Fréderic (38): "Ik werkte vroeger bij Caterpillar, als chauffeur van vorkheftrucks. Rijk werden mijn vrouw en ik daar niet van, maar we hadden wel een normaal leven. We woonden in een huis in Charleroi, met onze vijf kinderen. Tot ik op een avond thuis aan het roken was op bed. Er viel wat as op de matras. Ik doofde alles met mijn handen en ging weer naar beneden, bij mijn vrouw en de kinderen. Maar achter mijn rug vloog die matras toch nog in brand. Iedereen raakte op tijd buiten, ook het ene dochtertje dat boven al lag te slapen, maar ons huis ging in de vlammen op. We waren alles kwijt. Bijna verloren we...

Fréderic (38): "Ik werkte vroeger bij Caterpillar, als chauffeur van vorkheftrucks. Rijk werden mijn vrouw en ik daar niet van, maar we hadden wel een normaal leven. We woonden in een huis in Charleroi, met onze vijf kinderen. Tot ik op een avond thuis aan het roken was op bed. Er viel wat as op de matras. Ik doofde alles met mijn handen en ging weer naar beneden, bij mijn vrouw en de kinderen. Maar achter mijn rug vloog die matras toch nog in brand. Iedereen raakte op tijd buiten, ook het ene dochtertje dat boven al lag te slapen, maar ons huis ging in de vlammen op. We waren alles kwijt. Bijna verloren we zelfs een van onze kinderen. Allemaal mijn schuld, denk ik vandaag nog altijd. Die gedachte weegt zwaar. Mijn vrouw heeft ook nooit gezegd dat het niet mijn schuld was. "Na de brand gingen we bij mijn ouders wonen, in Luik. Dat was niet makkelijk, met al die kinderen. Er ontstonden spanningen. Toch had ik niet zien aankomen dat mijn vrouw me zou verlaten. Ze nam ons jongste kind mee; de vier andere bleven bij mij. Zij zijn drie, vier en een half, vijf en een half en zeven. Mijn job in Charleroi moest ik laten schieten; die was niet te combineren met de zorg voor de kinderen. "Mijn ouders leefden zelf ook niet in weelde; zij gingen elke middag eten in een buurthuis. Ik begon met hen mee te gaan en maakte er vrienden. Die vertelden me dat ze voetbalden bij een ploegje, op de velden van Standard. Ze zeiden dat je er niet voor moest betalen. Omdat ik al van kleins af supporter ben van Standard, ging ik eens kijken. Ik begon mee te doen. Intussen voetbal ik nu al een jaar bij het Homeless Team van Standard. Ik kan dat doen omdat de trainingen overdag zijn; dan zitten de kinderen op school. "Tijdens het voetballen kan ik mijn hoofd vrijmaken. Dat doet deugd. Want het is hevig om voor vier kinderen te zorgen. Ze drijven mij soms zo ver dat ik zou kunnen janken. Zeker mijn zoontje van drie is - hoe zal ik het zeggen? - nogal turbulent. In mijn hoofd stapelt zich dat een hele week op. Dan is het zalig om die bal eens een lel te verkopen. En op vrijdag doen we krachttraining, in dezelfde ruimte als de profspelers van Standard. Die mannen zijn de eersten om goedendag te zeggen. Dat is echt magnifiek. Elke dinsdag en vrijdag vind ik in de trainingen de motivatie om aan de rest van de week te beginnen. Zonder het Homeless Team zou ik knakken. Want ik heb nu wel een huis dankzij een vriend met wie ik nog in een jeugdinstelling zat, maar het leven blijft zwaar. Er is in ons huis bijvoorbeeld geen badkamer; we moeten ons wassen bij een tante. "Mijn mooiste moment tot nu toe blijft mijn eerste verplaatsing met het Homeless Team. Ik kwam thuis en kon tegen mijn oudste dochter zeggen dat ik was gaan voetballen met een team van Standard; dat maakte van mij een andere man. Ze vroeg hoe het geweest was, of ik gewonnen had. Ze was trots op mij, ik voelde het. En ik ben zelf ook trots dat ik bij een ploeg van Standard speel (krijgt tranen in de ogen). Het helpt me elke dag." DOOR KRISTOF DE RYCK"Zonder het Homeless Team zou ik knakken."