacenovsky dat het me wel zou lukken. Ik was technisch goed, kon blijven lopen, maar moest met mijn 1,73 meter en 54 kilo uit de duels blijven. Intussen studeerde ik ook voor boekhouder, maar met alle dagen training werd dat een dikke buis. Dus stelde mijn vader, die in het bestuur van provincialer Gandasparta zat, me voor om naar daar af te zakken en een gewone job te zoeken. Zo belandde ik na mijn studies bij De Lijn. 'Met De Leyn van De Lijn', antwoordde ik altijd aan de telefoon. 'Na dertien jaar Gandasparta speelde ik bij een corporatief ploegje, de Patroboys samen met Frank Wezenbeek, toen al kiné bij AA Gent. Die vroeg of ik geen zin had om een jeugdploegje te trainen bij Gent. Toen ik aan jeugdvoorzitter Robert Mahieu zei dat ik dat wel wilde doen, antwoordde die: 'Begin er dan maar meteen aan.' Ik ben 24 jaar jeugdtrainer geweest, eerst bij de U13 en U14, later bij de U9 waar ik het liefst werkte. 'Toptalenten herken je direct. Mijn eerste talent in mijn eerste jaar was Olivier Deschacht. Die ging de hele flank af en trapte een goeie voorzet, maar na een conflict tussen zijn vader en de club trok hij naar Lokeren. Ik zag in hem toen al een eersteklassespeler, maar schrok later wel toen hij titularis werd bij Anderlecht. 'Nummer twee was Vadis Odjidja. Al tijdens de eerste training sprong zijn talent eruit. Toen hoofdtrainer Jan Boskamp me vroeg: 'De Leyn, wie kan hier het eerste halen?', moest ik niet lang nadenken. Vadis natuurlijk. 'Boskamp was de meest markante figuur die ik heb meegemaakt. De kinderen moesten elke dag kunnen trainen, vond hij. Charly Musonda sr. was hier toen ook trainer. Charly's oefenstof was echt top. Zijn twee oudste zonen had ik als speler, maar de familie was weg voor de jongste bij mij zat. Dat zou ik nog eens een transfer voor Gent vinden, Charly Musonda jr. als de nieuwe Sven Kums. 'En dan kwam ons grootste talent. Maar mijn verdienste in het ontluiken van de carrière van Kevin De Bruyne was, om het met Alberto Contador te zeggen, zero komma zero zero zero zero cinco. Kevin was soms tegendraads, maar daar moet je tegen kunnen, als je zo'n talent in handen hebt. Vorig jaar heeft papa De Bruyne me in december meegenomen naar Manchester City-Everton. Toen Kevin, die uit blessure kwam, inviel, scandeerde heel dat stadion: ' Ke-vin, Ke-vin, Ke-vin!' Dat zijn drie Ghelamco's samen, hé, dat stadion. 'Ook bij Benito Raman zag je meteen dat hij erbovenuit stak. Jari Vandeputte vond ik bij de Duiveltjes het perfecte spelertje, maar voor hem is het niet helemaal gelukt. Louis Verstraete zat in de slechtste lichting van de afgelopen 25 jaar. Die kregen altijd klop, maar we hebben de vader overtuigd om hem hier te laten, omdat dat zijn karakter zou vormen. Noah Fadiga had ook iets speciaals. 'Sinds acht jaar ben ik jeugdsecretaris, op vraag van Manu Ferrera. Nog vijf jaar heb ik dat gecombineerd met het trainerschap. De laatste drie jaar train ik geen ploegje meer, al deed ik dat erg graag. Ik doe dit zo graag dat ik het al die jaren ook gratis had willen doen. Pas nu ik met pensioen ben, durf ik dat hier luidop te zeggen.'