Onze collega's van Foot Magazine maakten een speelse denkoefening, geënt op de politieke actualiteit. Is, na een eventuele splitsing van België, een Franstalige eerste klasse leefbaar ? In eerste en tweede klasse voetballen nu 12 ploegen die bij de bond op de Franstalige taalrol staan. De eersteklassers Standard, Anderlecht, Moeskroen, Charleroi en Mons (Brussels is officieel een Vlaamse ploeg) en de tweedeklassers Olympic Charleroi, Tubize, Virton, Union, Eupen, Namen ...

Onze collega's van Foot Magazine maakten een speelse denkoefening, geënt op de politieke actualiteit. Is, na een eventuele splitsing van België, een Franstalige eerste klasse leefbaar ? In eerste en tweede klasse voetballen nu 12 ploegen die bij de bond op de Franstalige taalrol staan. De eersteklassers Standard, Anderlecht, Moeskroen, Charleroi en Mons (Brussels is officieel een Vlaamse ploeg) en de tweedeklassers Olympic Charleroi, Tubize, Virton, Union, Eupen, Namen en Doornik. Kunnen die twaalf het alleen, vroegen onze collega's clubs, bond en politiek. Charles Picqué, minister-president van het Brussels Gewest, is, net als RaymondLangendries (Tubize en Europarlementslid) of Jean-Jacques Viseur (burgemeester van de stad Charleroi die dan twee clubs op het hoogste niveau heeft), ronduit tegen. Picqué om politieke redenen, maar vooral om sportieve. Standard of Anderlecht zouden hun tegenstander, zeker die uit tweede, opvreten en Europees betekent minder in aantal ook minder sterk volgens hem. Commercieel zou de reductie tot één markt, de Franstalige, de sponsorgelden naar beneden halen, denkt hij. Viseur plaatst zo'n Franstalige eerste klasse op het niveau van Luxemburg. "Vierde klasse binnen Europa." Ivan De Witte (profliga) sluit zich daar bij aan. Zo'n eerste klasse kan economisch leefbaar zijn, denkt hij, maar met héél beperkte ambities. Statistieken wijzen uit dat 1,5 tot 2 procent van een bevolking zich aangetrokken voelt tot profvoetbal. Krimp je de markt in tot pakweg 4 miljoen mensen, dan bereik je in het beste geval 80.000 man. Wat weinig als basis. Ook commercieel (sponsoring, tv-gelden, aantrekkelijkheid voor topspelers) heeft het zijn impact. Een iets pessimistischer standpunt weerklinkt vanuit de bond, bij monde van Jean-Marie Philips. Het is onleefbaar volgens hem. Philips vraagt zich ook af of in dat geval een club als Anderlecht niet eerder voor het economisch steviger Vlaanderen zou kiezen. Neen, antwoordt Herman Van Holsbeeck daar op. Vlaanderen noch Wallonië alleen interesseert Anderlecht. Standard is nog scherper. "Wij dromen niet van titels in een kampioenschap van dorpen", klinkt het bij Pierre François. Standard zou in dat geval de toestemming vragen om in Frankrijk aan de slag te gaan. Is dan niemand pro ? Toch wel : Namen, de hoofdstad van Wallonië. Daar rekent voorzitter Baudart zich al rijk : "Anderlecht, Standard of Charleroi op bezoek ? Galawedstrijden !" PIERRE BILIC EN PIERRE DANVOYE