Mijn oma

Gary Kagelmacher (29): 'Een echte Uruguyaan wil de hele dag door mate, een soort van thee. Kijk naar Luis Suárez: die heeft altijd een thermoskan met dat spul bij zich. Bijna alle spelers uit mijn land drinken het vóór de training, erna, als ze een hotel binnenstappen, overal. Maar ik hou er niet zo van. Mensen zeggen dat ik eerder een Duitser ben. De mentaliteit van de meeste Zuid-Amerikanen is: we doen het morgen wel, terwijl ik discipline heb en op tijd kom. Mijn oma langs vaderskant is een Duitse. Zoals veel Duitsers trok zij na de Tweede Wereldoorlog naar Zuid-Amerika.'
...

Gary Kagelmacher (29): 'Een echte Uruguyaan wil de hele dag door mate, een soort van thee. Kijk naar Luis Suárez: die heeft altijd een thermoskan met dat spul bij zich. Bijna alle spelers uit mijn land drinken het vóór de training, erna, als ze een hotel binnenstappen, overal. Maar ik hou er niet zo van. Mensen zeggen dat ik eerder een Duitser ben. De mentaliteit van de meeste Zuid-Amerikanen is: we doen het morgen wel, terwijl ik discipline heb en op tijd kom. Mijn oma langs vaderskant is een Duitse. Zoals veel Duitsers trok zij na de Tweede Wereldoorlog naar Zuid-Amerika.' 'Mijn stijl van voetballen is wél Zuid-Amerikaans. In Uruguay is het aartsmoeilijk om het te maken als voetballer. Er wordt keihard en vuil gespeeld. De gezinnen van de meeste spelers zien een voetballende zoon als de enige manier om te ontsnappen aan de armoede. Nochtans zijn er in Uruguay maar twee à drie teams waar je prof kunt worden en is er geen geld om te investeren in de jeugdwerkingen. Toch zetten die arme families alles op dat voetbal. Zeventig à tachtig procent van de minderjarige voetballertjes gaat niet naar school. Het niveau in de publieke scholen is ook slecht. De privéscholen zijn dan weer duur. Uiteindelijk stranden veel jongens op hun twintigste met een mislukte voetbaldroom en zonder diploma. Ik had het geluk dat ik naar een Duitse privéschool kon. Ik ben er heel fier op dat ik nu vijf talen spreek. Niet veel mensen uit mijn land kunnen dat. 'Ik leef nu wel een heel ander leven dan mijn vrienden in Uruguay die ook naar de Duitse school gingen. Zij studeerden vijf à zeven jaar om architect of advocaat te worden, maar ze ondervinden veel moeite om aan een job te geraken. Het loon van die job staat dan ook nog eens niet in verhouding tot hun studietijd. Ze moeten met twee werken om een huisje van zestig vierkante meter te kunnen huren.' 'Ik groeide op in La Blanqueada, een niet zo hoog aangeschreven wijk in de hoofdstad. Montevideo is groot: er wonen 1,5 miljoen mensen. De overige 1,5 miljoen Uruguayanen zijn verdeeld over de 18 andere steden in het land. Bij die plaatsen moet je je dus niet al te veel voorstellen; je vindt er vooral veel landbouwers. Op het echte platteland wonen niet veel mensen, al zie je tussen Montevideo en Maldonado nu wel compounds uit de grond schieten: afgebakende domeinen met appartementen, huizen en winkels. Daar moet je je identiteit bekendmaken vooraleer je er kunt binnenrijden. In de steden zelf is het gevaarlijk geworden. Een garage, een alarm, honden en een schrikdraad rond je huis zijn er een must. Het ruitje van je auto wordt er ingeslagen voor een buit van twintig euro, oudjes worden beroofd en restaurants laten hun rolluiken naar beneden; je moet kloppen als je binnen wil. ( zucht) Voor jullie is het een evidentie, maar na tien jaar in Europa apprecieer ik het nog altijd dat ik hier op straat niet de hele tijd achterom hoef te kijken. Hier kun je op restaurant ook je gsm gewoon op tafel leggen. Als je hem vergeet, komt er zelfs iemand achter je aan om hem nog te geven.' 'Suárez is onze beste voetballer ooit. Hij is zó hongerig op een veld. Als hij niet scoort, raakt hij echt gefrustreerd. En dan bijt hij ook weleens, ja. ( smaalt) Zo'n incident maakt de Uruguayanen niet beschaamd, ze weten dat hij impulsief is. Toen hij voor dat bijtincident in 2014 een schorsing kreeg, stonden er fans voor zijn huis om hem op te vrolijken.' 'In Montevideo moet je zeker eens een asado de tira proberen, een stuk koeienrib dat op een speciale manier gesneden is; zo vind je het hier nooit. Ook interessant is Punta del Este in Maldonado; daar heb je mooiere stranden dan in Montevideo. De hoofdstad ligt nog niet echt aan de oceaan, maar aan een rivier. Daar is het water nog bruinachtig. 'Het binnenland van Uruguay ken ik niet zo goed. Wel ging ik ooit eens een week naar Durazno toen mijn vader mij een keer meenam om te gaan jagen op konijnen, patrijzen en gordeldieren. Jagen is populair in Uruguay, maar ik hou er niet van.'