assistent-coach KV Oostende, ex-international

'Ten eerste: de wil om te winnen. De troostingsfinale werd zeker niet aangevat als een overbodige wedstrijd: uit de manier waarop ze speelden, sprak een zekere mentale sterkte. Van die van 1986 herinner ik mij dat wij daar toen niet echt meer zin in hadden en dat was er ook wel een beetje aan te zien. Nu sprak alleen al uit de opstelling ambitie om de derde plaats te pakken en dat realiseerden ze ook nog eens met positief voetbal. Uiteindelijk wonnen ze zes van hun zeven wedst...

'Ten eerste: de wil om te winnen. De troostingsfinale werd zeker niet aangevat als een overbodige wedstrijd: uit de manier waarop ze speelden, sprak een zekere mentale sterkte. Van die van 1986 herinner ik mij dat wij daar toen niet echt meer zin in hadden en dat was er ook wel een beetje aan te zien. Nu sprak alleen al uit de opstelling ambitie om de derde plaats te pakken en dat realiseerden ze ook nog eens met positief voetbal. Uiteindelijk wonnen ze zes van hun zeven wedstrijden, terwijl wij er destijds maar drie van de zeven wonnen, waarvan één met strafschoppen. Het is een geweldige prestaties. 'Ten tweede: de kunst van het counteren. Ook in hun laatste wedstrijd toonden de Belgen enkele keren hoe geweldig goed ze kunnen omschakelen. Opvallend mooi was ook de eerste goal: de ene wingback, Chadli, levert de assist voor de andere wingback, Meunier. Over een counter wordt soms minderwaardig gedaan, maar het is een belangrijk wapen en vergis je niet: makkelijk uit te voeren is het niet. Je moet heel snel een heel grote afstand overbruggen en er mag niets verkeerd lopen. Daar zitten veel elementen in en alles moet kloppen; de loopacties van de betrokken spelers en de keuze, het moment en de balsnelheid van inspelen. Dat deden we enkele keren onwaarschijnlijk goed en dan besef je ook weer: de energie die Meunier in een wedstrijd steekt, misten we tegen Frankrijk. 'Ten derde: de teamspirit. Als je als groep zo lang samen bent, is de teamspirit ontzettend belangrijk. Iedereen wil uiteraard spelen, maar je moet elkaar ook iets gunnen. De exponent daarvan vind ik Mertens. Al zijn hele carrière bij de Rode Duivels bewijst hij dat hij die teamspirit in zich draagt en dat deed hij ook tijdens dit WK. Telkens hij mocht invallen, zelfs al was het maar kort, bracht hij schwung in de ploeg, zoals tegen Frankrijk en tegen Engeland. Het is ook een pluim voor Martínez. Als hij eraan twijfelt of je dat zal kunnen opbrengen, dan neemt hij je niet mee, denk ik. Hij maakte goeie keuzes en van alle polemieken trok hij zich openlijk niet veel aan. Wanneer hij daarover vragen kreeg, werd hij er niet ambetant van. Hij antwoordde altijd als een gentleman én met een gefundeerde mening. Dan denk ik: goed gedaan!'