Omdat hij zijn lichaam toch in conditie wil houden, is Frank Peeraer (11 september 1963) net terug van een vierdaagse fietstocht in de Alpen. In de buurt van Morzine-Avoriaz beklom hij een col of vier, onder meer de Joux-Plane. Peeraer : "Als je je hele leven aan sport hebt gedaan, is sport iets waar je uiteindelijk behoefte aan blijft hebben."
...

Omdat hij zijn lichaam toch in conditie wil houden, is Frank Peeraer (11 september 1963) net terug van een vierdaagse fietstocht in de Alpen. In de buurt van Morzine-Avoriaz beklom hij een col of vier, onder meer de Joux-Plane. Peeraer : "Als je je hele leven aan sport hebt gedaan, is sport iets waar je uiteindelijk behoefte aan blijft hebben." Peeraer werd geboren in Brasschaat, waar hij ook school liep en maakte als voetballer vooral naam bij SK Beveren, waarmee hij nog Europees speelde. Ploegmaats uit die tijd waren onder meer ErwinAlbert, HeinzSchönberger en PaulTheunis. Later voetbalde hij nog een seizoen voor Beerschot, maar dat werd geen succes. Al op zijn 32ste hield hij het voetbal voor bekeken. "Uitgekeken op het milieu, op het spel. In het begin ben ik nog een beetje blijven voetballen voor het plezier, maar al snel verloor ik alle interesse. Nu heb ik wat meer liefde voor de fiets, want een mens wil wel met iets bezig zijn. Zolang het licht is, fiets ik ook van en naar het werk. Dat is toch ruim 40 km per dag." Hij was een buitenbeetje in het profmilieu. Peeraer studeerde verder na zijn achttiende, TEW in Antwerpen. Hij maakte er een thesis over beleggingen en combineerde vervolgens voetbal met de bank, was beleggingsadviseur bij Argenta, vervolgens kantoordirecteur bij Credit Lyonnais en is nu zaakvoerder van een bedrijf dat vooral met grote kapitalen werkt. "Gekkenwerk was dat, als ik er nu op terugkijk. Ik was voetballer bij Zwarte Leeuw, deed overdag de bank en 's avonds het voetbal. Op den duur was voetbal een verplichting."Maar toch deed hij het allemaal graag, want als prof een hele middag gaan biljarten, dat zinde hem ook niet. "Het waren allemaal oudere spelers bij Beveren, en daar zat ik dan plots tussen als jongere met een grote mond. Achteraf gezien versta ik niet dat ze me niet wat meer rammel gaven. Ik, als snotneus, ging het ze allemaal een keer vertellen. Toch heb ik nooit gevonden dat het mijn milieu was. Met geloofwaardigheid had ik geen problemen, nu niet, toen ook niet. Mensen zien snel of de boodschap inhoud heeft. In het begin was het eerlijk gezegd een voordeel, ze kenden je kop van het voetbal. "Een jaar of zes ben ik prof geweest. Ik ben international geweest bij de jeugd, heb Europees gevoetbald, ik was een gelukkig mens, tevreden. De band met het voetbal is er nog steeds, af en toe ga ik nog eens naar Beveren kijken. Vroeger had ik er ook seats, maar ik heb ook nog twee dochters : elk weekend naar het voetbal vond ik te veel. Dus doen we het nu sporadisch, een keer Beveren, een keer Beerschot. Eten voor, wat drinken nadien, oud-voetballers tegen het lijf lopen : een mooi leven." (PTK)PTK'Zolang het licht is, fiets ik van en naar het werk, ruim 40 km per dag.'