Dat ook het duel tussen de twee laatste wereldkampioenen jammer genoeg géén goede wedstrijd werd, verraste niet : Brazilië was nog niet in vorm en Frankrijk had op dit WK nog maar 45 minuten (de tweede helft tegen Spanje) goed gevoetbald.
...

Dat ook het duel tussen de twee laatste wereldkampioenen jammer genoeg géén goede wedstrijd werd, verraste niet : Brazilië was nog niet in vorm en Frankrijk had op dit WK nog maar 45 minuten (de tweede helft tegen Spanje) goed gevoetbald. De eerste helft was héél vervelend. Brazilië wou niet en liet de tegenstander komen, Frankrijk probeerde nog enigszins een aanval op te zetten. De eerste kans kwam er pas na 44 minuten, toen Zidane Viera met een splijtende pass wegstuurde. Ik zie twee redenen waarom het tegenviel : de bepalende spelers die met een actie de wedstrijd kunnen openbreken, zijn niet in vorm én behoudend voetbal is dé tendens geworden op dit toernooi. Bij alle ploegen staat de verdedigende organisatie op punt. Iedereen hoopt op een snelle omschakeling, een counter, of een stilstaande fase. Daardoor zit alles potdicht en kan er geen actie meer opgezet worden. Na de eerste helft bedacht ik dat op die manier voetbal kijken op televisie niet leuk is. Live vind ik, op vissen na, elke sportwedstrijd interessant, maar voor tv is er na zo'n eerste helft maar één toverwoord : zappen. Toen ik de commentator op Kanaal2 hoorde praten over een toffe, open match, dacht ik : Robin wordt moe. Gelukkig bevestigden de commentatoren op Nederland en de Duitse zender mijn indruk dat er niets aan was. Pas na het doelpunt, na bijna een uur, begon de wedstrijd. Niet toevallig na wéér een doelpunt op een stilstaande fase. Als de Champions League straks het voorbeeld van dit WK volgt, moeten we voortaan elke match beginnen met vier vrije trappen voor elke ploeg, hopend op een goal, waarna we pas een wedstrijd krijgen. Pas op het uur zag ik de eerste individuele actie, een van Ribery, de eerste keer in deze wedstrijd dat een speler met een beweging voorbij zijn directe tegenstander geraakte. Vanaf minuut 66 kregen we eindelijk een wedstrijd. Niet door de inbreng van Adriano - want die was even statisch als Ronaldo en Juninho, die wel weggeplukt leken uit het wassenbeeldenmuseum van Madame Tussauds - maar omdat Brazilië door die achterstand de organisatie los moest laten. Pas toen zag je Lucio en Roberto Carlos inschuiven, en werd het Frankrijks verdienste dat ze zich niet terugtrokken om die 1-0 te verdedigen, maar bleven gaan. Sterker : de coach verving de drie spitsen door drie andere, frisse aanvallers om blijvend antwoorden te zoeken op de pogingen van Brazilië. Brazilië begon maar te voetballen vanaf de 75ste minuut, eerst met de inbreng van Cicinho, later met die van Robinho. Die speelden op Duracellbatterijen, terwijl de batterijen van de andere twee spitsen leeg waren. Die nieuwe jongens hadden veel vroeger moeten komen. Plots zag je twee vinnige spelers die honger hadden, die wilden voetballen en niet seizoenmoe waren zoals de meeste Braziliaanse sterren. Het frissere Brazilië zat zaterdag op de bank. Alles samen zagen we maar 24 minuten voetbal, waarvan Brazilië een kwartier mee deed. Frankrijk won verdiend, het werd na een slechte aanhef in dit toernooi net op tijd wakker. Zaterdag was een sublieme Zidane de beste man op het veld. Als supporter bid je dat die man niet stopt, maar waarschijnlijk is hij bang voor dat ene jaar te veel. Brazilië mocht op geen enkel moment aanspraak maken op de overwinning. Jammer is dat, zo veel kwaliteit hebben en er niets van terechtbrengen. Ze hadden totaal geen plan. Hun plan was de beste spelers op het veld zetten en ze zelf laten invullen wat ze zouden doen. De vorige matchen was het ook al niet goed, maar maakte het surplus aan talent nog net het verschil. Maar als de tegenstrever ook goed is, van het niveau van Frankrijk, waardoor Ronaldinho of Kakà géén actie kunnen maken, moet je een ander plan kunnen ontvouwen. Dat hadden ze niet. Het was een foute gok om hun uitgebluste sterren op het veld te laten. Frankrijk had wél een plan : het speelde met twee spelers die het veld breed hielden, met Henry als targetspits en Zidane als aangever. Een klassieke 4-3-3, kortom. De enige schakel die me niet overtuigde, was eens te meer Henry. A la Ronaldo zat daar weinig beweging in, ook hij was competitiemoe. Herman Vermeulen is voetbaltrainer.HERMAN VERMEULEN