Batigol, voetbalgod van ACF Fiorentina én Firenze. Of, zoals het Amerikaanse Time hem omschreef. 'Met zijn lange wapperende haar en fonkelende ogen leek hij op Jezus Christus, maar hij had de instincten van een koelbloedige moordenaar.' La Viola en Gabriel Batistuta, het leek een huwelijk voor de eeuwigheid, maar na negen seizoenen - in 2000 - stond hij voor een verschroeiende keuze: bij Fiorentina blijven of, in een ander shirt, eindelijk de Serie A winnen.
...

Batigol, voetbalgod van ACF Fiorentina én Firenze. Of, zoals het Amerikaanse Time hem omschreef. 'Met zijn lange wapperende haar en fonkelende ogen leek hij op Jezus Christus, maar hij had de instincten van een koelbloedige moordenaar.' La Viola en Gabriel Batistuta, het leek een huwelijk voor de eeuwigheid, maar na negen seizoenen - in 2000 - stond hij voor een verschroeiende keuze: bij Fiorentina blijven of, in een ander shirt, eindelijk de Serie A winnen. Hij was 30 jaar en met 207 doelpunten net geen topschutter aller tijden van Fiorentina - de Zweedse spits Kurt Hamrin maakte één goaltje meer -, maar dat record interesseerde hem niet meer. De oogst na bijna een decennium aan de boorden van de Arno was mager: kampioen in de Serie B (1994) en de Coppa Italia van 1996, waarin hij in een dubbele confrontatie met Atalanta twee van de drie doelpunten had gemaakt. Meer was het niet. De Argentijnse spits wilde échte prijzen en moest daarvoor de liefde afzweren. Toen AS Roma hem in de zomer van 2000 voor 36 miljoen kon losweken, trok de dertiger naar de hoofdstad van zijn tweede vaderland. En, o ironie, een paar maanden erna schoot hij I Giallorossi met een magistrale volley in de 83e minuut voorbij zijn oude club en naar de top van het klassement. Hij vierde niet en kreeg na de match, in een hoek van het Stadio Olimpico, een staande ovatie van de 3000 bezoekende supporters. De oppermacho barstte in tranen uit. 'De moeilijkste wedstrijd die ik ooit heb gespeeld. Chaos in mijn hoofd. Het spijt me voor Fiorentina. Ik wilde winnen voor Roma en ik deed mijn best, maar ik kón hier geen goede match spelen. Het verleden wis je niet zomaar uit', biechtte hij na de match, nog altijd in tranen, op. Het maakte hem nóg grootser voor de Florentijnen, die het niemand méér gunden toen hij in de lente van 2001 eindelijk zijn eerste scudetto pakte. Kampioen in Rome, maar voor altijd een legende een Firenze. Begin de jaren negentig was La Viola in handen van filmproducer Mario Cecchi Gori, die zijn zoon Vittorio in 1991 naar de Copa América in Chili stuurde om te zien hoe zijn nieuwe aankoop - Diego Latorre - het zou doen. De Argentijnse middenvelder bekoorde, maar zoonlief was vooral gecharmeerd door Batistuta die met zes goals de copa naar Argentinië bracht. Niet te koop, klonk het bij Boca Juniors, maar er sluimerde toen al een politicus in de jongste Cecchi Gori: Latorre mocht (voorlopig) bij Boca blijven en Batistuta verkaste voor een habbekrats naar Firenze. Een godsgeschenk, orakelde hij, maar de ploegmaats waren in de voorbereiding niet meteen overtuigd van de kwaliteiten van hun nieuwe spits, die te veel kilo's met zich meesleepte en met de bal een klungelige indruk maakte. Een miskoop, klonk het maanden, tot hij zijn club tegen aartsvijand Juventus naar de overwinning schoot en in vier andere wedstrijden nog negen keer scoorde. Hij werd topschutter, wat hij de volgende acht seizoenen telkens weer zou overdoen. Hoogtes en laagtes meegemaakt. Degradatie naar de Serie B, toen ook Brian Laudrup en Stefan Effenberg in het paarse shirt voetbalden. Er volgde een leegloop, maar de loyale Argentijn legde aanbiedingen van Italiaanse en Spaanse topclubs naast zich neer en werd in één ruk de God van de Curva Fiesole. Titel in de Serie B, topschutter in de Serie A, Coppa Italia, halve finale van de Europabeker der Bekerwinnaars en gescoord in Nou Camp. 'Hier, in het Estadio Artemio Franchi, liggen mijn mooiste herinneringen', zei hij in 2014, toen hij in de Hall of Fame van de club werd opgenomen. En de tranen opnieuw over zijn wangen dwarrelden.